Category Archives: Kralingen

Boszoom, 1969

Foto vanaf de Huslystraat/Viervantstraat richting sportvelden aan de Boszoom, 1969-1970 (geschat). Op de voorgrond de A16 en recht de Prinsenlaan.

De Boszoom is aangelegd op het tracé van een oude spoorbaan . Zij ligt niet ver van het Kralingse Bos.

De Prinsenlaan ligt in de Prins Alexanderpolder, waaraan zij haar naam ontleent. Prinsenland is een van de wijken in deze polder.

De Huslystraat en Viervantstraat zijn vernoemd naar architecten.

Rijksweg A16, ook wel A16 is een rijksweg uitgevoerd als autosnelweg in Nederland. De A16 vormt een belangrijke verbinding tussen Rotterdam en België. De weg begint in Rotterdam-Oost bij knooppunt Terbregseplein en loopt via Dordrecht en Breda naar België ter hoogte van Hazeldonk. Daarbij moet de snelweg drie brede waterwegen passeren: de Nieuwe Maas (over de Van Brienenoordbrug), de Oude Maas (door de Drechttunnel) en het Hollands Diep (over de Moerdijkbrug). De gehele A16 valt ook onder de E19 van Amsterdam naar Parijs.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Admiraliteitskade, 1966

Gezicht vanaf de Admiraliteitskade met op de achtergrond de openstaande Oostbrug in de Oostmolenwerf over het Haringvliet en in de verte de Hef, oktober 1966.

De Admiraliteitskade is genoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Molenwerf in het Oostnieuwland dankt haar naam aan de molen ‘de Roode Leeuw’ of kortweg ‘Roomolen’. Zij was op stadsgrond gebouwd en werd daar al in de tweede helft van de 16de eeuw aangetroffen. De molen was oorspronkelijk een houten standaard, doch ze moet in 1581 als stenen runmolen zijn herbouwd. In 1858 werd de molen ontdaan van haar wieken en balie. Daarna was ze als tapperij in gebruik. Het restant van de molen werd bij het bombardement in 1940 verwoest.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lambertusstraat, 1968

De Lambertusstraat ter hoogte van de Oudedijk, 1968.

Deze straat is vernoemd naar Sint Lambertus, schutspatroon van Kralingen. De naam van de straat komt sinds 1874 voor. Het R.K. Parochiaal Kerkbestuur van de H. Lambertus kreeg in 1875 vergunning om op de hoek van de Hoflaan en de Oostzeedijk een nieuwe kerk en pastorie te stichten. De kerk werd op 26 juni 1878 ingewijd.

De Oudedijk is een deel van de zeedijk, welke in de 12de eeuw is aangelegd. De Oudedijk sluit aan de oostzijde aan op de ‘s-Gravenweg en vroeger aan de noordzijde op de Crooswijkseweg. De Oudedijk verbond Kralingen met Rotterdam, waarmee de ouderdom van het gezegde ‘zo oud als de weg naar Kralingen’ wordt weergegeven.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hoflaan, 1888

Gezicht op de bruggetjes in de Hoflaan, 1888-1892.

De Hoflaan ontleent haar naam aan het Hof of Slot Honingen. De laan wordt al in 1674 vermeld.

Slot Honingen is een voormalig slot in Kralingen op de plaats van wat tegenwoordig het Park Honingen genoemd wordt.

De naam Honingen komt in 1297 voor het eerst voor, maar het is niet zeker of er toen al een kasteel stond. In 1318 bestond het al wel; toen droeg Ogier van Kralingen het huis ten Honingen op aan het Kapittel van Brielle en ontving het in leen terug.

In 1426 is het slot op last van de stad Rotterdam gesloopt, opdat de Hoekse troepen zich er niet konden verschansen. Volgens de kroniekschrijver Simon van der Sluys werd het slot vervolgens in 1462 weer in alle glorie opgebouwd. Het werd omringd door een grote vijver, die door een watering en een sluis met de Maas was verbonden, en een bos. Men sprak in die tijd van de Honinger Sluys en het Honinger Bosch. De naam is afgeleid van hoge(n) ingen, “hoge grond”.

In het jaar 1573 wordt nog vermeld dat de watergeus Lumey hier enige tijd gevangen heeft gezeten.

Dat de Spanjaarden er een puinhoop van gemaakt hadden blijkt uit het verslag van Lois: sedert de jaere 1574 door alle den inlantsche troubelen seer geruwineert ende bedorven ende verbrant, ende daernaer geheel tot een ruwiene blyven leggen.

Enkele jaren voor jonker Jan (Johan V van Assendelft, 1544-1618) in 1578 het bezit van Honingen aanvaardt, is het slot een der vele slachtoffers van de Tachtigjarige Oorlog, resterende alleenlyck de mueren.

Op de kaart van Rotterdam die Balthasar Floriszoon van Berckenrode in 1611 maakt, staat de ruïne nog midden in het water. Het bos loopt met de Hoflaan als noordgrens tot aan de Oudedijk.

Op 12 oktober 1668 koopt de stad Rotterdam van de heer Van Assendelft onder andere de heerlijkheid van Cralingen met de ruïne van het kasteel Honingen. In juni 1672 heeft de stad Rotterdam alles tot den gront toe laeten afbreecken ende alles laeten slechten.

Rond 1760 werd de rode beuk Fagus Sylvatica Purpurea geïmporteerd in Nederland. Een exemplaar dat omstreeks die tijd in het bos werd geplant, staat nu in een achtertuin van een huis aan de Hoflaan en is vermoedelijk de oudste boom van Rotterdam.

De foto komt uit de collectie topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kortekade,1908

De Kortekade bij de Plaszoom ter hoogte van molen De Lelie, 1908-1912.

Dze kade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

De Lelie is een 8-kante stellingmolen uit 1740 gelegen aan de Kralingse Plas in Rotterdam, naast molen De Ster. In deze twee windmolens, die gebouwd werden als snuifmolens, worden nog altijd specerijen gemalen.

In 1740 werd de molen in het oude Kralingen gebouwd en heette toen De Ezel. In 1840 werd de molen naar de huidige plaats overgebracht.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Slachthuiskade – Sophiakade, 1953

Pontje over de Boezem tussen de Slachthuiskade en de Sophiakade, 1953-1957.

De Slachthuiskade is vernoemd naar het Rotterdams Openbaar Slachthuis dat in 1897 werd gebouwd aan de Boezemstraat in Crooswijk. In de volksmond stond het al gauw bekend als het ‘abattoir’. Het lag dicht in de buurt van de veemarkt. In de loop van de jaren is herhaaldelijk gepoogd het slachthuis naar een ander deel van Rotterdam te verplaatsen. Tot 1981 bleef het echter op de oude plaats in gebruik. In dat jaar verhuisde men naar een nieuw slachthuis in de Spaansepolder. Het oude complex in Crooswijk werd kort daarop gesloopt. Van 1900 tot 1987 had een zijstraat van de Slachthuiskade de naam Slachthuisstraat. Deze straat heet thans Keurmeesterstraat.

De Sophiakade draagt de naam van H.M. Koningin Sophia (1818-1877), eerste echtgenote van Z.M. Koning Willem III. De Sophiakade heette eerst Boezemkade, daarna Rustwatkade naar de uitspanning ‘Rustwat’, gelegen op de hoek van de kade en de Goudse Rijweg bij de Boezembrug.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Buizengat, 1923

Balken hout van de familie Abraham van Stolk & Zn. in het water aan het Buizengat, 1923-1927.

Abraham van Stolk (1762-1819) was eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse houthandel. De familie Van Stolk bezat vanaf 1727 een houthandel aan de Rotterdamse Schie. Deze firma droeg sedert het begin van de negentiende eeuw de naam Abraham van Stolk. Wegens stadsuitbreiding werd het bedrijf in 1927 gedwongen te verhuizen naar de Delfshavense Schie. De weg langs het nieuwe bedrijf heet sinds 1928 de Abraham van Stolkweg.

Het Buizengat was een winterbergplaats voor haringbuizen. De stadsregering liet in 1591 in een gedeelte van de buitengrond nabij de Oostpoort een ruime winterbergplaats maken voor de haringbuizen. Deze lagen tot dusver gedurende de winter in de Blaak. De haven werd met palissaden omringd en van een muur voorzien. In 1689 werd het zogenaamde Reuzeneiland door de stad aan de Admiraliteit op de Maze overgedragen. Deze ontving daarvoor onder meer in ruil twee scheepstimmerwerven op het einde van het Haringvliet en de Nieuwehaven, genaamd de Binnenwerf. Evenals het daarvoor gelegen Bolwerk is deze weggegraven om beide havens in de Maas door het Buizengat te doen uitwateren. Het oude Buizengat is grotendeels weer aangepleind en Admiraliteitswerf geworden. Het overblijvende gedeelte ontving de naam Boerengat. In 1699 werd de haven in oostelijke richting vergroot. Een gedeelte kreeg de oude naam Buizengat, hoewel de bergplaats voor de haringbuizen toen naar het westen van de stad was verlegd.

De foto komt uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden ,1900

De Oostzeedijk en de Oostzeedijk Beneden vanuit het oosten bij de Gemeentelijke Gasfabriek, 1900. Op de achtergrond molen de Noord aan het Oostplein.

Dit deel van Schielands Hoge Zeedijk ligt ten oosten van de oude stad. De dijk is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd. Het gedeelte van de dijk, dat als Hoogstraat, Schiedamsedijk en Vasteland bekend is, verbindt de Oostzeedijk met de Westzeedijk, die ten westen van de oude stad ligt. Voor 1895, het jaar waarin Kralingen met Rotterdam werd verenigd, heette Oostzeedijk-Beneden ‘Lage Dijk’.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Admiraliteitskade,1900

Gezicht op de Admiraliteitskade met oliemolen ‘De Reus’ op de hoek van de Infirmeriestraat, 1900.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden, aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De Infirmeriestraat dankt haar naam aan de Infirmerie of het Ziekenhuis van de Marine, die na de opheffing van de daargelegen Marinewerf in 1849 verviel. Voorzover de opstal betreft, werd het geheel in 1854 door de gemeente van het rijk aangekocht. Vóór 1900 droeg de straat, die langs de Infirmerie liep de naam Olieslop, naar de omstreeks 1905 afgebroken oliemolen ‘de Reus’. De molen lag vlak tegenover de Infirmerie. Het Olieslop was de toegang tot de molen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Burgemeester P.J.Oud op het balkon van zijn woning aan de Hoflaan, 1945

Burgemeester P.J. Oud, die op het balkon van zijn woning aan de Hoflaan de Nederlandse vlag heeft uitgestoken, wordt toegejuicht door de Rotterdamse bevolking, 6 mei 1945.

Per 15 oktober 1938 werd Oud benoemd tot burgemeester van Rotterdam, waar hij, als de grote bezuiniger, kil werd ontvangen.

Het begin van de Tweede Wereldoorlog bracht het bombardement van Rotterdam waarbij het centrum van de stad in puin werd gelegd. De bezetter zag in hem geen bedreiging en daarom kon Oud aanblijven als burgemeester. Snel na de capitulatie begon burgemeester Oud leiding te geven aan het opbouwwerk. In de gemeenteraad kwam hij regelmatig in botsing met het enige raadslid van de NSB. In juni 1941 liet hij deze door een paar politiemannen uit een vergadering verwijderen. Verschillende NSB-ers namen wraak door de burgemeester een maand later op zijn werkkamer te overmeesteren en fotografeerden hem vervolgens, nadat ze de burgemeester een schortje met daarop een Pentagram hadden omgedaan. Dit was voor Oud reden om zijn ontslag in te dienen. Desondanks vonden sommigen dat Oud al te ver was meegegaan door zijn samenwerking met de Duitse bezetter. Tot het eind van de oorlog was de NSB’er Frederik Ernst Müller burgemeester van Rotterdam.

Kort voor zijn aftreden was Oud opgelicht door de verrader Anton van der Waals. Deze deed zich onder de naam Cranendonk voor als een Engelse geheim agent, met nauwe contacten met de Sicherheitsdienst. Volgens Van der Waals waren de Duitsers erop uit om de burgemeester te arresteren. Hij kon Oud echter naar Engeland helpen vluchten. Oud nam hem serieus en gaf Van der Waals twaalfduizend gulden voor de aankoop van een boot. De V-man kwam vervolgens telkens met uitvluchten waardoor Oud uiteindelijk afhaakte. Van der Waals Duitse opdrachtgever eiste dat hij de twaalfduizend gulden aan hen zou overhandigen, maar volgens hem was het gestolen tijdens een inbraak. De Duitsers lieten het er maar bij zitten, omdat Van der Waals te belangrijk voor hen was.

Gedurende de oorlogsjaren besteedde Oud zijn tijd aan het schrijven van zijn boeken, maar hij hield ook contact met belangrijke mensen uit het Rotterdamse bedrijfsleven en bestuur. Op 7 mei 1945 werd Oud weer burgemeester en bleef dat tot 1952. Deze tijd stond in het teken van de wederopbouw van de Rotterdamse haven en stad.

De fotograaf is Johannes Bob van Rhijn en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen