Maashaven, 1939

Schepen in de Maashaven en achterzijde van de meelfabrieken van Meneba aan de Brielselaan, 1939.

Op 14 juni 1895 werd in beginsel besloten deze haven, die naar de rivier de Maas is genoemd, te graven. In 1905 was ze voltooid. Een groot gedeelte van de polder Katendrecht alsmede vele huizen en buurten van het voormalige dorp Katendrecht moesten voor de havenaanleg verdwijnen.

Meneba is een graanverwerkend bedrijf dat zijn hoofdvestiging heeft in Maashaven te Rotterdam. De naam is een afkorting van: MEelfabrieken der NEderlandsche BAkkerij. Het bedrijf is in 1915 opgericht.

De oprichting van het bedrijf was een initiatief van de “Nederlandsche Bakkersbond”. Dit voorzag in de oprichting van een “onderlinge” meelfabriek. Bakkers konden een soort obligatie kopen en men had de medewerking van 5.000 van de in totaal 11.000 bakkers nodig. Initiatiefnemer was J.K.P. Kraan, die voordien werkzaam was geweest bij de Stoommeelfabriek “Holland”. De bedoeling was om minder afhankelijk te worden van particuliere fabrikanten die, tijdens de Eerste Wereldoorlog, de bloemprijzen voortdurend opdreven. Op 5 juli 1915 werden de “Eerste Nederlandsche Coöperatieve Meelfabrieken” opgericht en in augustus kwam een fabriek in ‘s-Hertogenbosch in werking. In 1916 werd de bedrijfsvorm omgezet in een NV. De aandelen daarvan mochten slechts in bezit van bakkers zijn of van anderen die de producten van de fabriek nodig zouden hebben. Er waren pakhuizen in Groningen, Alkmaar, Leiden en Zwolle. In 1916 werd een tweede fabriek gestart, en wel te Middelburg.

In november 1919 werd de in 1914 gebouwde Meelfabriek “De Maas” te Rotterdam overgenomen. Hier werd ook het hoofdkantoor gevestigd. De omzet steeg voortdurend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Laurenskerk, 1952

Tijdens Opbouwdag wordt de eerste steen voor de restauratie van de Laurenskerk gelegd, 9 mei 1952.

Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 werd ook de Laurenskerk zwaar beschadigd door bommen op het dwarsschip van de kerk, waarna brand ontstond die leidde naar de in de houten steigers omringde toren. Aanvankelijk gingen er stemmen op om de kerk te slopen, maar dit werd door Hitler verboden: de kerk werd “Auf Befehl des Führers unter Kunstschutz gestellt”. Ook binnen de voorlopige Rijkscommissie voor de Monumentenzorg waren voor- en tegenstanders van restauratie. Met name commissielid architect J.J.P. Oud verzette zich tegen herbouw en bracht in 1950 een alternatief plan in de publiciteit waarbij slechts de toren als herdenkingsplaats zou worden behouden. Daarachter zou een nieuwe, kleinere kerk komen, met ertussenin een vijver. Dit alternatieve plan werd terzijde gelegd, vooral omdat de Laurenskerk te zeer als een symbool van de Rotterdamse gemeenschap werd gezien. In 1952 legde koningin Juliana de eerste steen voor de restauratie, die pas in 1968 werd voltooid.

In 1971 werd door de hervormde gemeente Rotterdam het Laurenspastoraat opgericht, dat sindsdien wekelijks kerkdiensten verzorgt. In 1981 werd de Laurenskerk ook de thuisbasis van de vrijzinnige wijkgemeente Maaskant/Open Grenzen. De Laurenskerk is in Nederland een van de weinige uit de middeleeuwen stammende, bij protestanten in gebruik zijnde, grootstedelijke kerkgebouwen die nog elke zondag voor de eredienst wordt gebruikt.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Crooswijks Volkshuis aan de Van Reynstraat, 1952

Uit het Vrije Volk van 30 augustus 1947:
Op 8 juli j.l. werd opgericht het „Crooswijkse Volkshuis” secretariaat Wandeloordstraat 56a. Het bestuur is samengesteld uit het gehele bestuur van de Speeltuinvereniging Crooswijk, terwijl nog zitting namen de dames mevr. L. van der Lugt – v.d. Kraan en mej. W.C Wesselink, de heren mr. E.P. Goldschmidt, mr. H. van Geuns en dr. G. Monnickendam. Als administrateur is de heer H. Knuttel aangesteld.

In september a.s. zullen al enige cursussen aanvangen, voorlopig in de schoollokalen aan de Rusthoflaan 56 en op de zolder van de voorbereidende school Pootstraat 41. Door de gemeente zal het oude clubhuis aan de Van Reijnstraat 32 weer ter beschikking worden gesteld.

Er zal les gegeven worden in koken, naaien, verstelnaaien, E.H.B.O. en verbandleer. Ook zal er gelegenheid zijn om over gezinsmoeilijkheden en moeilijke kinderen te praten. Verder zullen er volksdans-, zang-, turnclubs en nog vele andere clubs gehouden worden. De kosten zijn zo laag gesteld, dat iedere bewoner van Crooswijk daaraan kan deelnemen

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt, via delpher.nl, uit het Vrije Volk.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vroom & Dreesmann aan de Hoogstraat, 1951

Nieuwbouw van Vroom & Dreesmann aan de Hoogstraat, 26 maart 1951.

Aan het einde van de 19e eeuw waren Willem Vroom en Anton Dreesmann twee succesvolle zakenlieden in Amsterdam. Beiden hadden manufacturenzaken en waren streng rooms-katholiek. Via een neef maakte Vroom kennis met Dreesmann. Ze raakten bevriend en werden zakenpartners. Vroom trouwde in 1883 met Cisca Tombrock, een zuster van Helena Tombrock, de vrouw van Dreesmann, waardoor de zakenpartners dus zwagers werden.

Dreesmann, en later ook Vroom, gebruikte in zijn winkel een voor die tijd ongebruikelijke strategie: lage en vaste prijzen tegen contante betaling. In die tijd was het namelijk gebruikelijk dat men altijd korting kreeg en op rekening kocht.

Aanvankelijk werkten Vroom en Dreesmann alleen samen op het gebied van inkopen, maar in 1887 leidde dit tot een verregaande samenwerking en op 1 mei dat jaar tot de oprichting van het bedrijf Vroom & Dreesmann “De Zon”. Omdat Vroom de oudste van de twee was, kwam zijn naam vooraan te staan. Hun eerste gemeenschappelijke zaak werd op zaterdag 21 mei 1887 geopend aan de Weesperstraat 70 in Amsterdam. Dreesmann leverde het geld. Er kwam drie man personeel en Dreesmanns jongere broer Nicolaas werd bedrijfsleider. Vroom hield zich vooral bezig met de financiële zaken en de administratie, terwijl Dreesmann voornamelijk de inkoop en verkoop leidde. Aan de plaatselijke Vijzelgracht 21 werd op 27 april 1889 een tweede vestiging geopend met zes personeelsleden.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van  Rotterdam van toen

Coolsingel 1937

De Coolsingel met links de hoek van de Aert van Nesstraat, 1937.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Groenendaal, 1935

Onder deze naam komt al in 1550 de kade ten zuiden van de Steigersgracht voor. Pas in 1576 werd de verbinding tussen deze gracht en de Nieuwehaven tot stand gebracht. Het gedeelte van de Steigersgracht, waarlangs het Groenendaal liep en dat gelegen was tussen de Valkenbrug en de Nieuwehaven, kwam ook voor onder de naam Groenendaalsgracht. De naam Groenendaal herinnert aan de oude toestand in het begin van de 16de eeuw, toen dat gehele gedeelte nog weiland en tuin was en men ten zuiden van de buitendijksloot (Steigersgracht) als in een groen dal kwam. Op 11 januari 1911 werd besloten tot demping van de Groenendaalsgracht. Daarbij verviel ook de vroegere Poppenbrug, die over deze gracht lag ter hoogte waar ze in de Nieuwehaven uitkwam. Het huidige Groenendaal ligt ongeveer ter plaatse van de vroegere straat van die naam.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Visafslaggebouw aan de Middenkous, 1933

Interieur van het visafslaggebouw aan de Middenkous, 1933.

De Middenkous is een oude haven in Rotterdam-Delfshaven. De haven is ontstaan in 1875 na het afdammen van de West Kous en de Oost Kous, de bevaarbare geul tussen Delfshaven en de Ruige Plaat, die Delfshaven van de Nieuwe Maas scheidde.

Een “kous” heeft in dit verband dezelfde betekenis als een “kil”, een geul dan wel smal kanaal tussen banken, droogten of platen enz., met name in zee vóór de kust, zoals de Kous in het Brouwershavense Gat, tussen Goeree en de Middelplaat voordat de Brouwersdam werd gebouwd. Er zijn, dan wel waren, dus meer “kousen”.

De Voorhaven en de Achterhaven in Delfshaven stonden vanaf het begin in rechtstreekse verbinding met de Nieuwe Maas. Voor de monding van deze havens ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een grote zandbank, de Ruigeplaat. In de tweede helft van de negentiende eeuw, niet lang vóór de vereniging van Delfshaven met Rotterdam, werd besloten deze Ruigeplaat te ontwikkelen. De Kous, die veel eerder in het spraakgebruik en op de kaart al was gesplitst in een West Kous aan de westzijde van de ingang van de Voorhaven en Achterhaven en een Oost Kous aan de oostzijde van de genoemde haveningangen, werd daartoe afgedamd bij de Westkousdijk en de Oostkousdijk. De Ruigeplaat werd doorgegraven en van sluizen voorzien. Deze sluis met het voorhaventje werd de Schiemond genoemd. In 1968 is de Ruigeplaatsluis gesloten en heeft de Westzeedijk de verbinding tussen de Middenkous en de Nieuwe Maas verbroken.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Cittersstraat, 1926

Gezicht op de Van Cittersstraat bij de hoek van de Hofstedestraat, 16 april 1926.

Jhr. Frédéric van Citters (Rheden, 13 juni 1839 – Ginneken, 12 november 1922) was een Nederlands burgemeester.

Hij begon zijn burgemeesterscarrière in 1867 te Rhoon en in 1871 werd hij burgemeester van Bodegraven. In 1879 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Delfshaven wat hij zou blijven tot Delfshaven in 1886 opging in de gemeente Rotterdam. Daarna was hij tot 1910 wethouder in Rotterdam.

Petrus Hofstede (Zuidlaren, 16 april 1716 – Rotterdam, 27 november 1803) was een Nederlands gereformeerd theoloog en predikant. Hij nam vol overgave deel aan een groot aantal theologische discussies en conflicten, waarin hij een traditioneel standpunt innam, tolerantie van minderheden afwees en uitging van de band tussen de gereformeerde kerk, de Republiek en het Oranjehuis.

Petrus Hofstede was een zoon van de predikant Johannes Hofstede en Maria Abbring. Hij studeerde filosofie in Groningen, maar moest de stad verlaten nadat hij anoniem een satire had gepubliceerd op hen die alleen in naam studeerden, de pseudo-studiosus hodiernus (de hedendaagse schijnstudent). Hij vervolgde zijn studies aan de Universiteit van Franeker. Hij was predikant te Anjum (1739-1743), te Steenwijk (1743-1745), te Oostzaandam (1745-1749) en in Rotterdam tot aan zijn overlijden in 1803. Hier was hij vanaf 1770 ook hoogleraar aan de Illustere School. Met zijn even rechtzinnige Rotterdamse collega Johannes Habbema richtte hij in 1774 het theologische maandblad De Nederlandsche Bibliotheek op. Na een heftige aanval op de Utrechtse hoogleraar Rijklof Michaël van Goens werd in 1775 de verkoop in Utrecht door de Staten verboden. Na zijn dood werd hij begraven in de Laurenskerk. Zijn grafzerk is gespaard gebleven bij het bombardement op Rotterdam in de meidagen van 1940, en is geplaatst in een kapel van de Noorderzijbeuk.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Spangesekade, 1940

De Spangesekade met rechts de Delfshavense Schie en op de achtergrond de spoorbrug, 1940.

De wijk Spangen en de Spangesekade danken hun naam aan de Spangense of Spaansepolder. In 1918 werd in deze polder met stratenaanleg begonnen. Er kwam hier een wijk met bijzondere woningbouw, zoals galerijbouw, tot stand. De wijk ontving de naam Spangen. In deze buurt lag vroeger het slot Spangen, eigendom van de familie Van der Spangen, een tak van de familie Van Mathenesse. Volgens oude kroniekschrijvers moet het slot in 1310 zijn gebouwd. Ten tijde van de Hoekse en Kabaljauwse twisten werd het enige malen verwoest en herbouwd. De Spanjaarden verwoestten het slot in 1572. De Spangesekade heette voor 1886 Boerenschie of West-Schiekade. De eerste naam was waarschijnlijk gegeven naar de boeren, die langs deze kade naar Delfshaven gingen. De andere naam omdat de kade ten westen van de Delfshavense Schie lag.

Hertog Aelbrecht van Beieren verleende in 1389 aan de stad Delft vergunning om vanaf Overschie een kanaal te graven tot aan de Maas. Dit kanaal sloot aan op de oude Delftse Schie. Aan de monding van deze vaart ontstond een nederzetting, die de naam Delfshaven ontving. Het water werd de Delfshavense Schie genoemd ter onderscheiding van de reeds bestaande Rotterdamse Schie.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterklooster bij de Vijversteeg, 1929

Gezicht op het Achterklooster bij de Vijversteeg, 1929. Rechts de Galvanische fabriek- Electra- Vernikkelen-verzilveren-Vergulden-Bronzen.

Het Achterklooster dankt zijn naam aan het klooster van de Predikheren of Dominicanen aan de Hoogstraat. Het klooster is in 1444 gebouwd, in 1563 grotendeels door brand verwoest, daarna gedeeltelijk herbouwd, doch na de Reformatie opgeheven. Reeds in 1539 wordt als plaatsbepaling gebruikt: ‘achter ‘t clooster van de prekers’, later bij verkorting ‘achter het klooster’ of kortweg ‘Achterklooster’ genoemd. Hoewel er verschillende andere kloosters waren, kon dit niet tot verwarring aanleiding geven, omdat met het klooster steeds dit convent als het grootste werd bedoeld. De oudste naam is Korte Kipsloot naar de gelijknamige gracht, die ook wel Rotte wordt genoemd. Later vonden we daarvoor de naam Achterkloostergracht, die evenals de Kipsloot, in 1860/61 is gedempt. Dat n 1576 een enkele maal ‘achter het gasthuis’ wordt aangetroffen is alleszins verklaarbaar. Op het terrein van het klooster verrezen na 1572 het Gasthuis, het Pest- en Dolhuis en het Oudevrouwenhuis. Het oorspronkelijke achterklooster liep van de Goudsewagenstraat naar het Oostplein en lag in het verlengde van de (vroegere) Kipstraat.

De Vijversteeg liep van het Achterklooster naar de Goudsesingel. Ze zou haar naam te danken hebben aan een daar gelegen grote visvijver. Deze behoorde volgens verschillende kroniekschrijvers tot het terrein van het Predikherenklooster. Op de oudste stadsplattegrond (1560) is van een vijver op deze plaats niets te bekennen. Van de steeg is voor het eerst sprake in een akte van 10 mei 1576. In 1594 komt ze voor onder de naam Paschier Colijnsteeg naar Paschier Colijn, die daar verschillende erven bezat. Paschier Colijn was gehuwd met Heyltgen Willems van Vijffeycken. Het is ook mogelijk dat de Vijversteeg naar haar vernoemd is. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen