Category Archives: Centrum

De Kipstraat met rechts de Raadhuisstraat, 1934

Al in 1373 komt een straat onder de naam Kipsloot voor die langs het water van die naam liep. Nu loopt de Kipstraat van de Goudsesingel naar het Groenendaal. In oude stukken, tot in het midden van de 16de eeuw, komt het water ook wel onder de naam Rotte voor.

De naam Dijksloot herinnerde aan de oorspronkelijke bestemming, namelijk die van binnendijksloot langs de Schielands Hoge Zeedijk of Hoogstraat. Het gedeelte van de Oostpoort tot de Binnenrotte onderscheidde men als Kipsloot; het resterende deel van de sloot tot aan de Coolvest had verschillende benamingen. De Korte Kipstraat was de oudste benaming van het Achterklooster. Later werd de naam Korte Kipstraat gegeven aan de latere Kaasmarkt, die voordien Huibrug heette. De Kipsloot werd in 1860 gedempt.

De oorsprong van de naam ligt in het duister. Deze staat in ieder geval niet in verband met de dieren van die naam. Gedacht zou kunnen worden aan een huisnaam. De Kipstraat liep vóór in mei 1940 het bombardement van de Botersloot naar de Goudsewagenstraat. Na de oorlog is de naam Kipstraat gegeven aan een straat die van de Goudsesingel naar het Groenendaal loopt.

De informatie komt  uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking Rotterdam van toen

Leuvehaven, 1874

Zicht vanaf hotel Victoria op de Leuvehaven en omgeving, 1874-1878. Op de voorgrond de Stokkenbrug over de Zalmhaven, links de Nieuwe Leuvebrug.

De Leuvehaven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam.

Een verklaring voor de naam Stokkenbrug kan helaas niet gegeven worden. Mogelijk moet de naam in verband worden gebracht met de Rotterdamse familie Van der Stock. In 1782 kreeg de Zalmhaven een doorvaart naar de Leuvehaven en niet lang daarna vinden wij over deze ingang de Nieuwewerksbrug. In 1837 werd de brug over de Zalmhaven vernieuwd, in 1839 werd ze Stokkenbrug genoemd. De huidige Stokkenbrug werd in 1977 gebouwd. Op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W, de brug is verplaatst en heet tegenwoordig Lodewijk Pincoffsbrug.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Blaak en de bouw van de kubuswoningen aan de Overblaak, 1983

De kubuswoningen in Rotterdam zijn 38 kubusvormige paalwoningen en 13 bedrijfskubussen bij de Blaak nabij de Oude Haven. Ze zijn gebouwd tussen 1982 en 1984, na een eerste presentatie van de plannen in 1978. Het ontwerp van Piet Blom is een variant op de Helmondse kubuswoning in een iets groter maatraster. Het viaduct op één hoog heet officieel de Overblaak, maar het hele complex staat bekend als het Blaakse Bos. De kubuswoningen zijn gebouwd in de vorm van een gekantelde kubus op een paal, en worden ook wel paalwoning of boomwoning genoemd.

In de jaren 70 van de twintigste eeuw wilden architecten met inspraak van de bewoners en andere gebruikers herbergzame woonwijken maken als reactie op het grootschalig en een grijze modernisme van de architectuur van de wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog. Piet Blom, structuralist en adept van Aldo van Eyck ging ervan uit dat grootschalige bouwwerken op ‘s mensen maat moesten gebouwd worden door ze op te bouwen uit kleinschalige herkenbare elementen. Het basisidee, dat er gebouwd wordt op kolommen, zodat de ruimte onder de bebouwing openbaar kan blijven, is geïnspireerd door Le Corbusier. De eerste drie kubuswoningen werden in 1974 en 1975 gebouwd aan de Europaweg in Helmond, als voorproefje voor een groter project, dat in de jaren daarop gerealiseerd werd. De 18 woningen van het vervolgproject omringden het theater ‘t Speelhuis, waarmee ze een architectonisch geheel vormden.

In de kubuswoning van Blom zitten drie woonlagen: onderin het zogenoemde straathuis met de keuken en de woonkamer, tussenin het hemelhuis met ruimte voor studeer- en slaapkamers, en bovenin de loofhut, een driezijdige piramide met plaats voor een serre, een balkon of een bescheiden tuintje. In de zeshoekige kolom waarop de woning rust, bevinden zich de entree en het trappenhuis.

De kubuswoningen zijn in particulier bezit en worden bewoond. Vanwege de locatie boven een drukke autoweg zijn alle loofhutten uitgevoerd als gesloten kamers met kantelramen. De grotere kubussen huisvesten een amusementscentrum, kantoren en studio’s.

De foto komt uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Groenendaal gezien in de richting van de Overblaak (kubuswoningen), 1986

Het Groenendaal gezien in de richting van de Overblaak (kubuswoningen) met links de Burgemeester van Walsumweg, 25 april 1986.

Onder de naam Groenendaal komt al in 1550 de kade ten zuiden van de Steigersgracht voor. Pas in 1576 werd de verbinding tussen deze gracht en de Nieuwehaven tot stand gebracht. Het gedeelte van de Steigersgracht, waarlangs het Groenendaal liep en dat gelegen was tussen de Valkenbrug en de Nieuwehaven, kwam ook voor onder de naam Groenendaalsgracht. De naam Groenendaal herinnert aan de oude toestand in het begin van de 16de eeuw, toen dat gehele gedeelte nog weiland en tuin was en men ten zuiden van de buitendijksloot (Steigersgracht) als in een groen dal kwam. Op 11 januari 1911 werd besloten tot demping van de Groenendaalsgracht. Daarbij verviel ook de vroegere Poppenbrug, die over deze gracht lag ter hoogte waar ze in de Nieuwehaven uitkwam. Het huidige Groenendaal ligt ongeveer ter plaatse van de vroegere straat van die naam.

Gerard Ewout van Walsum (Krimpen aan den IJssel, 21 februari 1900 – Rotterdam, 27 juli 1980) was een Nederlands politicus die een vooraanstaande positie in de PvdA heeft bekleed. Onder meer was hij van deze sociaaldemocratische partij burgemeester van Rotterdam.

Na zijn middelbareschooltijd te hebben doorgebracht aan het Rotterdamse Marnix Gymnasium, bekwaamde Van Walsum zich van 1920 tot 1926 in de rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij begon zijn werkzame leven als medewerker van de Rotterdamse Kamer van Koophandel, waar hij opklom tot secretaris. In de jaren 30 werd hij ook lid van de hoofdredactie van het dagblad De Nederlander, de spreekbuis van de Christelijk-Historische Unie. Binnen de CHU bekleedde hij enige tijd het secretariaatschap. Ook was hij namens deze partij van 1939 tot 1941 lid van de raad van de gemeente Rotterdam.

Na de Tweede Wereldoorlog brak de van christelijk-historische huize zijnde Van Walsum in het kader van de ‘Doorbraak’ door naar de PvdA. Wat politieke functies buiten de PvdA betreft, zat hij vlak na de oorlog een aantal jaren (opnieuw) in de gemeenteraad van Rotterdam (was ook een jaar wethouder), in de Provinciale Staten van Zuid-Holland en in de Tweede Kamer, alvorens in 1948 met een burgemeestersloopbaan te beginnen, eerst die van Delft (1948-1952) en vervolgens die van Rotterdam (1952-1965).

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molen de Noord aan het Oostplein, 1989

Molen de Noord aan het Oostplein met op de voorgrond een gedeelte van de Oostpoort met daaraan huizen, 1898-1902.

Korenmolen De Noord was een stellingmolen aan het Oostplein in Rotterdam. De molen werd in 1711 gebouwd ter vervanging van een standerdmolen. Vanaf de bouw tot in de negentiende eeuw werd de Noord gebruikt als moutmolen; later werd overgeschakeld op het malen van graan voor veevoer. In 1919 dreigde sloop, wat ternauwernood voorkomen kon worden door ingrijpen van de gemeenteraad. De Noord werd gerestaureerd en verhuurd aan de firma van Vliet uit Goidschalxoord. Tijdens het bombardement op Rotterdam stond de omgeving in lichterlaaie. De molenaars lieten de wieken draaien om overslaan van de brand naar de molen te voorkomen.

In de nacht van 27 op 28 juli 1954 brandde de molen door onbekende oorzaak uit. De molenromp, die te slecht was om gebruikt te kunnen worden voor herbouw, werd in het najaar van hetzelfde jaar afgebroken. Een plan voor herbouw werd door de gemeenteraad afgekeurd.

Het Oostplein ligt nabij de plaats waar de vroegere Oostpoort stond. Er zijn verschillende poorten van deze naam geweest. De oudste poort moet kort na 1358 zijn gebouwd. De laatste Oostpoort werd in 1836 voor afbraak verkocht. Een klein gedeelte bleef nog tot 1912 staan. De naam Oostplein werd in 1871 gebruikt voor het gedempte gedeelte van de Oostvest, ook wel Oostvestplein geheten. In 1902 werd de naam gegeven aan het plein dat ontstaan is door demping van de uit 1576 daterende kolk aan de Oostpoort.

De foto komt uit de Collectie Topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van WIkipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Sculptuur van Naum Gabo voor de Bijenkorf, 1967

De ingang van de voetgangerstunnel van metrostation Beurs onder de Coolsingel, rechts voor het warenhuis de Bijenkorf en de sculptuur van Naum Gabo, 9 november 1967.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt.

De gestileerde bloem is een bijnaam van het kunstwerk zonder titel bij de ingang van de Bijenkorf in Rotterdam, ontworpen door Naum Gabo. Het wordt gezien als het belangrijkste werk in zijn oeuvre. In de wandeling wordt het beeld “het ding” genoemd.

Het beeld dat in mei 1957 voor het nieuwe gebouw van De Bijenkorf werd opgericht, is een bijzondere creatie in staal. De bouwer was de Constructiewerkplaats en Machinefabriek Hollandia NV in Krimpen aan den IJssel. Het werk is onderdeel van de Top 100 Nederlandse monumenten 1940-1958.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Jules Deelder lopend in het museumpark achter Museum Boijmans-Van Beuningen, 1973

Dichter en schrijver Jules Deelder lopend in het park achter Museum Boijmans-Van Beuningen, 1973.

Justus Anton (Jules) Deelder, vaak ook publicerend onder de naam J.A. Deelder (Rotterdam, 24 november 1944) is een Nederlandse dichter, voordrachtskunstenaar of performer en schrijver.

Deelder heeft een opvallende presentatie en men noemt hem soms ook wel de “De nachtburgemeester van Rotterdam.” Hij gaat onveranderd gekleed in een zwart maatpak, draagt zijn zwart geverfde haar altoos achterovergekamd en hij heeft op zijn kin een smal sikje en op zijn neus vaak een kunstzinnige bril. Het tijdschrift Esquire koos hem in 2010 als de best geklede man in het 20-jarig bestaan van het tijdschrift.

Deelder leeft langdurig samen met A.M.C. (Annemarie) Fok. In 1985 werd hun dochter Ari geboren. Hij schreef over haar het gedicht “Voor Ari”. De zestien regels zijn in 2002 afgebeeld over een lengte van 900 meter op de westwand van het fietspad in de Beneluxtunnel onder de Nieuwe Maas, tussen Pernis en Schiedam/Vlaardingen. Het is daarmee vermoedelijk het langste gedicht ter wereld.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Lange Torenstraat met de Paradijskerk, 1905

De Lange Torenstraat met de Paradijskerk, 1905-1920. Op de achtergrond de toren van de Sint-Laurenskerk.

In 1647 stichtte kapelaan Bernardus Hoogewerff een nieuwe kerkplek in Rotterdam, omdat de schuilkerk aan de Oppert (HH. Laurentius en Maria Magdalena of Oppertse Kerk) te klein was geworden. Hij deed dit in zijn geboortehuis genaamd Het Paradijs, gelegen in de oude binnenstad tussen de Slijkvaart (later Lange Torenstraat) en de Delftsevaart, niet ver van de St. Laurenskerk. De kerk werd gewijd aan Petrus en Paulus, en stond in het begin ten dienste van de klopjes, maar werd later in 1649 door Philippus Rovenius erkend als een zelfstandige gemeente.

In 1718 werd aan de Lange Torenstraat op de plaats van een te klein geworden kapel een nieuwe schuilkerk gebouwd die een jaar later gereed kwam. De kerk werd ingericht met beeldhouwwerken van Alexander Dominicus Pluskens. Bij het Utrechts schisma van 1723 koos de parochie samen met haar zusterparochie van de Oppertse Kerk de kant van het Utrechtse kapittel, waardoor zij ging behoren tot de Oud-Bisschoppelijke Clerezie (later Oud-Katholieke Kerk van Nederland). Pas toen het gebouw in 1901 een nieuwe voorgevel kreeg was het van buitenaf als kerk herkenbaar.

In 1907 werden er verzakkingen en vermolming van het hout van de galerijen geconstateerd waarna de kerk wegens bouwvalligheid niet meer gebruikt kon worden. Men besloot naar ontwerp van architect Petrus Augustinus Weeldenburg aan de Nieuwe Binnenweg een nieuw kerkgebouw te doen verrijzen. In 1908 werd met de bouw begonnen en in op 30 juni 1910 werd de nieuwe kerk geconsacreerd door mgr. N.B.P. Spit, bisschop van Deventer en pastoor van de Paradijskerk.

De fotograaf is Antonie Schaller en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Verlichte C&A aan de hoogstraat. 1910

Een avondopname van het verlichte warenhuis C&A aan de Hoogstraat – Korte Hoogstraat, 1910-1920.

C&A, een afkorting van Clemens & August Brenninkmeijer, is een van oorsprong Nederlandse keten van grote kledingwinkels. De Europese hoofdkantoren zijn gevestigd in Vilvoorde (België) en Düsseldorf (Duitsland). Wereldwijd werken er ongeveer 40.000 mensen voor C&A.

In 1841 openden twee Westfaalse textielteuten (ook wel todden of tötten genaamd), de broers Clemens en August Brenninkmeijer, een textielopslag in Sneek (Nederland) zodat ze minder vaak naar Westfalen (Duitsland) hoefden te reizen om stoffen op te halen. In 1841 begonnen de broers in dezelfde stad een winkel in confectiekleding. Het succes liet niet lang op zich wachten. Van 1900 tot 1911 floreren er talrijke C&A-winkels op het hele Nederlandse grondgebied. Daarna gaat het zeer snel: vanaf 1911 worden de eerste C&A’s geopend in Duitsland; in 1922 worden ze geïntroduceerd in Groot-Brittannië; daarna gaat de Europese expansie door.

De naam Hoogstraat komt voor het eerst in 1396 voor. Dit was het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, dat tot dan toe Oosteinde (1338), Middeldam (1357) en Westeinde (1359) had geheten. Deze namen hadden echter niet alleen betrekking op de Hoogstraat, maar ook op de straten in het Oost-, Midden- en Westvak gelegen. De Middeldam, die in 1351 nog Dam heette, is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd in de Rotte. Deze mondde met enkele duikersluizen uit in de Maas. De Middeldam strekte zich uit van de oosthoek van de Kerkstraat en de Grotemarkt tot de Lamsteeg. In 1533 besloot de vroedschap de Hoogstraat (in de resolutie Dijkstraat geheten) te verhogen van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. Ook de naam Hooge Dijkstraat komt voor. Het grootste gedeelte van de Hoogstraat loopt oost-west, een klein gedeelte noord-zuid. Dit laatste gedeelte wordt Korte Hoogstraat genoemd.

De fotograaf is Frans van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de zaak J.C. de Lange’s, Koninklijke Tuinbouwinrichting, bloemenwinkel Aert van Nesstraat, 1910

Gezicht op de zaak J.C. de Lange’s, Koninklijke Tuinbouwinrichting, bloemenwinkel op de hoek van de Aert van Nesstraat en de Nieuwe Kerkstraat, 1910-1930.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De Nieuwe Kerkstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar de Van Oldenbarneveltstraat. Bij besluit B&W 16 juni 1950 werd de naam ingetrokken. Op 10 maart 1626 werd een stuk land in het ambacht Cool aan de Singel gekocht door kerkmeesters van de stad Rotterdam. Ten westen van dit land werd in het daaropvolgende jaar een gemeenschappelijke laan gemaakt. In een akte van 13 januari 1629 wordt gesproken van Kerklaan. Een gedeelte heet thans Ammanstraat.

De fotograaf is Francois Henri (Frans) van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen