Category Archives: Middelland

Schietbaanlaan, 1954

De Schietbaanlaan gezien vanuit de Heemraadssingel, 1954.

De naam van deze laan verwijst naar de schietbaan van de Koninklijke Scherpschutters, die daar in 1867 werd gebouwd. De toegang tot het oefenterrein was bij de huidige Schietbaanstraat. Deze straat vormde voor 1894 een onderdeel van de Oude of Coolsche Binnenweg. De Schietbaanbrug is de rustieke voetgangersbrug over de Heemraadssingel ter hoogte van de Schietbaanlaan.

De Heemraadssingel is vernoemd naar de heemraden van Schieland. Deze naam herinnert aan de poldergeschiedenis. Vóór de aanleg van de singel liep hier de Heemraadsweg.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Monument G.J. de Jongh in de tuin van museum Boijmans van Beuningen – Mathenesserlaan, 1935

Het monument voor G.J. de Jongh in de tuin van museum Boijmans van Beuningen aan de Mathenesserlaan, 1935.

Gerrit Johannes de Jongh (Willemstad, 4 juli 1845 – ‘s-Gravenhage, 31 januari 1917) was in de hoedanigheid van directeur van de dienst Gemeentewerken Rotterdam van 1879 – 1910 de ‘havenbouwer en stadsontwikkelaar’ van de Maasstad.

In feite was het De Jongh die bepaalde hoe de ontwikkeling van de stad werd vormgegeven. Onder zijn leiding werd voor het eerst een elektriciteitsnetwerk aangelegd. Ook zorgde hij voor de waterleiding en een moderne riolering.

De Westersingel, Noordsingel en de Boezemsingel werden onder leiding van De Jongh aangelegd naar een ontwerp van zijn voorganger Willem Nicolaas Rose.

Gerrit De Jongh werd vooral bekend vanwege zijn bemoeienis met de uitbreiding van de havens. In 1893 deed hij de oostzijde van de Parkhaven voltooien; in 1894 de Rijnhaven. De westzijde van de Parkhaven, die onderdeel uitmaakt van de zogenoemde Müllerpier, werd in 1908 tegelijk met de Sint Jobshaven opgeleverd.

Na de Katendrechtse havens in 1893 en 1896 en na de reeds genoemde Rijnhaven, volgde in 1906 de voltooiing van de Maashaven. De vrijkomende grond van de nieuwe Waalhaven, waarmee in 1907 een aanvang werd gemaakt, werd door een buizenstelsel naar een tussen twee tochten gelegen deel van de Prins Alexanderpolder bij de Kralingse Plas getransporteerd. Zodoende kon op de opgehoogde grond naar het idee van De Jongh het Kralingse Bos worden gerealiseerd.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Garage Cito aan de Joost van Geelstraat, 1931

CiTO Autobedrijf is een van de oudste garagebedrijven uit Rotterdam, nu gevestigd in Capelle aan den IJssel. In 1927 gestart in de Joost van Geelstraat en vanaf de jaren ʻ60 door de familie Rustwat tot grote bloei gebracht. Aanvankelijk een universeel autobedrijf voor alle automerken en vanaf 1986 officieel Subaru Dealer. Dit unieke familiebedrijf is sinds 2006 gevestigd in een prachtig pand in de gemeente Capelle a/d IJssel op de grens van Rotterdam-Zevenkamp.

Joost van Geel (Rotterdam, 20 oktober 1631 – aldaar, 31 december 1698) was een Nederlands kunstschilder, zakenman en dichter.

Hij was opgeleid tot handelaar maar werd als dichter en schilder bekend. Van Geel maakte in zijn jeugd reizen door Frankrijk, Duitsland en Engeland om zijn schilderkunst te verbeteren. Aangenomen wordt dat hij een leerling van Gabriël Metsu was die weleens schilderijen van Van Geel als zijn eigen werk uitgaf. Zijn stijl lijkt ook op die van zijn stadgenoot Jacob Ochtervelt. Van Geel had een voorkeur voor huiselijke en Bijbelse taferelen als onderwerp maar schilderde ook zeegezichten.

Van Geel schreef ook gedichten, waarvan enkele bij zijn leven los uitgegeven werden. In 1724 verschenen zijn verzamelde gedichten postuum gebundeld. Hij huwde in 1666 en kreeg vijf kinderen, van wie er twee jong stierven.

In 2011 werd in het tv-programma Tussen Kunst & Kitsch een schilderij van hem met de titel ‘Het Kantwerkstertje’ ontdekt welke aldaar getaxeerd werd op 250.000 euro.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van cito.subaru.nl/over-cito-autobedrijf en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwe Binnenweg, 1969

Het nachtleven op de Nieuwe Binnenweg, februari 1969.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, behoort tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje. In 1894 waren èn deze Oude Binnenweg èn het Geldelooze pad verdwenen door de aanleg van straten.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noodwinkels aan de Mathenesserlaan, 1941

Deze laan draagt de naam van de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam. Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse. De Mathenesserdijk, vroeger Schiedamsedijk geheten, maakt deel uit van Schielands Hoge Zeedijk. De dijk heette vroeger ook Groenedijk. De Mathenesserbrug ligt over de Delfshavense Schie en verbindt het Mathenesserplein en de Mathenesserlaan met de Mathenesserweg. De eerste brug van die naam werd in 1923 in gebruik genomen. In 1983 is ze vervangen door de huidige brug.

De foto komt uit de collectie topografie en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

‘s-Gravendijkwal met links de Nieuwe Kerk (Delfshaven), 1909

Gezicht op de ‘s-Gravendijkwal met links de Nieuwe Kerk (Delfshaven) en het weiland aan het eind van de straat achter de Ochterveltstraat, 14 mei 1909. Vlaggen ter ere van de geboorte van prinses Juliana.

Deze kerk is gebouwd als nieuwe Nederlands Hervormde kerk van Delfshaven, vermoedelijk ter vervanging van een te klein geworden voorganger. Inwijding 23 juni 1903. Zaalkerk in de vorm van een Grieks kruis, inwendig voorzien van galerijen. Vierkante toren met helmdak links naast de voorgevel. Forse rondboogvensters in voor- en zijgevels, voorzien van bakstenen traceringen. Karakteristiek werk in het oeuvre van B. Hooijkaas en M. Brinkman, gebouwd onder invloed van de stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900 in de geest van het rationalisme. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek buiten gebruik gesteld in 1974 en in het jaar daarna gesloopt.

De ‘s-Gravendijkwal is vernoemd naar de vroeger ongeveer op deze plaats gelegen dijk in het ambacht Cool, die al in 1358 onder de naam ‘s-Gravendijkwal voorkomt. De dijk, gelegen ten oosten van het Middelland die later ook wel Dijkwal wordt genoemd, is misschien onder graaf Floris V aangelegd. Voor het gebouw van de voormalige Eerste H.B.S. aan de ‘s-Gravendijkwal staat het monument van de beroemde Rotterdamse scheikundige Dr. Jacobus Henricus van ‘t Hoff 1852-1911. Dit monument werd op 17 april 1915 onthuld.

De foto komt uit de collectie topografie Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam en van Reliwiki.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Claes de Vrieselaan, 1976

Gezicht op de Claes de Vrieselaan met Carel’s Patat voor het transformatorhuis bij de Nieuwe Binnenweg, 2 augustus 1976.

Claes de Vriese kreeg rond 1270 van graaf Floris V vergunning om Schoonderloo te bedijken. Schoonderloo was een dorpje tussen Delfshaven en Rotterdam.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De foto komt uit de collectie topografie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rochussenstraat, 1967

Sloop van nachtclub en cabaret L’Ambassadeur aan de Rochussenstraat 172, juni 1967. Op de achtergrond een deel van het Maritiem Museum Prins Hendrik.

Uit het Vrije Volk van 13 juni 1967:
Zesentwintig jaar nadat het als „noodvoorziening” was opgetrokken is nu de witgepleisterde nachtclub I’Ambassadeur aan de Rochussenstraat met pensioen gestuurd. Gisteren is de nieuwe I’Ambassadeur geopend; schuin aan de overkant van het oude etablissement, aan het eind van de ‘s-Gravendijkwal, kan men thans voor avond- en nachtvertier terecht in een fraaie club. Aan de inrichting daarvan is alle zorg besteed, er bevinden zich twee bars in en een ruime dansvloer. De nieuwe Ambassadeur vormt een stevig contrast met de oude, die ook wat zijn interieur aangaat, toch wel duidelijk op sterven na dood was.

Na Cascade en Habanera verdwijnt thans dus ook de derde noodnachtclub. Zeer binnenkort zullen de slopers I’Ambassadeur met de grond gelijkmaken. De laatste herinnering aan het feit, dat de mens ook in de donkere oorlogsjaren ruimte nodig had om af en toe aan de zwier te gaan, zal daarmee vervagen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk (via delpher.nl)

Met medewerking van Rotterdam van toen

Van Cittersstraat, 1926

Gezicht op de Van Cittersstraat bij de hoek van de Hofstedestraat, 16 april 1926.

Jhr. Frédéric van Citters (Rheden, 13 juni 1839 – Ginneken, 12 november 1922) was een Nederlands burgemeester.

Hij begon zijn burgemeesterscarrière in 1867 te Rhoon en in 1871 werd hij burgemeester van Bodegraven. In 1879 volgde zijn benoeming tot burgemeester van Delfshaven wat hij zou blijven tot Delfshaven in 1886 opging in de gemeente Rotterdam. Daarna was hij tot 1910 wethouder in Rotterdam.

Petrus Hofstede (Zuidlaren, 16 april 1716 – Rotterdam, 27 november 1803) was een Nederlands gereformeerd theoloog en predikant. Hij nam vol overgave deel aan een groot aantal theologische discussies en conflicten, waarin hij een traditioneel standpunt innam, tolerantie van minderheden afwees en uitging van de band tussen de gereformeerde kerk, de Republiek en het Oranjehuis.

Petrus Hofstede was een zoon van de predikant Johannes Hofstede en Maria Abbring. Hij studeerde filosofie in Groningen, maar moest de stad verlaten nadat hij anoniem een satire had gepubliceerd op hen die alleen in naam studeerden, de pseudo-studiosus hodiernus (de hedendaagse schijnstudent). Hij vervolgde zijn studies aan de Universiteit van Franeker. Hij was predikant te Anjum (1739-1743), te Steenwijk (1743-1745), te Oostzaandam (1745-1749) en in Rotterdam tot aan zijn overlijden in 1803. Hier was hij vanaf 1770 ook hoogleraar aan de Illustere School. Met zijn even rechtzinnige Rotterdamse collega Johannes Habbema richtte hij in 1774 het theologische maandblad De Nederlandsche Bibliotheek op. Na een heftige aanval op de Utrechtse hoogleraar Rijklof Michaël van Goens werd in 1775 de verkoop in Utrecht door de Staten verboden. Na zijn dood werd hij begraven in de Laurenskerk. Zijn grafzerk is gespaard gebleven bij het bombardement op Rotterdam in de meidagen van 1940, en is geplaatst in een kapel van de Noorderzijbeuk.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Robert Fruinstraat, 1969

Gezicht op de Robert Fruinstraat met op de achtergrond het Gemeentearchief in aanbouw, 9 juni 1969.

Robert Jacobus Fruin (Rotterdam, 14 november 1823 – Leiden, 29 januari 1899) was een Nederlands historicus.De rechtsgeleerde Jacobus Anthonie Fruin was een broer van hem.

Robert Fruin was de eerste in het land die geschiedenis als wetenschap beoefende. Veel studie maakte hij van het werk van Leopold von Ranke en hij kan als diens leerling gelden.

In 1842 begon hij met een studie klassieke filologie. Hij promoveerde in 1847 en werd leraar aardrijkskunde en geschiedenis aan het Stedelijk Gymnasium in Leiden. Fruin bekleedde als eerste de leerstoel vaderlandse geschiedenis – dat wil zeggen Nederlandse geschiedenis – aan de Rijksuniversiteit Leiden, van 1860 tot 1894. Hij aanvaardde zijn ambt met een rede De onpartijdigheid van den geschiedschrijver.

Fruin streefde ernaar om van verhalende geschiedenis naar meer analyserende geschiedenis te komen. Ook had hij oog voor het belang van het detail in de historische gebeurtenissen. Zijn visie op de geschiedenis draagt het stempel van het Thorbeckiaanse liberalisme. Hierdoor kwam hij onder meer in conflict met de antirevolutionair Groen van Prinsterer, die hij goed kende. Zijn benadering van de 17e eeuw was evenwel nationalistisch. De Republiek was een bijzonder geval in de Europese geschiedenis. Zijn ongenuanceerde visie op Lieuwe van Aitzema is jarenlang bepalend geweest.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.
met medewerking van Rotterdam van toen