Winkelcentrum Jacob van Campenplein in het Lage Land, 1967

Winkelcentrum Jacob van Campenplein in het Lage Land, 1967 (geschat).

Jacob van Campen (Haarlem, 2 februari 1596 – Amersfoort, 13 september 1657) was een Nederlandse architect en kunstenaar uit de Gouden Eeuw.

Jacob van Campen stamde uit een welgestelde adellijke familie en bracht zijn jeugd door in zijn geboortestad Haarlem. Van Campen was Heer van Randenbroek, en ging, vooral bij wijze van tijdverdrijf, schilderen. In 1614 werd hij lid van het Sint-Lucasgilde. Na een verblijf in Italië van 1617 tot 1624 keerde hij terug naar Nederland, waar hij de ideeën van Andrea Palladio, Vincenzo Scamozzi en de klassieke architectuur van Vitruvius combineerde met de inheemse baksteenbouw. Het resultaat was het Hollands classicisme, een bouwstijl die behalve in Nederland ook internationaal van invloed was. Van Campen was bevriend met Constantijn Huygens, samen ontwierpen ze zijn nieuwe huis. Op Johan Maurits van Nassau-Siegen, de ontwerper van de De Kleefse tuinen en de Grote Keurvorst in Berlijn had Van Campen zelfs na zijn dood veel invloed. Frederik Willem van Brandenburg wenste koste wat het kost een boek door Van Campen geschreven te bezitten. Het stadhuis en het stadspaleis in Potsdam zijn op de ideeën van Van Campen gebaseerd.

Van Campen werkte zowel als architect, kunstschilder en ontwerper van decoratie-programma’s, zoals voor het kerkorgel in Alkmaar. Zijn kunst had tegelijk ook een invloed op de beeldhouwkunst. Bij zijn werken werd hij geassisteerd door Pieter Post, Daniël Stalpaert, Matthias Withoos, Philips Vingboons, Artus Quellinus, Tielman van Gameren en Rombout Verhulst. Mogelijk werkte hij ook samen met Albert Eckhout.

Tijdens de bouw van het Amsterdamse stadhuis, het tegenwoordige Paleis op de Dam, woonde Van Campen in het duurste logement in de Kalverstraat en zijn verteringen waren navenant. In 1654 is Van Campen met ruzie vertrokken, waarschijnlijk in verband met het ontwerp van de tongewelven. Stalpaert won en beëindigde het project – naar verluidt – met minder fraaie oplossingen.

Na een lange loopbaan, overleed Jacob van Campen in 1657 bij Amersfoort op de buitenplaats Randenbroek, dat hij had geërfd van zijn moeder. Het was door hemzelf verbouwd en door Caesar van Everdingen gedecoreerd. Van Campen is nooit getrouwd geweest, maar had wel een zoon, Alexander Van Campen, die zich later, na de erfenis, vestigde in Bloemendaal / Haarlem, waar de rest van de familie is geboren en getogen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Draaierij RDM, 1946

Een overzichtsfoto met bovenaanzicht op de herstelde draaierij van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, 25 juli 1946. Arbeiders staan aan de werkbanken.

De RDM is een voormalige werf voor scheepsnieuwbouw, – reparatie en machinebouw; werd in 1902 opgericht en is voortgekomen uit de werf ‘De Maas’ in Delfshaven. Deze werf was in 1856 was opgericht door de Schot Duncan Christie. Doordat het erfpachtcontract met de gemeente Rotterdam afliep, moest het bedrijf een andere plaats zoeken. Toen kwam Heijplaat in beeld. Onder de naam Rotterdamsche Droogdok Maatschappij gingen de werfactiviteiten op de linker Maasoever van start.

De naam ‘Droogdok’ geeft al aan dat reparatie en onderhoud van schepen de belangrijkste activiteiten waren, waarmee de werf startte. Tot 1983 zou dit de kurk zijn waarop het bedrijf zou drijven, maar ook nieuwbouw schuwde de RDM niet. Een indrukwekkende reeks nieuwe schepen, waaronder het ss Nieuw Amsterdam (1938) en het ss Rotterdam (1959), beide gebouwd voor de Holland-Amerika Lijn, verliet de werf. In 1925 nam de RDM de Schiedamse Scheepsbouw Maatschappij ‘Nieuwe Waterweg’ over en vanaf 1929 kreeg ze van de Koninklijke Marine orders voor het bouwen van onderzeeërs. Daarnaast leverde ze ook andere schepen af, zoals de kruiser Hr. Ms. De Zeven Provinciën, die na de oorlog lange tijd het meest geavanceerde schip van de vloten van de NAVO zou zijn. De RDM werd grootleverancier van de olieraffinaderijen, ontwikkelde apparatuur voor kernenergie, en bouwde booreilanden, kraanpontons en dergelijke.

Bij oprichting lag de werf bijzonder excentrisch, doordat het gebied was ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegangsweg was de Waalhavenweg. Het personeel moest van heinde en verre komen, en het was een wens van directeur ir. M.G. de Gelder om in de nabijheid van het bedrijf woningen te bouwen. Tussen 1914 en 1920 verrees Tuindorp Heyplaat, ontwikkeld door architect H.A.J. Baanders, die ook de werkplaatsen en kantoren had getekend. De op een L-vormige kavel opgetrokken huizen werden gebouwd in verschillende stijlen met vele details. Tegen het silhouet van de oceaanreuzen bloeide het verenigingsleven in het dorp van 2.000 inwoners. Een hechte gemeenschap wist te voorkomen dat in de jaren zeventig Heyplaat zou worden afgebroken.

Kort voor de oorlog hadden RDM en Wilton-Feijenoord de aandelen in handen gekregen van de Machinefabriek en Scheepswerf van P. Smit jr. en de dochtermaatschappij Waalhaven. Het bleek een opmaat te zijn naar de fusie die in 1966 plaatsvond onder de naam Rijn-Schelde Machinefabrieken en Scheepswerven. Na nog toetredingen van onder meer Wilton-Feijenoord ontstond uiteindelijk in 1971 het concern Rijn-Schelde-Verolme (RSV) met meer dan 30.000 werknemers.

Al in 1983 viel het doek voor de RDM, waarmee een belangrijk deel van de zware industrie voor Nederland verloren ging. RDM ging verder met nieuwbouw van onderzeeërs en met de machinefabriek. In de jaren negentig werd de onderneming opgesplitst in RDM Techology en RDM Submarines. Opnieuw lag het tuindorp onder vuur toen b&w bekend maakte dat het na 2005 gesloopt zou worden. En opnieuw wist men afbraak te voorkomen. Momenteel maakt het RDM-terrein een enorme ontwikkeling door en zijn er samenwerkingsverbanden tussen onderzoeks- en onderwijsinstellingen die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De foto komt uit de collectie RDM en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De trainer van Sparta, Denis Neville, 1959

De trainer van Sparta, Denis Neville, staat buiten bij een bord met de tekst ‘Uitverkocht’, 1959 (geschat).

Denis Neville (Londen, 6 mei 1915 – Rotterdam, 11 januari 1995) was een Engels voetballer en voetbaltrainer.

Als voetballer kwam Neville vanaf 1932 uit voor de Londense club Fulham, dat destijds in de Engelse tweede divisie speelde. Hij stond bekend als een harde verdediger. In de Tweede Wereldoorlog diende hij in het Britse leger en werd hij uitgezonden naar Afrika, Italië en Israël. Na de oorlog keerde hij kort terug bij Fulham, maar in 1946 besloot hij zijn voetbalcarrière te beëindigen. Hij behaalde vervolgens de diploma’s om trainer te mogen worden. Tevens volgde hij een scheidsrechtersopleiding.

Zijn trainersloopbaan startte Neville bij Odense BK in Denemarken. Op de Olympische Zomerspelen 1948 was hij coach van het Deense nationale elftal, dat brons behaalde. Hij was vervolgens trainer van achtereenvolgens het Italiaanse Atalanta Bergamo en het Belgische Berchem Sport. In 1954 werd hij door de Engelse voetbalbond aangesteld om in India trainer- en scheidsrechteropleidingen op te zetten en voetbalteams en het Indiaas elftal te begeleiden. In 1955 werd hij coach van het Nederlandse Sparta.

Neville bleef acht jaar verbonden aan Sparta. In deze periode werd de club landskampioen (1959) en won het tweemaal de KNVB beker (1958 en 1962). In de Europacup I baarde Sparta in 1959 opzien door de Schotse kampioen Glasgow Rangers in het Ibroxpark in Glasgow met 1-0 te verslaan. Na een beslissingswedstrijd werd Sparta echter toch uitgeschakeld. In 1963 besloot hij bij Sparta te vertrekken en trad hij in dienst van het Haagse SHS (in 1964 hernoemd tot Holland Sport), dat uitkwam in de Eerste divisie. Zonder grote aankopen werd hij in zijn eerste seizoen derde met SHS en kwam de ploeg één punt te kort voor promotie. Volgende seizoenen verliepen echter minder succesvol.

Met toestemming van Holland Sport werd Neville in 1964 aangesteld als tijdelijk trainer van het Nederlands elftal, als opvolger van Elek Schwartz. Na een 2-1 nederlaag op 14 november 1965 in de WK-kwalificatiewedstrijd in en tegen Zwitserland besloot hij terug te treden als bondscoach en zich weer enkel te richten op Holland Sport. Hij werd opgevolgd door Georg Kessler. Holland Sport verkeerde inmiddels echter in de onderste regionen van de Eerste divisie en aan het eind van het seizoen besloten de trainer en de club uit elkaar te gaan. Neville keerde terug naar Engeland, waar hij manager/trainer werd van Canvey Island FC. In 1978 streek hij opnieuw neer in Nederland. Hij was nog enkele jaren trainer van amateurclub TOGB uit Berkel en Rodenrijs.

Neville was getrouwd met een Nederlandse vrouw. In 1995 overleed hij op 79-jarige leeftijd in een Rotterdams verpleeghuis.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Winkelcentrum Keizerswaard in 1969

Keizerswaard is een groot overdekt winkelcentrum met ruim 80 winkels in het Rotterdamse stadsdeel IJsselmonde, gevestigd in de gelijknamige straat.

Alle winkels bevinden zich op grondniveau. Een deel van het dak vormt een parkeerdek waar klanten tegen betaling kunnen parkeren. Keizerswaard heeft een winkelbestand met veel vestigingen van landelijke ketens waaronder drie supermarkten, de HEMA en drogisterijen als Etos en Kruidvat, mode- en sportzaken en een elektronicawinkel.

Het winkelcentrum bevindt zich in het midden van de wijk Groot-IJsselmonde. Het is, samen met winkelcentrum Zuidplein en de Boulevard-Zuid, een van de drie grote winkelcentra van Rotterdam-Zuid. Ook de winkelcentra in Ridderkerk en Barendrecht behoren tot de nabije concurrentie.

Winkelcentrum Keizerswaard is geopend in 1969 door Prins Claus en was voor die tijd zeer modern. Later is het winkelcentrum overdekt en uitgebreid. In 1994 is het winkelcentrum gerenoveerd. Iedere donderdag wordt aan de Herenwaard bij het winkelcentrum een wijkmarkt gehouden.

In 2004 werden plannen gepresenteerd om de omgeving rond Keizerswaard te verbeteren. De plannen voorzagen nieuwbouw van theater Islemunda, een nieuw bibliotheek, een woontoren (Hooghmonde) en een nieuwe stadswinkel voor IJsselmonde. Alle nieuwbouw is rond Herenwaard gesitueerd, het nieuwe centrale plein. In 2012 werden de stadswinkel, de bibliotheek en de woontoren opgeleverd. Twee jaar later ging ook theater Islemunda open.

De foto is gemaakt door de Gemeentelijke Gebouwendienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het clubhuis van Zwart-Wit ’28 op sportcomplex Varkenoord, 1960

Het nieuwe clubhuis van Zwart-Wit ’28 op sportcomplex Varkenoord, 4 november 1960.

R.C.V.V. Zwart-Wit ’28 (Rotterdamse Christelijke Voetbalvereniging Zwart-Wit ’28) is een voormalige amateurvoetbalclub uit Rotterdam-Zuid.

Zwart-Wit ’28 werd op 1 mei 1928 opgericht en speelde op zaterdag. Omdat er ook een zondag voetbalclub met de naam Zwart-Wit was, moest het jaartal van de NVB aan de naam toegevoegd worden. De club speelde op Varkenoord en verhuisde in 1966 naar het nieuwe complex Sportpark De Vaan. De club promoveerde in de jaren 60 meermaals en kwam op het hoogste niveau, de Eerste klasse A (later hoofdklasse).

De grootste successen van de club waren begin jaren ’70 met de kampioenschappen in de Eerste klasse A en de algehele zaterdag kampioenschappen in 1971 en 1972 en het algeheel amateurkampioenschap in 1971. De vrouwentak won in 2000 de KNVB beker.

Vanaf eind jaren 90 ging het financieel slechter met de club en mede door wanbestuur en hoge betalingen aan spelers ging Zwart-Wit ’28 in 2004 failliet. Begin februari werden alle elftallen uit de competitie genomen en enkele dagen later brandde de accommodatie af. Op 24 februari 2004 werd de club officieel opgeheven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

De bouw van de dr. Daniel den Hoed-kliniek aan de Groene Hilledijk, 1963

De bouw van de dr. Daniel den Hoed-kliniek aan de Groene Hilledijk, gezien vanaf de Valkeniersweide, 21 mei 1963.

Daniël den Hoed (Gouda, 18 oktober 1899 – Rotterdam, 10 maart 1950) was een Nederlandse arts en een belangrijke grondlegger van de radiotherapie in Nederland. Hij was directeur van het Rotterdams Radiotherapeutisch Instituut en werd na zijn overlijden bekend als naamgever van de oncologische kliniek in Rotterdam-Zuid.

Daniël den Hoed groeide op in Gouda waar hij aan de plaatselijke Rijks-HBS zijn HBS-diploma behaalde. Vervolgens studeerde hij geneeskunde aan de Universiteit Utrecht, waarna hij zijn loopbaan begon bij het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. Hier wijdde hij zich aan de bestraling van kanker ofwel radiotherapie, toentertijd een nauwelijks ontwikkeld vakgebied in de geneeskunde. In 1925 kreeg Den Hoed de leiding over de betreffende afdeling.

Den Hoed promoveerde in 1934 aan de Universiteit van Amsterdam tot doctor in de geneeskunde op het proefschrift Over de werking van harde röntgenstralen en gammastralen van radium en kan daarmee gezien worden als de eerste radiotherapeut van Nederland.

In 1940 werd Den Hoed directeur van het in 1914 opgerichte Rotterdams Radiotherapeutisch Instituut. In een oud pand aan de Bergweg werkte hij verder aan de behandeling van kwaadaardige gezwellen met behulp van röntgenstraling. Zeker in het begin was dit een kleine organisatie met zeer beperkte middelen. De kleine groep medewerkers, waaronder de echtgenote van Den Hoed die eveneens radiologe was, groeide geleidelijk uit tot een multidisciplinair team van radiologen en andere academici.

Den Hoed overleed in 1950 aan een hartinfarct. Na zijn dood werd hij benoemd tot erelid van de Noord-Amerikaanse Vereniging van Radiologen (Radiological Society of North America).

Tegenwoordig is Daniël den Hoed vooral bekend als naamgever van de voormalige Daniel den Hoedkliniek aan de Groene Hilledijk in Rotterdam Vreewijk. Deze in 1960 opgerichte kliniek, gelegen naast het toenmalige Zuiderziekenhuis, groeide uit tot een internationaal gerenommeerd multidisciplinair kankerinstituut. De kliniek was sinds 1995 onderdeel van het Erasmus MC. In 2018 werd de Kliniek definitief gesloten.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bisonpoort, 1930

Bezoek van de Joegoslavische gezant aan de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij, RDM, en Heijplaat, 21 juni 1930. Het gezelschap bij de Bisonpoort.

Het bijzondere van Heijplaat is niet alleen zijn afgelegen ligging, maar vooral de combinatie van tuindorp en scheepswerf is karakteristiek. De wijk, die nog geen 2.000 inwoners telt, ligt ingeklemd tussen Waalhaven, Heysehaven en Eemhaven. De enige toegang is de Waalhavenweg. Heijplaat is als woonwijk opgezet voor de werknemers van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM), die in 1902 begon met de bouw en het onderhoud van schepen.

Het RDM-complex bestaat uit in staal opgetrokken werkplaatsen naast kantoren van baksteen in een massieve expressionistische stijl, ontworpen door architect H.A.J. Baanders. Hij ontwierp in 1914 ook het dorp. Gebouwd op een L-vormige kavel grenst Heijplaat aan de hallen van de RDM. De grens tussen werf en dorp werd opgelost door een soort ‘gebouwenmuur’ met een fraai poortgebouw.

Het dorp kent een gevarieerd grondplan met verspringende rooilijnen en krommingen in de centrale route. De huizen werden opgetrokken in verschillende stijlen met in het oog springende details. Bij oplevering in 1920 telde het dorp ongeveer 400 woningen, drie kerken, twee scholen en een bibliotheek, een vergadergebouw met winkels, een was- en een badgebouw en een ontspanningsgebouw met café (zonder alcohol) en theater. Voor iedere rang was een huizenblok beschikbaar.

Na enkele jaren werd in zuidelijke richting uitgebouwd en in 1930 verrees op de zo geschikt afgelegen plek ook een gemeentelijk quarantaineterrein. Het was bedoeld voor bestrijding van besmettelijke ziekten van schepelingen. Het is echter nooit zodanig gebruikt, wel voor verpleging van tbc-patiënten. De streng geometrische inrichting werd in expressionistische stijl gebouwd door J.G. Snuif van Gemeentewerken. Het complex telde tien gebouwen, waaronder een reinigingsgebouw, een isoleerbarak en een zusterhuis, waarvan er nog negen over zijn. Sinds begin 1980 is het complex in gebruik als atelierruimte voor kunstenaars, die ijveren voor de monumentenstatus van de unieke gebouwen.

RDM ging failliet en in 1990 kwam Heijplaat onder vuur te liggen toen b&w bekend maakte dat het dorp na 2005 zou worden gesloopt om plaats te maken voor havenbedrijven. Na een handtekeningenactie en een protestmeeting werd van sloop afgezien. De wijk werd ingrijpend gerenoveerd. In 2008 werd de veerdienst met Rotterdam, die in 1968 was gesloten, weer hervat in de vorm van de Aqualiner.

Heijplaat zal komende jaren een metamorfose ondergaan. Het hoofdkantoor is inmiddels omgevormd tot onderwijs- en congresgebouw. Momenteel wordt op het RDM-terrein een RDM-campus ontwikkeld: een samenwerkingsverband tussen onderzoeksinstellingen, Havenbedrijf Rotterdam, Hogeschool Rotterdam en het Albeda-college, die havengerelateerd onderwijs aanbieden. RDM staat daarom tegenwoordig voor Research, Design & Manufacturing.

De foto komt uit de collectie RDM en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Carnissesingel, 1946

Gezicht op woningen aan de Carnissesingel, 1946.

Deze singel is vernoemd naar het oude dorp Carnisse in de Riederwaard, dat al in 1272 voorkomt. In 1375 is het dorp ten gevolge van een overstroming verdwenen. Later is dit gebied herdijkt en ontstond de heerlijkheid Carnisse met een buurt van die naam in de gemeente Barendrecht. Carnisse is nu een woonwijk, gelegen tussen Dorpsweg, Pleinweg en Zuiderpark in de deelgemeente Charlois. Midden in de wijk liggen de Carnisselaan en de drie Carnissestraten.

De fotograaf is Gerard Roos en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hofplein met rechts de Delftse Poort, (jaartal onbekend)

Een blik richting Hofplein met rechts de Delftse Poort. Op de achtergrond cafe-restaurant Loos en cafe-restaurant De Kroon.

Het Hofplein herinnert aan de ridderhofstad Weena, die noordoostelijk van het huidige Hofplein was gelegen. De Hofdijk komt al in 1397 in bronnen voor. Het slot wordt reeds in 1306 vermeld. De oorspronkelijke Hofdijk stamde uit de 13de eeuw en strekte zich langs de Rotte uit tot het Zwaanshals en de Oudedijk. Het Hofplein ontstond in de eerste helft van de 19de eeuw nadat de Kolk of Gracht tussen de Delftse Poort en de Hofpoort was gedempt. Van 1853 tot 1875 was het plein als veemarkt ingericht. De oudste naam is Hofpoortplein naar de Hofpoort die daar stond en in 1833 is afgebroken. In 1908 werd aan het plein het station van de Zuid-Hollandsche Electrische Spoorweg-Maatschappij, de lijn Rotterdam-Scheveningen, geopend. Bij besluit B&W 13 september 1949 ontving het verkeersplein op het kruispunt Coolsingel, Weena, Schiekade, Pompenburg de naam Hofplein.

De Delftsche Poort in Rotterdam was een stadspoort waarvan de laatste in 1764 werd gebouwd naar een ontwerp van architect Pieter de Swart. Het was reeds de derde poort op die plaats: de voorgaande twee waren wegens bouwvalligheid gesloopt. De eerste poort werd in de Middeleeuwen gebouwd en kreeg de naam de Noorderpoort en had een voorpoort. De tweede St. Joris- of Delftsche Poort werd in 1545 gebouwd.

In de jaren 30 van de 20e eeuw stond de poort in de weg: Rotterdam wilde een betere doorstroming van het toenemende verkeer. Men besloot de poort zo’n honderd meter te verplaatsen (afbreken stuitte op te veel weerstand). In 1939 begon men met de verplaatsing van het geheel. De onderbouw was in 1940 gereed, tijdens het bombardement werden zowel dit gedeelte als de opgeslagen beeldhouwwerken beschadigd. Een jaar later werd besloten dat “naar het inzicht van de meerderheid van de geraadpleegde deskundigen de poort niet meer afgebouwd kon worden en moest zij geheel verdwijnen”. Enkele sierwerken werden gered en opgenomen in de muren van de gebouwen op de hoek van het Stadhuisplein.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Hofplein-Raampoortstraat, 1918

Het Hofplein met onder andere Café Centraal, rechts de Raampoortstraat, 1918-1922.

De Raampoortstraat herinnert aan de lakenindustrie, in vroeger tijd een belangrijke bron van bestaan in Rotterdam. Het laken werd om te drogen en uit te rekken op ramen gespannen. In het oudste keurboek van ca. 1410 werd bepaald dat alle lakenramen uit de kerk verwijderd moesten worden. Voor die tijd schijnt het dus gewoonte te zijn geweest ze daar te plaatsen. Het einde van de Lombardstraat werd toen door de stad aangewezen voor het plaatsen van de ramen.

Op 3 november 1508 besloot de vroedschap om land voor de ramen aan te kopen op het einde van de Westewagenstraat bij de Sint Jorisdoelen. Het Hof van Holland had enige jaren daarvoor, in 1504, toestemming verleend om een laan te maken van de Westewagenstraat naar de Coolvest. Dit was de latere Raamstraat. Ten noorden daarvan werden nu geleidelijk aan de ramen geplaatst. Het terrein werd door een raamsloot of -singel gescheiden van het land van de Witte Zusters. Er werd een raamhuis voor de wachter gebouwd, alsmede een raampoort die toegang gaf tot het terrein. Eerst in 1544 blijken alle lakenramen overgebracht te zijn; omstreeks die tijd werd de nieuwe Raamburg over de Delftsevaart, die de Raamstraat met de Sint Jacobssteeg (Sint Jacobstraat) verbond, gebouwd.

Tot ca. 1591 zijn de ramen op deze plaats gebleven. Daarna zijn ze verplaatst naar een terrein buiten de Hofpoort, het voormalige Hof van Weena. Dit nieuwe terrein werd op dezelfde wijze ingericht als het oude. Ook hier werd een raampoort gebouwd. Er werd daar een laan aangelegd, die in 1656 onder de naam Raampoortlaan voorkwam. Andere namen voor deze laan waren Raamlaan, Raampad en Raamweg. In 1854 zijn de laatste ramen verkocht en daarna werden op dit terrein straten aangelegd. In 1896 werd de naam Raampoortlaan gewijzigd in Raampoortstraat. Het grootste gedeelte van de Raamstraat werd rond 1910 gesloopt ten behoeve van de bouw van het nieuwe stadhuis. Ongeveer op de plaats van het resterende deel van de Raamstraat liggen thans het Raam en het Raamplein.

De foto komt uit de collectie Topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen