Politie te paard in de Hoogstraat, 1965

Politie te paard in de Hoogstraat met links de V&D, 15 mei 1965.

De naam Hoogstraat komt voor het eerst in 1396 voor. Dit was het gedeelte van de Schielands Hoge Zeedijk, dat tot dan toe Oosteinde (1338), Middeldam (1357) en Westeinde (1359) had geheten. Deze namen hadden echter niet alleen betrekking op de Hoogstraat, maar ook op de straten in het Oost-, Midden- en Westvak gelegen.

De Middeldam, die in 1351 nog Dam heette, is rond het midden van de 13de eeuw aangelegd in de Rotte. Deze mondde met enkele duikersluizen uit in de Maas. De Middeldam strekte zich uit van de oosthoek van de Kerkstraat en de Grotemarkt tot de Lamsteeg.

In 1533 besloot de vroedschap de Hoogstraat (in de resolutie Dijkstraat geheten) te verhogen van de Schiedamsepoort tot de Oostpoort. Ook de naam Hooge Dijkstraat komt voor. Het grootste gedeelte van de Hoogstraat loopt oost-west, een klein gedeelte noord-zuid. Dit laatste gedeelte wordt Korte Hoogstraat genoemd. Vroeger heette dit ook wel Schiedamsedijk.

De huidige Korte Hoogstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De huidige Hoogstraat heeft van de Korte Hoogstraat tot de Botersloot haar oorspronkelijke ligging behouden. Vanaf laatstgenoemde straat tot het Oostplein is ze in noord-oostelijke richting omgebogen.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Achterhaven, 1965

De westzijde van de Achterhaven met het restant van molen De Distilleerketel, 10 april 1965. Links de Voorhaven.

De Achterhaven ligt achter, of ten oosten van, de Voorhaven in Delfshaven. De Achterhaven is gegraven volgens een concessie van 3 juli 1451, waarbij de stad Delft van hertog Philips van Bourgondi toestemming verkreeg tot het graven van een ‘nieuwe haven’. Tot de vereniging van Delfshaven met Rotterdam in 1886 werd deze zowel Achterhaven als Nieuwehaven genoemd. De straten langs de haven heetten toen Achterstraat en Achterwater. Omdat in Rotterdam eveneens een Nieuwehaven bestond, besloot men de haven en de erlangs lopende straten de naam Achterhaven te geven. In 1962 werd een gedeelte van de bebouwing van de Havenstraat en het Piet Heynsplein afgebroken ten behoeve van een doorvaartverbinding van de Achterhaven met de Coolhaven.

De Distilleerketel is een in 1986 gebouwde windmolen. Het is een stellingmolen en dus een bovenkruier. De stelling zit op 10 m hoogte. De molen staat in het Rotterdamse Delfshaven.

De molen is gebouwd naast de plek waar de oorspronkelijk in 1727 gebouwde Distilleerketel stond. Deze in 1899 afgebrande molen werd herbouwd en in 1940 tijdens oorlogshandelingen in brand geschoten. Deze molen maalde mout tot moutschroot voor de distilleerderijen.

Het besluit de molen te herbouwen kwam dusdanig laat dat herbouw op de oorspronkelijke plek onmogelijk was geworden vanwege de geplande bouw van een flat waar de stelling overheen zou komen te hangen. Bovendien was men al met de sloop van de oude molenromp begonnen. Door de Distilleerketel elf meter verderop te herbouwen, werd voorkomen dat de stelling boven de flat zou komen die naast de molen werd gebouwd. Bij de herbouw is de romp een meter hoger opgebouwd, waardoor de nieuwe molen slanker lijkt dan de oude.

De uit 1985 afkomstige bovenas is van gietijzer. De as wordt gesmeerd met reuzel en de kammen (tanden) op de tandwielen met bijenwas. De vang, waarmee het wiekenkruis wordt afgeremd, is een met een wipstok bediende Vlaamse vang.

De molen beschikte tot 2007 over de klassieke wiekvoering, met zeil en zeilrail oudhollandse tuigage; tegenwoordig zitten op de binnenroede fokwieken volgens het systeem Fauël, in combinatie met remkleppen. Vlucht van de molen is op de buitenroede 27,50 meter.

De molen heeft twee koppel maalstenen en wordt gebruikt voor het malen van graan voor consumptie.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Politiebureau van politie Haagseveer, 1962

Het Haagseveer met rechts het hoofdbureau van politie en de Delftsevaart, gezien vanaf de met sneeuw bedekte Noordmolenwerf, 1962-1966.

Het schippersveer op Den Haag was aan deze kade gelegen evenals het kantoor van het wagenveer. Een huis ”s-Gravenhage’ trof men hier al in 1596 aan. In het midden van de 17de eeuw is er sprake van ‘het Haagscheveer’ op de Delftsevaart, in 1707 is er bijgevoegd ‘naest het Coolhuys’ (de Sint Jorisdoelen). Delftsevaart was vroeger de gewone naam van deze straat. Later sprak men van Delftsevaart, anders genaamd Haagseveer. De laatste naam kwam in de 19de eeuw steeds meer in zwang. Na het bombardement werd het Haagseveer in zuidelijke richting verlengd met een gedeelte van de Westewagenstraat.

De Delftsevaart kan men beschouwen als een gedeelte van de vaart ‘van Rotterdam naar de Schie’, voor het graven waarvan graaf Willem IV op 9 juni 1340 aan Rotterdam vergunning gaf. Zij dankt haar naam aan de stad Delft. In 1368 sprak men van de vaart van der Spoeije en veel later nog, o.a. in 1608, is er sprake van Schieweg W.Z.. aan de Doelweg (Haagseveer). Beide zijden van de vaart hebben lang de naam Delftsevaart gedragen. De kaden werden eerst in het midden van de 16de eeuw bebouwd. Voor die tijd lagen hier slechts tuinen en scheepstimmerwerven. In het begin van de 19de eeuw noemde men het gedeelte dat tussen de Galerij en de Sint Jacobsstraat lag Rijkelui Delftsevaart. Verderop sprak men van de Gemeenelui Delftsevaart.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Straatweg, 1967

Bouw van het viaduct voor Rijksweg 20 bij Station Noord, gezien vanaf de Gordelweg richting Straatweg, 1967 (geschat).

De Gordelweg was oorspronkelijk de noordelijke gordel of rand van de stad. Het Gordelpad loopt ten noorden van deze weg langs het Noorderkanaal. De Gordelbrug is de benaming van de twee bruggen over het Noorderkanaal, die het Schieplein aansluiting geven op de Gordelweg. Deze bruggen vervingen de in 1937 gebouwde brug van die naam, die tot 1969 in het verlengde van de Statenweg over het kanaal lag.

De Straatweg loopt van de Ceintuurbaan tot aan de splitsing Bergse Dorpsstraat en Weissenbruchlaan en tussen de Bergse Voorplas en de Bergse Achterplas door. De vroegere naam was Bergweg.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Doesburgstraat in het Gelderse Dorp aan het Noorderkanaal, 1946

Het begrip nooddorp is in Rotterdam gebruikt als aanduiding voor wijken met noodwoningen die gebouwd zijn in de Tweede Wereldoorlog.

Bij het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940 verloren 80.000 Rotterdammers hun woning. Om deze mensen te huisvesten werd in opdracht van de gemeente Rotterdam een aantal wijken met noodwoningen gebouwd:

Het Drentse dorp was een complex van 189 houten woningen bij het Noorderkanaal. Deze woningen zijn al in de Hongerwinter voor een groot deel in Rotterdamse kachels verdwenen.
Het Utrechtse dorp met 119 stenen woningen, eveneens bij het Noorderkanaal. Na ruimen van het puin in Rotterdam was de beschikbaarheid van stenen geen probleem.
Het Gelderse dorp met 159 stenen woningen, eveneens bij het Noorderkanaal.
Het Brabantse dorp met 525 stenen woningen in de buurt van het Zuidplein.
Laag Zestienhoven of Landzicht met 200 woningen in Overschie
Smeetsland met 515 woningen in IJsselmonde
Soms wordt ook de wijk Wielewaal in Charlois als nooddorp aangeduid. Deze wijk verrees echter pas 9 jaar na het bombardement en behoort tot de periode van de wederopbouw.

Het totaal aantal gebouwde noodwoningen stond in geen verhouding tot het aantal verdwenen woningen (24.000 bij het bombardement in 1940 en ruim 2600 woningen bij het bombardement op Rotterdam-West in 1943). Tot ver in de jaren zestig was er in Rotterdam nog een grote woningnood.

De bewoners van de nooddorpen hadden in Rotterdam geen goede naam. De huisvesting in de Rotterdamse binnenstad was voor 1940 erbarmelijk hoewel een deel van sloppen van het Zandstraatkwartier al was gesloopt. Veel van de armsten uit de binnenstad kwamen in de noodwoningen terecht.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kruiskade richting het Corsotheater, 1961

De Kruiskade richting het Corsotheater, 28 augustus 1961.

De Kruiskade komt al in 1506 onder deze naam voor. Het was toen nog maar een voetpad. Dit pad werd in de eerste helft van de 19de eeuw door de Rotterdamsche Werkvereeniging verbreed en tot een schelpweg gemaakt. In 1853 werd de weg door de stad overgenomen en bestraat.

In 1401 werd ze de ‘Ka tot Rotterdam in Cool’ genoemd. De oudste kaart waarop de Kruiskade voorkomt dateert uit 1540. Hierop wordt het verlengde van deze kade in westelijke richting tot aan de Delfshavense Schie ‘doorgeghraven oude ka’ genoemd. De kade moet ouder zijn dan 1389, het jaar waarin toestemming werd verleend om deze Schie te graven.

De Kruiskade en haar verlengingen (West-Kruiskade, Middellandstraat en Vierambachtsstraat) vormden de zuiddijk van de ambachten Blommersdijk en Beukelsdijk. Voor het graven van de Rotterdamse Schie zal de Kruiskade ten oosten aangesloten hebben op de Hofdijk. Haar naam dankte ze waarschijnlijk aan de ‘cruyskamp’, een stuk land dat vanaf het einde van de 15de tot in de 18de eeuw in Beukelsdijk in het ambacht van Cool was gelegen. Vroeger was het Kruisplein een pleintje aan het begin van de West-Kruiskade en de Diergaardesingel. Nu is het het lange plein, dat de verbinding vormt tussen het Stationsplein en de Westersingel.

De Kruisstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Kruiskade naar het Stationsplein. Ze lag op de plaats van de oude Koningslaan, die in 1881 door de stad werd overgenomen. De Koningslaan was waarschijnlijk genoemd naar de aanlegger van de laan. In 1648 is er sprake van de Cruyslaan buiten de Delftse Poort. Misschien is dit dezelfde laan. De huidige Kruisstraat is een straat achter het concertgebouw De Doelen, lopende van de Karel Doormanstraat naar het Kruisplein.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met Medewerking van Rotterdam van toen

Van Brienenoordbrug, 1965

Publiek wandelt op het wegdek van de nieuwe Van Brienenoordbrug, 30 januari 1965.

De Van Brienenoordbrug is een vaste oeververbinding over de Maas vernoemd naar het nabij gelegen Eiland van Brienenoord. Het eiland dankt zijn naam aan koopman en politicus Arnoud Willem baron van Brienen van de Groote Lindt (1783-1854). Als heer van Dordtsmonde beschikte van Brienen over visprivileges in de omgeving van Dordrecht. In 1847 verwierf hij een oord in de Nieuwe Maas dat sindsdien zijn naam draagt. Officieel kreeg het bij besluit van Burgermeester en Wethouders in 1895 de naam Eiland van Brienenoord. Op deze plek werd de van Brienenoordbrug gebouwd.

Rijkswaterstaat kwam in 1959 met het plan voor de aanleg van de van Brienenoordbrug als derde vaste oeververbinding over de Maas na de Willemsbrug (1878) en de Maastunnel (1942). De plannen voor de brug dateerde al uit de jaren dertig maar het gereserveerde geld ging toen naar de Maastunnel. De brug bestaat uit een boogbrug met in het verlengde daarvan drie basculebruggen. Ze werd in zijn geheel ter plaatse gebouwd naar ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat. In 1961 werd een aanvang gemaakt met de bouw, in 1962 stelde de gemeenteraad de naam van Brienenoordbrug officieel vast en op 1 februari 1965 opende koningin Juliana de brug.

Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes, gaf in 1986 het sein tot het in de grond trillen van de eerste paal voor de verdubbeling van de brug. Het project zou in 1992 klaar moeten zijn. Deze keer werd de boog niet ter plaatse gebouwd, want men wilde het scheepvaartverkeer zo min mogelijk hinderen. Op 25 februari 1989 werd de nieuwe boog naar zijn definitieve plaats gevaren en was het opnieuw Smit-Kroes die het brugdeel plaatste. De tweede van Brienenoordbrug werd geopend door J.R.H. Maij-Weggen, minister van Verkeer en Waterstaat op 1 mei 1990. Tegelijkertijd demonstreerden op de brug verpleegkundigen voor meer salaris en milieuactivisten tegen toename van het autoverkeer.

De brug werd één van de breedste en drukste autosnelwegen van Nederland. De totale lengte bedraagt 1320 meter en met zijn ruim 300 meter overspanning is het de grootste brug van Nederland. Aangezien de doorvaarhoogte ongeveer 24 meter is, moet voor een deel van de scheepvaart de brug worden geopend, een karwei dat zo’n 18 minuten duurt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stationsplein, 1965

Wachten bij de tramhaltes op het Stationsplein, 1965 (geschat). Hier tram 16 en rechts het Groothandelsgebouw.

In 1878 werd de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij (RTM) opgericht. De eerste paardentram in Rotterdam reed in 1879. Later reden er ook stoomtrams in en om de nog niet uitgebreide stad.

Met de invoering van de elektrische tram in 1904 werd er een nieuwe trambedrijf opgericht, genaamd: Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij (RETM). Op 18 september 1905 nam de RETM de eerste elektrische tramlijn in gebruik, lijn 1 Honingerdijk – Beurs – Park. In 1906 kwamen er nog vijf lijnen bij. In 1907 en 1908 werden er nog vier lijnen in gebruik genomen.

De RETM droeg na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf over aan de gemeente Rotterdam. Op 4 april 1927 valt het Raadsbesluit en op 15 oktober van dat jaar wordt de RETM een gemeentelijk vervoerbedrijf en krijgt het de naam RET, de 1903 werknemers komen in dienst van de gemeente.

Het Groothandelsgebouw is een gebouw en Rijksmonument in het centrum van Rotterdam, ontworpen door de architecten H.A. Maaskant en Ir. W. van Tijen, gelegen aan het Stationsplein naast het Centraal Station van de stad en aan het Weena.

Groothandelsgebouw is zoals de naam in origine werd geschreven. Het was daarmee een “gebouw voor de groothandel”. Begin 21ste eeuw draagt het gebouw een gewijzigde naam, namelijk Groot Handelsgebouw, hetgeen met letters, inclusief de hoofdletters, boven op het gebouw wordt aangegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Blaak, 1965

Kantoorgebouwen van de Algemene Bank Nederland, Gulf en Nederlandsche Middenstandsbank aan de Blaak, 1965 (geschat).

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’.

De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd. Sinds 1577 werden erven aan de Zuidblaak door de stad verkocht als bouwgrond, sinds 1581 ook aan de Noordblaak. Tot 1613 werd de vest voor scheepstimmerwerven gebruikt. In 1867 is een gedeelte van de Blaak gedempt ten behoeve van de bouw van een nieuw postkantoor. Het resterende gedeelte is in 1940 gedempt met het puin van de huizen uit de verwoeste binnenstad. De namen Noord- en Zuidblaak voor de straten ter weerszijden van het water zijn toen vervallen.

Sindsdien geldt de naam Blaak voor de brede verkeersweg die door de demping is ontstaan. Later werd de Blaak in westelijke richting doorgetrokken. De nieuwe weg ontving de naam Westblaak. De Overblaak is de straat die over de Blaak heenloopt, en is een onderdeel van het zogeheten paalwoningencomplex. In de volksmond is hieraan de naam Blaakse Bos gegeven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De zesdaagse van Rotterdam, Ahoy 1971

Burgemeester en wethouders tijdens de Zesdaagse van januari 1971. Op de fiets links burgemeester W. Thomassen, naast hem wethouder H. v.d. Pols, en daarnaast oud-wethouder R. Langerak. De wielrenner geheel rechts is ir. B. Fokkinga, directeur Dienst Stadsontwikkeling.

De wielersport is sinds eind negentiende eeuw populair in Rotterdam. In die tijd mochten bezitters van een twee- of driewieler niet zomaar de openbare Rotterdamse weg op. Het hoofd van de politie gaf pas een vergunning af als de fietser een cursus bij een rijwielschool had gevolgd. Hoewel de voetbalsport in die periode aan een snelle opmars bezig was, was de wielersport toch populairder.

Tegen het einde van de negentiende eeuw waren de wedstrijdfietsen al een stuk verbeterd. In de verslagen werden ze aangeduid als ‘karretjes’. Op deze wedstrijdfietsen werd ook de bekende THOR-wedstrijden Rotterdam-Utrecht-Rotterdam verreden. De eerste wedstrijd, verreden in 1893, werd gewonnen door de sportman bij uitstek, de niet-Rotterdammer Jaap Eden. Hij werd in de jaren negentig van die eeuw onder meer driemaal wereldkampioen schaatsen en tweemaal wereldkampioen bij het wielrennen. Het fenomeen Jaap Eden was een van de sporters die er voor zorgde dat de sportbeoefening in Nederland aanzien kreeg.

Rotterdam bleef ook in de twintigste eeuw het decor voor wielerwedstrijden. Zo werd op 29 juli 1923 aan de Kralingseweg voor uitverkochte tribunes de Rotterdamse wielerbaan geopend. Het was een mooie houten baan, waar nationale wedstrijden werden gehouden.
De bekendste wielrenners uit die dagen reden er hun wedstrijden. De wielerbaan werd in 1934 alweer gesloopt.

De Zesdaagse van Rotterdam ontstond in 1936. De allereerste wielerzesdaagse werd in november van dat jaar gehouden in de voor dat doel speciaal aangepaste en verwarmde Nenijtohal. Wat nu Ahoy voor de wielerwereld is, was toen – heel bescheiden – de Nenijtohal. In 1937 volgde nog een Zesdaagse, maar wegens een slechte organisatie is het daarna afgelopen. Pas in 1968 en 1969 keerde het wielerfestijn terug in Rotterdam, nu in de Energiehal. Vanaf 1971 werd het beter toegeruste Ahoy’-complex, dat over een wielerbaan beschikt, jaarlijks de plaats waar de wielrenners in koppels hun rondjes rijden. Vele tienduizenden bezoekers wisten hun weg naar het wielerfeest in Ahoy te vinden. De Zesdaagse ontwikkelde zich onder leiding van oud-Zesdaagse legende Peter Post van een honderdvierenveertig uur durende koers tot een zes-avonden-wedstrijd met meer spektakel. In 1988 komt aan de traditie een eind vanwege de steeds hogere kosten. Pas in januari 2005 keerde de Zesdaagse na zeventien jaar afwezigheid weer terug naar Rotterdam. De comeback van de Zesdaagse was te danken aan de inspanningen van de vroegere gangmaker Joop Zijlaard en zijn zoon Michael. Zij vonden dat Leontien Zijlaard-Van Moorsel, na vier olympische gouden medailles, negen wereldtitels en een baanrecord, een groots afscheid verdiende in de stad waar het drietal woonde. Leontien Zijlaard-Van Moorsel kreeg haar spectaculaire afscheid en bovendien bleek na zes avonden de Rotterdamse Zesdaagse een kostendekkend succes te zijn. De jarenlange wielertraditie uit de jaren zeventig en tachtig werd definitief voortgezet.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen