Category Archives: Delfshaven

De Voorhaven met op de achtergrond molen de Distilleerketel, 1935

De Voorhaven met op de achtergrond molen de Distilleerketel, 1935-1939. Op de voorgrond worden vaten verladen op de kade voor Henkes distilleerderij.

Voor Delfshaven en Rotterdam in 1886 werden samengevoegd, droeg de Voorhaven de naam Oudehaven. Daar laatstgenoemde naam reeds in Rotterdam voorkwam werd de naam Voorhaven, waaronder de haven ook wel bekend stond, officieel vastgesteld. Eveneens werd in 1886 de naam Voorstraat officieel vastgesteld. Deze naam, die aansluit op denaam Voorhaven, was reeds voor 1886 in gebruik.

In 1824 kocht Johannes Hermanus Henkes samen met twee vennoten, Arie de Jong en Gerke d’Arnaud Gerkens, de reeds bestaande korenwijnbranderij aan de Voorhaven 27 te Delfshaven op en noemden deze: De Ooyevaar. Ook namen zij een aandeel in de moutmolen “De Distilleerketel”, die zich op het Middelhoofd bevond. De ooievaar kan mogelijk in verband gebracht worden met de Haagse afkomst van Arie de Jong.

Op het ogenblik van koop was de branche herstellende van de crisis onder de Napoleontische tijd, toen bijna de helft van de Delfshavense destilleerderijen moest worden gesloten. In 1850 verving hij de rosmolen in de destilleerderij door een stoommachine en was daarmee de eerste in zijn branche die zulks deed. In de jaren 60 van de 19e eeuw werd het nog bestaande pand gebouwd, dat de hele wand Voorhaven 19-31 bestreek.

Het product van De Ooyevaar werd ook geëxporteerd en verwierf een medaille op de Wereldtentoonstelling van 1867 te Parijs.

De familie Henkes ondertussen spreidde haar activiteiten. Zo werd de Rotterdamsche Boek- en Kunstdrukkerij opgezet. Daarnaast werd een vennootschap aangegaan met de steenfabriek De Vlijt te Halsteren.

Van 1948 tot 1977 werden merken als Henkes Jonge Jenever, Henkes Vieux, Henkes Bessenjenever en vruchtendranken op de Nederlandse markt gebracht. In 1959 verkreeg Henkes het predicaat “Hofleverancier”. In 1967 werd de productie verplaatst naar Hendrik-Ido-Ambacht. Henkes was nu in handen gekomen van de Suiker Unie. In 1970 werd de Henkes Verenigde Distilleerderijen (HVD) opgericht, waarin de distilleerderijen van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en die van de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek werden ondergebracht. Iets later werd Rynbende overgenomen.

In 1986 begon Bols, toen reeds marktleider op dit terrein, zijn positie te verstevigen en kocht Henkes op. Henkes werd daarmee een merk van Bols.

De foto komt uit het archief van Spaarnestad en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Aelbrechtskolk en de hoek van de Schiedamseweg, 1917

Vernoemd naar graaf Aelbrecht van Beieren (1330-1404), graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland, aan wie Delfshaven zijn ontstaan te danken heeft. De stad Delft ontving van hem op 8 september 1389 een privilege tot het graven van een kanaal tussen Overschie en de rivier de Nieuwe Maas: de Delfshavense Schie. Voor de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 heetten de Aelbrechtskade en Aelbrechtskolk resp. Oostschiekade en Kolk. De sluis en brug werden bij besluit B&W 23 maart 1886 resp. Aelbrechtsluis en Aelbrechtsbrug genoemd.

De Schiedamseweg is de naam van de weg, die van Delfshaven naar Schiedam loopt. Bij besluit B&W 19 mei 1933 werd deze naam eveneens gegeven aan het gedeelte van de Mathenesserdijk tussen Marconiplein en de grens van Schiedam.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het zakkendragershuisje aan de Voorstraat, 1959

Het zakkendragershuisje aan de Voorstraat, 1959. Links de Aelbrechtskolk.

Van de Kroniek van Delfshaven:
Volgens de ornamentale gevelsteen, een zogeheten cartouche, dateert het Zakkendragershuisje aan de Voorstraat uit 1653. Dat moet dus de datum zijn, dat het Zakkendragershuisje tegen het zestiende-eeuwse Kraanhuis werd aangebouwd. Sinds 1965 staat het gehele pand bekend als Zakkendragershuisje.

In dit huisje kwamen de broeders van het zakkendragersgilde bijeen. De in schepen aangevoerde zakken graan, grondstof voor de vele distilleerderijen in Delfshaven, werden door de zakkendragers uitgeladen en op de rug, of soms het hoofd, naar de vele pakhuizen en branderijen gedragen. Wanneer er een schip moest worden gelost, dan luidde men de klok in het torentje. De zakkendragers kwamen op het klokkengelui af, waarna de strijd ontbrandde over wie de lading mocht lossen.

Meestal meldden zich namelijk meer zakkendragers aan dan er op dat moment nodig waren. Een worp (‘smak’) met dobbelstenen moest uitmaken wie aan het werk kon gaan en wie niet. Om onenigheid te voorkomen werd lading verplicht ‘versmakt’ in de ‘smakbak’. Daarin werden, via een trechter die bovenop de bak was geplaatst, voor iedereen zichtbaar twee grote dobbelstenen gegooid.

Wie de hoogste ogen had, won het werk. Er werd verdeeld naar gelang de aard en omvang van de lading tot een volledige ploeg van vijf man was samengesteld. Voor de hele vracht werd een prijs afgesproken, die dan onderling werd verdeeld. Het ging bij het zakkendragersgilde altijd om goederen waaraan een maat of een schep te pas kwam en die in een zak konden worden gedragen.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van https://jgsmits.home.xs4all.nl/del…/heden_zakkendragers.html

Met medewerking van Rotterdam van toen

Pelgrimsvaderkerk aan de Aelbrechtskolk, 1968

Avondfoto van de Pelgrimsvaderkerk aan de Aelbrechtskolk, 1968-1969 (geschat).

De Oude of Pelgrimvaderskerk aan de Aelbrechtskolk 20 is een kerk in historisch Delfshaven. Het exterieur heeft een karakteristieke voorgevel in régencestijl (1761) en klokkentorentje.

De kerk is als Sint-Antoniuskapel gebouwd in 1417 en maakte deel uit van de parochie Schoonderloo. In 1574 is de kerk in protestantse handen terechtgekomen.

De Oude of Pelgrimvaderskerk dankt haar internationale bekendheid aan de Pelgrimvaders. In 1620 hebben de Pilgrim Fathers hier hun laatste dienst in Nederland gehouden voor zij naar Amerika vertrokken. In de Verenigde Staten is de kerk daarom ook bekend onder de naam ‘Pilgrim Father Church’.

In 1761 is de kerk ingrijpend verbouwd. De kerk kreeg zijn huidige voorgevel en werd ook 3,5 meter verhoogd. De kerk is in 1958 gerestaureerd. Na aankoop door de Stichting Oude Hollandse Kerken is de kerk in de laatste jaren van de vorige eeuw (afronding in 1998) gerestaureerd. Ook het Witte-orgel is toen hersteld.

De belangrijkste bijzonderheden van de Oude Kerk zijn naast het orgel een 44 klokken tellend carillon, de rijk versierde preekstoel uit de 18de eeuw, het doophek, de glas-in-loodramen en de in oude stijl herstelde tuin.

De belangrijkste gebruiker van de Oude of Pelgrimvaderskerk is nog steeds de Hervormde Gemeente Delfshaven. Naast de kerkelijke activiteiten wordt de Oude of Pelgrimvaderskerk verhuurd voor concerten, lezingen, trouwerijen en exposities.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterhaven, 1965

De westzijde van de Achterhaven met het restant van molen De Distilleerketel, 10 april 1965. Links de Voorhaven.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Distilleerketel is een in 1986 gebouwde windmolen. Het is een stellingmolen en dus een bovenkruier. De stelling zit op 10 m hoogte. De molen staat in het Rotterdamse Delfshaven.

De molen is gebouwd naast de plek waar de oorspronkelijk in 1727 gebouwde Distilleerketel stond. Deze in 1899 afgebrande molen werd herbouwd en in 1940 tijdens oorlogshandelingen in brand geschoten. Deze molen maalde mout tot moutschroot voor de distilleerderijen.

Het besluit de molen te herbouwen kwam dusdanig laat dat herbouw op de oorspronkelijke plek onmogelijk was geworden vanwege de geplande bouw van een flat waar de stelling overheen zou komen te hangen. Bovendien was men al met de sloop van de oude molenromp begonnen. Door de Distilleerketel elf meter verderop te herbouwen, werd voorkomen dat de stelling boven de flat zou komen die naast de molen werd gebouwd. Bij de herbouw is de romp een meter hoger opgebouwd, waardoor de nieuwe molen slanker lijkt dan de oude.

De uit 1985 afkomstige bovenas is van gietijzer. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang.

De molen beschikte tot 2007 over de klassieke wiekvoering, met zeil en zeilrail oudhollandse tuigage; tegenwoordig zitten op de binnenroede fokwieken volgens het systeem Fauël, in combinatie met remkleppen. Vlucht van de molen is op de buitenroede 27,50 meter.

De molen heeft twee koppel maalstenen en wordt gebruikt voor het malen van graan voor consumptie.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schans, 1953

Huizen aan de Schans met op de achtergrond de Schiedamseweg, 1953.

Op bevel van het Hof van Holland moest Delfshaven in 1573 ‘sterk worden gemaakt’. Er werden schansen en wallen opgeworpen ter bescherming tegen de vijand.

De Schiedamseweg is de naam van de weg, die van Delfshaven naar Schiedam loopt. Bij besluit B&W 19 mei 1933 werd deze naam eveneens gegeven aan het gedeelte van de Mathenesserdijk tussen Marconiplein en de grens van Schiedam.

Delfshaven is gesticht naar aanleiding van het privilege van 8 september 1389, waarbij Hertog Aelbrecht van Beieren aan de stad Delft een vrije vaart vergunde van de stad tot in de Maas, met bepaling dat de vaart en het aanliggende land tot op 14 roeden afstand zouden staan onder de jurisdictie van Schout en Schepenen van Delft. Delfshaven is Delfts gebleven tot de val van de Republiek. Op 24 januari 1795 maakte de Haven zich van de stad Delft los. 19 Januari 1803 nam het Departementaal Bestuur van Holland een Besluit, waarbij werd verklaard, dat Delft en Delfshaven één gemeente gingen vormen met een bestuur dat verplicht bestond uit deels inwoners van Delft en deels inwoners van Delfshaven. Eind 1811 werd Delfshaven door toedoen van de Franse overheersing weer een zelfstandige gemeente. In 1886 werd de zelfstandigheid van Delfshaven voorgoed beëindigd door opname van Delfshaven in de gemeente Rotterdam.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Visafslaggebouw aan de Middenkous, 1933

Interieur van het visafslaggebouw aan de Middenkous, 1933.

De Middenkous is een oude haven in Rotterdam-Delfshaven. De haven is ontstaan in 1875 na het afdammen van de West Kous en de Oost Kous, de bevaarbare geul tussen Delfshaven en de Ruige Plaat, die Delfshaven van de Nieuwe Maas scheidde.

Een “kous” heeft in dit verband dezelfde betekenis als een “kil”, een geul dan wel smal kanaal tussen banken, droogten of platen enz., met name in zee vóór de kust, zoals de Kous in het Brouwershavense Gat, tussen Goeree en de Middelplaat voordat de Brouwersdam werd gebouwd. Er zijn, dan wel waren, dus meer “kousen”.

De Voorhaven en de Achterhaven in Delfshaven stonden vanaf het begin in rechtstreekse verbinding met de Nieuwe Maas. Voor de monding van deze havens ontwikkelde zich in de loop der eeuwen een grote zandbank, de Ruigeplaat. In de tweede helft van de negentiende eeuw, niet lang vóór de vereniging van Delfshaven met Rotterdam, werd besloten deze Ruigeplaat te ontwikkelen. De Kous, die veel eerder in het spraakgebruik en op de kaart al was gesplitst in een West Kous aan de westzijde van de ingang van de Voorhaven en Achterhaven en een Oost Kous aan de oostzijde van de genoemde haveningangen, werd daartoe afgedamd bij de Westkousdijk en de Oostkousdijk. De Ruigeplaat werd doorgegraven en van sluizen voorzien. Deze sluis met het voorhaventje werd de Schiemond genoemd. In 1968 is de Ruigeplaatsluis gesloten en heeft de Westzeedijk de verbinding tussen de Middenkous en de Nieuwe Maas verbroken.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Coolhaven, 1938

Gezicht op de Coolhaven, 1938.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De Coolsestraat, vroeger Coolweg geheten, liep vóór de vereniging van Delfshaven met Rotterdam juist op de grens tussen beide gemeenten. Ze ligt, evenals de Coolsedwarsstraat, in het oude ambacht Cool of West-Blommersdijk. De Klein-Coolstraat ligt in de voormalige Klein-Coolpolder. De Coolhaven en -straat liggen eveneens in de vroegere Coolpolder. Voor de Coolhaven werd op 27 februari 1923 de eerste spade in de grond gestoken. De beide bruggen liggen over het binnenhoofd van de Parksluizen. Aan het ambacht of de polder Cool herinnerden vroeger ook nog de Coolhoek, de Coolskade en de Coolsche weg of Coolsche Binnenweg. Cool is nu een woonwijk, gelegen tussen Coolsingel en Schiedamsesingel enerzijds en Mauritsweg en Eendrachtsweg anderzijds.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rösener Manzstraat, 1931

Openbare school voor G.L.O. in de Rösener Manzstraat op nummer 284, 5 maart 1931. Gezien vanaf de Korfmakersstraat.

Deze straat is vernoemd naar Johan Wilhelm Rösener Mansz, 1824-1894, burgemeester van Delfshaven 1866-1870.

Delfshaven is gesticht naar aanleiding van het privilege van 8 september 1389, waarbij Hertog Aelbrecht van Beieren aan de stad Delft een vrije vaart vergunde van de stad tot in de Maas, met bepaling dat de vaart en het aanliggende land tot op 14 roeden afstand zouden staan onder de jurisdictie van Schout en Schepenen van Delft. Delfshaven is Delfts gebleven tot de val van de Republiek. Op 24 januari 1795 maakte de Haven zich van de stad Delft los. 19 Januari 1803 nam het Departementaal Bestuur van Holland een Besluit, waarbij werd verklaard, dat Delft en Delfshaven één gemeente gingen vormen met een bestuur dat verplicht bestond uit deels inwoners van Delft en deels inwoners van Delfshaven. Eind 1811 werd Delfshaven door toedoen van de Franse overheersing weer een zelfstandige gemeente. In 1886 werd de zelfstandigheid van Delfshaven voorgoed beëindigd door opname van Delfshaven in de gemeente Rotterdam.

De Korfmakersstraat herinnert aan het korfmakersbedrijf, een van de bronnen van bestaan in het oude Delfshaven.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

R.S. Stokvis en Zonen aan de Ruigeplaatweg, 1920

Binnenplaats van het magazijn van R.S. Stokvis en Zonen aan de Ruigeplaatweg, 1920.

R.S. Stokvis en Zonen was een Rotterdamse handelmaatschappij die in 1849 werd opgericht. Het bedrijf handelde in ijzer en staal, ijzerwaren, gereedschappen, automaterialen, schokdempers, bougies, hefbruggen, hang- en sluitwerk, elektrotechnisch materiaal, isolatiemateriaal, pakkingen, plastics, radio’s en tv’s, bromfietsen en fietsen, auto’s, oliën, vetten en chemicaliën, maar ook in koffie. Het was het grootste handelsbedrijf in West-Europa. Het bestond als zelfstandige onderneming tot 1972.

In 1844, begon Rafaël Samuel Stokvis (1807-1889) met een handel in ‘Brabandsche (lees Belgische) gegoten ornamenten en andere ijzerwaren’ aan het Hang. Zijn oudste zoon zat al in deze branche te Brussel en breidde na zijn terugkeer naar Rotterdam samen met zijn vader de zaak uit tot een (zoals het op 1 mei 1849 in de krant werd beschreven) “Handel in Engelsche IJzerwaren, Gereedschappen en Brabantsche Gegoten Ornamenten in het groot”. Op 1 mei 1849 werd de firma voortgezet onder de naam “R.S. Stokvis en Zoon”, nu gevestigd aan de Delftschevaart te Rotterdam. De “zoon” is Samuel Rafaël (1827-1908), bijgenaamd S.R. senior. Zijn jongere broer Salomon Raphaël (1833-1900), die S.R. junior werd genoemd kwam vervolgens de gelederen versterken. Vanaf 1859 gingen de beide broers verder onder de naam “R.S. Stokvis en Zonen”, zonder hun vader. Aan het eind van de 19de eeuw deden zonen van S.R. senior en junior hun intrede in het familiebedrijf dat in 1904 werd omgezet in een naamloze vennootschap: NV Handelmaatschappij van R.S. Stokvis en Zonen. Op het hoogtepunt had het bedrijf in Nederland achttien filialen, later verkoopkantoren genoemd.

De handelmaatschappij importeerde en verkocht tal van technische goederen, uiteenlopend van smeermiddelen tot consumentenproducten als rijwielen en bromfietsen. Voor de afzet en service ontwikkelde Stokvis in de loop van de 20ste eeuw een landelijk net van vestigingen met magazijnen, met daarnaast een aantal regiokantoren. Het bedrijf (met het hoofdkantoor te Rotterdam) zelf telde in de jaren vijftig twintig handelsafdelingen. Stokvis verwierf belangen in vele industriële ondernemingen, waarvan het in Den Haag gevestigde Van der Heem, met het merk Erres  R.S. (Stokvis) wel het bekendste was. Andere Stokvisbedrijven waren EMI, Indola, en ASW van het merk Fasto F(rederik) A(ndré) Sto(kvis) (kleinzoon van S.R. junior). Ook fabriceerde Stokvisbedrijven Solex bromfietsen in licentie en fabriceerde of importeerde ze diverse andere (brom)fietsmerken, zoals Amstel, RAP, Zündapp, Mobylette, Kreidler en Puch en ook het fietsmerk Kroon.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen