Tag Archives: hertogjansplace

Het Steiger, 1910

Het Steiger met de Sint Dominicuskerk, 1910-1940.

Wegens de goede diensten door de stad aan hertog Willem V van Beieren verleend, gaf hij de stad in 1351 het recht tot vrij gebruik van de steiger, die al in 1334 wordt genoemd.Deze aanlegplaats lag aan de Middeldam, vlak tegenover de ingang van de Oudehaven. Ze werd later gewoonlijk de Dordtsche Steiger genoemd. Nog later werden bij de uitbreiding van deze gracht verschillende gedeelten van de kaden als volgt onderscheiden: Smal Steiger, Kleine Steiger en Boerensteiger. In 1905 werd het gedeelte van het Steiger tussen het spoorwegviaduct en de Hoofdsteeg gedempt. Dit gedempte gedeelte ontving de naam Middensteiger. Tengevolge van deze demping kwam de Hoenderbrug te vervallen. Op 11 januari 1911 werd besloten het gedeelte dat bekend stond als Boerensteiger, te dempen. Voorts liep van de Korte Hoogstraat naar het Steiger een klein straatje, dat de naam Toe-Steiger droeg. ‘Toe’ betekent in dit geval: dicht, gesloten, aan twee zijden bebouwd. De Steigersgracht, die waarschijnlijk van oorsprong niet meer dan een buitendijksloot was, liep van de Soetensteeg tot het Groenendaal, grotendeels langs het hierboven genoemde Steiger. In onze oudste bronnen noemde men dit water steeds haven. Aan de ene kant stond deze in verbinding met de Leuvehaven, aan de andere kant kwam ze, voor de demping van het Groenendaal, uit op de Nieuwehaven.

Het Steiger is een rooms-katholieke parochiekerk en aangrenzend dominicanerklooster in de binnenstad van Rotterdam. Officieel is de kerk gewijd aan Dominicus en het klooster aan Petrus van Verona. Vanwege de ligging van kerk en klooster aan de Steigersgracht is het beter bekend als de Steigerkerk, de Steigersekerk, Citykerk Het Steiger of kortweg Het Steiger.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Langegeer,1953

Een combinatie van zeer zware storm en springvloed veroorzaakt een watersnoodramp in Zeeland en delen van Zuid-Holland en Noord-Brabant. Ook in Rotterdam zijn er overstromingen, zowel op de linker- als op de rechter Maasoever. Op de foto de Langegeer gezien in de richting van de Smeetslandsedijk, 31 januari – 1 februari 1953.

De Langegeer verkreeg zijn naam om zijn lengte. Het is een van de landelijke namen die men in Tuindorp Vreewijk aantreft. Een geer is een gerend, schuin toelopend, stuk land. De singel is een restant van de Vliet, een oude watergang die oorspronkelijk de grens vormde tussen de polders Varkenoord en Karnemelksland. Voor 1895 vormde ze tevens de grens tussen de gemeenten Charlois en IJsselmonde.

Deze dijk draagt de naam van Meester Dirk Smeets die de naar hem genoemde polder drooglegde. De Smeetslandsedijk loopt ten noorden van de voormalige polder Dirk Smeetsland, die reeds in de tweede helft van de 15de eeuw onder deze naam bekend was. In 1562 wordt hij genoemd toen er een overeenkomst werd gesloten tussen de ingelanden van bovengenoemde polder en die van Mr. Arentsland over een gemeenschappelijk dijk. Vroeger liep de Smeetslandsedijk door naar de Kerkedijk. Van de oorspronkelijke Smeetslandsedijk is nog maar een klein gedeelte over. Het nog bestaande gedeelte stond bekend als Smeetslandse Hogedijk, het verdwenen lagere gedeelte als Smeetslandse Lagedijk. Smeetsland is bovendien een buurt in de wijk Lombardijen, gebouwd als ‘nooddorp’ tijdens de Tweede Wereldoorlog.

De foto is gemaakt door de de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schippersinternaat Sportsingel/Stadionlaan, 1972

Het schippersinternaat in Sportdorp op de hoek van de Sportsingel en de Stadionlaan, juni 1972 (geschat).

Sportdorp is een buurt in de Rotterdamse wijk Groot-IJsselmonde in het stadsdeel IJsselmonde. De straatnamen in het westelijke deel van de buurt zijn gebaseerd op allerlei takken van sport, bijvoorbeeld Discusstraat, Arresleestraat en Floretstraat en hier komt ook de naam van de wijk vandaan. Sportdorp wordt begrensd door sportpark Varkenoord / de Stadionlaan in het westen, de Stadionweg / Noorderhelling in het noorden en de Kreekkade in het oosten. Officieel heet de buurt “Tuindorp Varkenoord”.

In 1918 werd begonnen met het bouwen van het oostelijke deel. Dit eilandje te midden van de weilanden heet dan officieel Tuindorp IJsselmonde. Het deel ten westen van de sportlaan is gebouwd na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog om Rotterdammers die door het bombardement dakloos waren geworden op te vangen. Doordat de plannen voor de bouw er al voor de oorlog lagen, waren de woningen kwalitatief beter dan die in nooddorpen als Smeetsland. De bouw was rond 1942 af waarna getroffenen, veelal uit dezelfde wijk in het getroffen Rotterdam-West, hier werden gevestigd.

De buurt ligt vlak bij het Feyenoordstadion en is tijdens voetbalwedstrijden dan ook afgesloten voor verkeer om parkeerproblemen te voorkomen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zwaanshals, 1982

Gezicht op het Zwaanshals, 2 oktober 1982.

Het ‘Swaenshals’ in Blommersdijk, dat in het laatst van de 16de eeuw wordt vermeld, was zowel de naam van een huis als van het gehele buurtje, waarvan het deel uitmaakte. Men had in het Zwaanshals in 1643 ‘de Witte Gecroonde Swaen’. In 1667 wordt het huis ‘daer uythangt het Swaenshals’ aan de Rottekade of Hofdijksche kade vermeld. Dit moet hetzelfde huis zijn dat in 1593 als De Swaenshals voorkomt. De naam staat waarschijnlijk in verband met de bocht, die de Rotte hier ter plaatse maakt. Het is echter ook mogelijk dat de aanwezigheid van zwanen daartoe de aanleiding was. Even noordelijker vond men het Zwaneneiland. Deze naam komt echter pas later voor en kan dus van Zwaanshals zijn afgeleid. Volgens de dichter Dirk Smits hadden op dit eiland veel stadszwanen waarschijnlijk hun winterverblijf. Een gedeelte van de Zwaanshalskade heette van 1889 tot 1930 Fabriekskade.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kortekade,1908

De Kortekade bij de Plaszoom ter hoogte van molen De Lelie, 1908-1912.

Dze kade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

De Lelie is een 8-kante stellingmolen uit 1740 gelegen aan de Kralingse Plas in Rotterdam, naast molen De Ster. In deze twee windmolens, die gebouwd werden als snuifmolens, worden nog altijd specerijen gemalen.

In 1740 werd de molen in het oude Kralingen gebouwd en heette toen De Ezel. In 1840 werd de molen naar de huidige plaats overgebracht.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

ter meulen aan de Binnenweg (Binnenwegplein),1964

In de rij voor opruiming in warenhuis ter Meulen aan de Binnenweg, 16 juli 1964.

Ter Meulen is een voormalig warenhuis, van 1951 tot de sluiting in 1993 gevestigd aan het Binnenwegplein. Hein ter Meulen opende op 26 september 1897 een manufacturenwinkel aan de Nieuwe Markt, hoek Halstraat. De zaak ontwikkelde zich tot een goedlopend warenhuis en stond bekend om zijn scherpe prijzen en goede kwaliteit.

Ter Meulen verhuisde in 1903 naar de Gedempte Slaak, in 1912 naar de Hoogstraat en in 1921 Hoogstraat, hoek Sint Janstraat. Bij het bombardement van 14 mei 1940 bleef van de winkel alleen een staketsel van constructiebalken over. In 1948 kregen architecten J.H. van den Broek en J.B. Bakema de opdracht tot de bouw van een nieuw gemeenschappelijk winkelcomplex aan de Binnenweg voor de firma’s H. ter Meulen, N.V. Kledingbedrijven Wassen, N.V. van Vorst schoenmagazijnen en Martin’s Tearoom Restaurant. Van den Broek en Bakema waren ook de ontwerpers van de Lijnbaan (1948-1952), het eerste autovrije winkelgebied in Europa, en andere winkelpanden in het centrum, zoals schoenmagazijn Huf. Het nieuwe winkelcomplex werd op 1 maart 1951 geopend door K.P. van der Mandele, voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Ter Meulen telde toen ruim vierhonderd personeelsleden.

Het Ter Meulengebouw vormt een stedenbouwkundige verbinding tussen de vooroorlogse winkelstraat de Binnenweg en de nieuwe winkelstraten de Lijnbaan en de Coolsingel. Het bijzondere van het honderd meter lange en dertig meter brede gebouw was dat het, hoewel het drie winkels herbergde, één geheel was. De afscheidingen tussen de winkels bestonden slechts uit drie grote glaswanden. De ruimtes waren vrij indeelbaar en daardoor flexibel. De overgang van buiten naar binnen was uitnodigend. Verticale glasvlakken in het horizontale gebouw markeerden de drie entrees. De transparante gevel op de begane grond was één grote etalage waarvan de ruiten in de vloer konden verzinken. Bij mooi weer kreeg men de illusie van een overdekte markt. Behalve de begane grond dienden ook de kelder en de eerste verdieping als verkoopruimten. Martin’s Tearoom Restaurant was op de entresol gevestigd. De verdiepingen bereikte men via in het midden aangebrachte roltrappen. Op de tweede verdieping bevonden zich de kantoor-, administratie- en personeelsruimten.

In het hele land was Ter Meulen vooral bekend vanwege zijn in 1954 opgerichte postorderbedrijf. Eind jaren tachtig bleek de Ter Meulen-formule uitgewerkt en in 1993 ging het bedrijf failliet.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zwembad De Plompert, 1969

Een aantal kinderen zwemt in het pas geopende zwembad De Plompert in het Zuiderpark, 23 mei 1969.

Het park werd ontworpen door gemeente-architect J.M.G.C. Hanekroot in 1951. Hoewel er dus geen nadruk lag op esthetisch groen werd er toch een fraai park in een romantische Engelse landschapsstijl gerealiseerd. De veelal rechthoekige gebruikselementen zijn ingebed in beplantingsstroken en gecombineerd met slingerende fiets- en voetpaden en grillige waterpartijen. Er werden vooral inheemse bomen en plantengebruikt als wilgen, populieren, essen, elzen en heesters. Het oorspronkelijke polderlandschap speelde nauwelijks een rol. Alleen de Waal en de Wiel bij de Schulpweg zijn oorspronkelijke waterpartijen. In het gedeelte bij de Kromme Zandweg zijn ook een korenmolen en twee boerderijen behouden. In het westelijk deel van het park werd in 1977 landhuis De Oliphant uit Heenvliet herbouwd, dat vanwege de havenuitbreidingen moest worden verplaatst.

In 1970 werden bij het Zuidplein sport- en tentoonstellingscomplex Ahoy’ en het openluchtzwembad De Plompert gerealiseerd. Ahoy’ werd ontworpen door Groosman in samenwerking met architectenbureau Pinnoo en Van der Stoep. De jonge constructeur Krijgsman ontwikkelde de vakwerkconstructie van de sporthal. Ahoy’ verving de oude Ahoy-hallen in Dijkzigt. Tussen 1995 en 1998 werd het complex gemoderniseerd en uitgebreid door Benthem Crouwel architecten en Kraaijvanger Urbis. Zwembad De Plompert werd eind jaren tachtig gesloten en gesloopt.

De uitbreiding van Ahoy’ en de sloop van De Plompert vormden eind van de twintigste eeuw de aanzet voor de herstructurering van dit deel van het Zuiderpark. Het volgroeide landschapspark, waaraan vanwege bezuinigingen sinds de jaren tachtig weinig onderhoud was gepleegd, werd als onveilig ervaren.

In 1999 is een grootscheepse herstructurering van landschapsarchitecte Ank Bleeker gepresenteerd met meer variatie in de beplanting, nieuwe recreatieve elementen, een wandelpromenade, meer waterpartijen en minder wilde bosschages. Hiervoor moeten tien- tot vijftienduizend bomen verdwijnen. Dwars door het park komt een wandelpromenade vanaf de Valkeniersweide naar de Waalhaven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van rotterdam.nl. http://www.rotterdam.nl/tekst:zuiderpark

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bredestraat, 1929

Menigte in de Bredestraat vanwege brand bij meubelmagazijn Van Reeuwijk aan de Kipstraat, 1929.

Uit Voorwaarts: sociaal-democratisch dagblad van 29 april 1929: „VAN REEUWIJK” TOTAAL VERWOEST. Zware brand in de Kipstraat. Groot aantal perceelen, waaronder de volgeladen magazijnen van Piet van Reeuwijk, door den vuurdemon verslonden. Heldendaad van een brandweerman. Schade pl.m. 1 millioen. Meer dan veertig stralen hebben het vuur ten langen leste bedwongen. De oorzaak ligt in het duister.

Van 1595 tot 1598 werden allerlei huizen aangekocht om de Prinsenstraat te verbreden en te verlengen tot de Oostwagenstraat (Goudsewagenstraat). De straat, die tot het bombardement bekend stond als Prinsenstraat, heeft echter nooit verder gelegen dan de Lange Baanstraat. De Bredestraat, die van de Lange Baanstraat naar de Goudsewagenstraat liep, heette in het begin ook Nieuwe, Brede of Oost-Prinsenstraat, terwijl de Prinsenstraat eertijds Oude of West-Prinsenstraat genaamd werd.

De oorsprong van de naam Kipstraat ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Delpher.nl. Lees verder op: https://www.delpher.nl/nl/kranten/view…

Met medewerking  van Rotterdam van toen

Blaak en de Noordblaak, 1873

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt.

In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen. Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan.

Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak. De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogeheten paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.

De fotograaf is Henri de Louw en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het herenhuis ‘De Heuvel’ aan de Baden Powelllaan, 1963

Herenhuis ‘De Heuvel’ in Het Park te Rotterdam was het hoofdgebouw van de voormalige buitenplaats ‘De Heuvel’. Het pand is rijksmonument en onderdeel van het beschermde stadsgezicht Scheepvaartkwartier.

Het huis is circa 1750 gebouwd als eenlaagspand met mezzaninoverdieping, eenlaags zijvleugels en een omlijste ingang in empirestijl. Het heeft als woonhuis gediend van een aantal bekende Rotterdamse families: van 1799-1819 was J.J. Elsevier eigenaar, en vanaf 1866 de houthandelaar en verzamelaar Abraham van Stolk Corneliszoon. Het lag oorspronkelijk tegen een zomerdijkje met de voorgevel gericht op de Westzeedijk. Rond 1855 werd de situatie gewijzigd en werd de voorgevel verplaatst naar de kant van de Nieuwe Maas. In 1875 werd het pand met de buitenplaats aangekocht door de Gemeente Rotterdam. In 1900 werd het terrein van de buitenplaats toegevoegd aan Het Park.

Vanaf 1910 werd het pand gebruikt door onder meer het Rode Kruis en de Academie van Beeldende Kunsten. Met de manifestatie Fenomena in 1985 kreeg het pand een horecabestemming en werd in gebruik genomen als restaurant. Na aankoop door Stadsherstel Historisch Rotterdam N.V. is het pand in 1996 gerestaureerd onder leiding van restauratiearchitect Ir. A. van der Zwan. Na sluiting van het restaurant werd het pand onder de naam ‘Het Heerenhuys’ in gebruik genomen als locatie voor bruiloften en recepties. Sinds 1 mei 2018 is er weer een dagzaak gevestigd: café ‘Dudok in het Park’.

Naast het herenhuis staat het naar ontwerp van J.F. Metzelaar rond 1870 in vroege chaletstijl uitgevoerde, wit gepleisterde, koetshuis met bovenwoning. Sinds 2015 in gebruik bij ‘Parkcafé Parqiet’.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen