Tag Archives: rotterdam

Linker Rottekade,1951

De Linker Rottekade bij de Jonker Fransstraat, gezien vanaf de Noorderbrug, 1951.

Deze kade heet naar het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft. De Rotte wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’.

De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding bleef staan met de Maas.

De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt.

Deze straat draagt de naam van Jonker Frans van Brederode (1466-1490), die als aanvoerder van de Hoeken in 1488 Rotterdam tegen Maximiliaan van Oostenrijk wist te verdedigen. In de volksmond werd de straat wel Jonker Frankenstraat genoemd naar analogie van de vooroorlogse Lange en Korte Frankenstraat. Vroeger liep hier ter plaatse, van de Goudsesingel naar de Rubroekse molen, een pad dat vanwege haar lengte in de volksmond ‘het Gebed zonder end’ heette.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Beursplein, 1951

Gezicht op het Beursplein bij avond, 1951-1955.

Het Beursplein is vernoemd naar het nieuwe, in 1940 gereedgekomen, beursgebouw aan de Coolsingel, ontworpen door architect J.F. Staal. Voordien werd dit plein Spinhuisstraat genoemd. Tot 1942 bevond zich bij de Blaak een plein dat eveneens de naam Beursplein droeg.

HEMA (voorheen als acroniem van Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam) is een van oorsprong Nederlandse keten van warenhuizen in Britse handen. Er zijn vooral vestigingen in Nederland, maar ook in België, Luxemburg, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Engeland (sinds juni 2014) en de Verenigde Arabische Emiraten (sinds 2018). Het was tot juli 2007 onderdeel van Maxeda (waar ook Vroom & Dreesmann, Praxis en De Bijenkorf onder vielen), maar werd verkocht aan de Britse investeringsmaatschappij Lion Capital. Het warenhuis kenmerkt zich door het aanbod van producten voor dagelijks gebruik en een assortiment dat vrijwel geheel speciaal voor HEMA geproduceerd is.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van Toen

Station Delftsepoort-Proveniersplein, 1935

De achterzijde van het station Delftse Poort, met de toegangsbrug aan het Proveniersplein, 5 juli 1935.

Station Rotterdam Delftsche Poort was een spoorwegstation aan de Oude Lijn van Amsterdam naar Rotterdam. Het station lag ten oosten van het huidige station Rotterdam Centraal.

Het eerste station Delftsche Poort werd geopend in 1847 bij de voltooiing van de spoorlijn Amsterdam – Rotterdam. Het station werd ontworpen door Cornelis Outshoorn, een assistent van Frederik WillemConrad. Hij koos voor een neo-Tudorstijl met drie grote bogen over het spoor waar de stoomtrein onder door kon.

In 1868 werd besloten een spoorwegviaduct (het Luchtspoor) door de stad te bouwen voor de verbinding met Dordrecht. De ligging van het station Delftsche Poort bleek niet te combineren met het aan te leggen viaduct, waarna een nieuw station Delftsche Poort ten noordwesten van het oude station werd gebouwd. Dit station was ontworpen door K.H. van Brederode en werd opgeleverd in 1877. Het eerdere stationsgebouw werd omstreeks 1878 afgebroken.

Door het bombardement van 14 mei 1940 raakte het station Delftsche Poort ernstig beschadigd. Het station werd in 1957 vervangen door het Station Rotterdam CS, dat, behoudens op het stationsgebouw zelf, in de communicatie van de NS sinds 29 mei 2000 Rotterdam Centraal heette.

De foto komt uit de Collectie Koops en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bergweg, 1932

De Bergweg ter hoogte van de Zwart Janstraat, 1932.

De Bergweg dankt zijn naam aan het voormalige dorp Hillegersberg, ook wel Den Berg genoemd, dat in 1941 door Rotterdam werd geannexeerd. De Bergweg heette vóór 1897 Oost-Blommersdijkschenweg. De Bergweg maakte deel uit van de oude 12de eeuwse zeedijk. De naam ‘Berchwech’ komt in 1387 voor het eerst voor. In de 19de eeuw treft men ook de naam Blommersdijksche Straatweg aan.

Het strenge bewind van de Spaanse koning Filips II als landsheer van de Nederlanden leidt tot een opstand, waarbij Willem van Oranje vanaf 1568 ook geuzen gebruikt. Rotterdam, en in ieder geval het stadsbestuur, is rond 1570 nog erg Spaansgezind en neemt ter beveiliging van haar handel en scheepvaart deel aan de bestrijding van de geuzen die op 1 april 1572 Brielle innemen en op 7 april ook Delfshaven.

Burgemeester Roos en de smid Swart Jan
Spaanse troepen trekken vervolgens naar Rotterdam om van daaruit Delfshaven te heroveren. Bij hun aankomst op 8 april gaat het echter mis: een beschonken menigte houdt de Spanjaarden bij de Oostpoort tegen, zodat zij de nacht buiten moeten doorbrengen. De volgende dag, 9 april, mogen de getergde Spanjaarden wel de stad in trekken, maar de intocht van soldaten in grote aantallen loopt uit op gewelddadige schermutselingen waarbij ongeveer veertig Rotterdammers de dood vinden. Onder de Rotterdammers die daarbij worden vermoord, bevinden zich de stadsbestuurder Jan Jacobsz. Roos en de smid ‘Swart Jan’, die als eerste sneuvelde bij de Oostpoort. Tegenwoordig herinneren de Burgemeester Roosstraat en de Zwartjanstraat in de wijk het Oude Noorden nog aan de Spaanse terreur.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Ommoordseweg, 1969

Oud en nieuw Ommoord in de sneeuw, 1969 (geschat). Op de voorgrond de Acht Zaligheden, acht arbeiderswoningen aan de Ommoordseweg 222-236.

Ommoord is een wijk in het noordwesten van het Rotterdamse stadsdeel Prins Alexander. Ommoord wordt omsloten door de autosnelweg A20 in het zuiden, de rivier de Rotte in het noorden, de wijk Zevenkamp in het oosten en het Terbregseveld in het westen. Qua oppervlakte en inwonersaantal behoort Ommoord tot de grootste wijken van Rotterdam.

Het gebied waar van af 1965 een woonwijk verrees, heeft een lange voorgeschiedenis. De naam Ommoord is waarschijnlijk ontstaan uit Ouwe Moor, = oud moeras. In 1300 is er al sprake van het Ouwemoorse Meertje.

In de eerste helft van de 19e eeuw bestond het gebied ten noordoosten van Rotterdam grotendeels uit veenplassen die door het afgraven van het veen ten behoeve van turf waren ontstaan. In 1843 werden de eerste plannen gemaakt voor droogmaking, maar het duurde tot 1859 voor er bruikbare plannen op tafel kwamen. Voordat het droogmalen begon (1867), werden eerst de ringdijken en -vaarten verstevigd of opgehoogd. In 1868 kregen de huurders van de onteigende percelen de aanzegging om het veld te ruimen. Bij het opnieuw inrichten van de drooggemaakte polder wilde men alles egaliseren en een nieuw verkavelingsplan maken. Op 26 oktober 1866 legde prins Alexander, de jongste zoon van koning Willem III en koningin Sophie van Württemberg, de eerste steen voor het stoomgemaal in Kralingse Veer, het Prins Alexander gemaal. In augustus 1869 kwam het in bedrijf en drie jaar later werden de eerste stukken drooggevallen grond verhuurd. Eind 1872 was de polder redelijk droog, maar er werd gewacht met de verkoop van gronden totdat sloten en tochten voldoende functioneerden. Het grondpeil eindigde in 1873 op ca. 6,30 meter onder zeeniveau. De grond was bestemd voor landbouw en veeteelt. Op 31 mei 1873 gaf de regering de polder de naam Prins Alexanderpolder, naar prins Alexander. Bijna honderd jaar heeft het gebied dienstgedaan als (vooral) tuinbouwgebied. Door het gebied liep een kronkelige weg, de Ommoordseweg, die Terbregge verbond met Oud Verlaat.

Vanwege de grote behoefte aan woningen in de regio Rotterdam werd in 1959 het structuurplan Rotterdam-Capelle uitgebracht, de eerste ideeën gingen uit van een nieuw te bouwen woonwijk met zo’n 50.000 woningen. De wijk Ommoord werd ontworpen in de jaren zestig van de vorige eeuw volgens een steden­bouwkundig concept van Lotte Stam-Beese en kent in het middengebied veel hoogbouw, terwijl de laagbouw aan de randen hieromheen is gesitueerd. Ommoord kenmerkt zich door veel groen en een open ruimtelijke opzet. Wethouder mr. H. Bavinck sloeg op 29 december 1965 de eerste paal voor de Kellogg ERA-flat de grond in, de start voor een wijk die uiteindelijk 12.500 woningen zou gaan tellen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwe Binnenweg, 1969

Het nachtleven op de Nieuwe Binnenweg, februari 1969.

Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo. Ze werd Coolsche weg of Binnenweg genoemd. De Binnenweg had een afslag naar Delfshaven; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf.

De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De oude Binnenweg bleef tot de Josephstraat bestaan, doch vandaar is zuidelijk van de bestaande Binnenweg een nieuwe verkeersweg gemaakt tot het hierboven genoemde uitpad. Dit pad werd verbeterd en verbreed tot Delfshaven. In 1888 is voor het gedeelte van de Coolsingel tot Westersingel de bijvoeging ‘oude’ verdwenen, het gedeelte van de Westersingel tot Josephstraat is, hoewel oud, behoort tot de Nieuwe Binnenweg. Het oude gedeelte, dat van de Josephstraat de polder inliep langs de tegenwoordige Schietbaanstraat, tot waar het met een hoek op de tegenwoordige Schonebergerweg uitkwam, bleef Oude Binnenweg en van die hoek tot het kerkhof te Schoonderloo, Geldelooze pad of Zwarte wegje. In 1894 waren èn deze Oude Binnenweg èn het Geldelooze pad verdwenen door de aanleg van straten.

In 1977 is de bijvoeging ‘oude’ weer in ere hersteld voor het gedeelte van de Binnenweg tussen Karel Doormanstraat en Westersingel. Het gedeelte van de weg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijn 5 op het tramviaduct aan de Schieweg, 1969

Tramrijtuig van lijn 5 op het tramviaduct aan de Schieweg ter hoogte van de Talmastraat, 16 januari 1969.

De Rotterdamse Schie is de vaart, die ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 werd gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis. De Oost-Schiekade was omstreeks 1562 nog maar een betrekkelijk smalle zomerkade. Eerst in 1741 werd deze door de stad bestraat, voor rekening van de eigenaars van de huizen aan de kade en de 1ste, 2de en 3de Schielaan. Dit waren drie laantjes die vanaf de Oost-Schiekade langs de tuinen van de buitenhuizen liepen. De West-Schiekade was breder en werd als rijweg naar Delft gebruikt. Bij een overeenkomst in 1471 werd bepaald dat het onderhoud van deze weg van de Delftse Poort tot aan het Leprooshuis voor rekening van de stad kwam. Het onderhoud van het gedeelte tot aan de Waelheul (Heulbrug) zou worden betaald door de ingelanden van de ambachten van Beukelsdijk, Cool, Schoonderloo, West-Blommersdijk en Blijdorp.

De Talmastraat herinnert aan Aritius Sybrandus Talma, 1864-1916, staatsman en theoloog, lid van de Tweede Kamer, minister van Landbouw, Nijverheid en Handel. Hij was de grondlegger van de sociale verzekeringswetgeving.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Mauritsweg, 1969

Lijn 3 komt uit de Van Oldenbarneveltstraat en slaat rechtsaf naar de Mauritsweg, 1969 (geschat).

Deze straat is vernoemd naar Johan van Oldenbarnevelt, 1547-1619, pensionaris van Rotterdam 1576-1586, raadpensionaris van Holland 1586-1618. Stadspensionaris van 1576 tot 1586. Hij slaagde erin de positie van Rotterdam te versterken door onder meer de stad in 1581 een stem te geven in de Staten van Holland. Tijdens de tien jaren van zijn pensionarisschap werd Rotterdam de zevende van de grote steden van Holland, in plaats van de eerste van de kleine steden. Van Oldenbarnevelt speelde ook een belangrijke rol bij de oprichting van de VOC. Tijdens de godsdiensttwisten gedurende het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) kwam Van Oldenbarnevelt, inmiddels raadpensionaris van de Staten van Holland, tegenover stadhouder Maurits te staan. Dit leidde in 1619 tot zijn terechtstelling. Zijn standbeeld staat voor het stadhuis.

Deze weg draagt de naam van Prins Maurits, 1567-1625, stadhouder van Holland 1585-1625. Maurits gaf de opdracht om Van Oldenbarnevelt terecht te stellen. De Mauritsstraat heette voor 1876 Waschbleeklaan. Deze laan, waaraan zich verschillende washuizen en blekerijen bevonden, dateerde van omstreeks 1650. In 1660 komt ze reeds onder deze naam voor, in 1870 werd ze door de stad overgenomen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van rotterdam van toen

Boszoom, 1969

Foto vanaf de Huslystraat/Viervantstraat richting sportvelden aan de Boszoom, 1969-1970 (geschat). Op de voorgrond de A16 en recht de Prinsenlaan.

De Boszoom is aangelegd op het tracé van een oude spoorbaan . Zij ligt niet ver van het Kralingse Bos.

De Prinsenlaan ligt in de Prins Alexanderpolder, waaraan zij haar naam ontleent. Prinsenland is een van de wijken in deze polder.

De Huslystraat en Viervantstraat zijn vernoemd naar architecten.

Rijksweg A16, ook wel A16 is een rijksweg uitgevoerd als autosnelweg in Nederland. De A16 vormt een belangrijke verbinding tussen Rotterdam en België. De weg begint in Rotterdam-Oost bij knooppunt Terbregseplein en loopt via Dordrecht en Breda naar België ter hoogte van Hazeldonk. Daarbij moet de snelweg drie brede waterwegen passeren: de Nieuwe Maas (over de Van Brienenoordbrug), de Oude Maas (door de Drechttunnel) en het Hollands Diep (over de Moerdijkbrug). De gehele A16 valt ook onder de E19 van Amsterdam naar Parijs.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Pelgrimsvaderkerk aan de Aelbrechtskolk, 1968

Avondfoto van de Pelgrimsvaderkerk aan de Aelbrechtskolk, 1968-1969 (geschat).

De Oude of Pelgrimvaderskerk aan de Aelbrechtskolk 20 is een kerk in historisch Delfshaven. Het exterieur heeft een karakteristieke voorgevel in régencestijl (1761) en klokkentorentje.

De kerk is als Sint-Antoniuskapel gebouwd in 1417 en maakte deel uit van de parochie Schoonderloo. In 1574 is de kerk in protestantse handen terechtgekomen.

De Oude of Pelgrimvaderskerk dankt haar internationale bekendheid aan de Pelgrimvaders. In 1620 hebben de Pilgrim Fathers hier hun laatste dienst in Nederland gehouden voor zij naar Amerika vertrokken. In de Verenigde Staten is de kerk daarom ook bekend onder de naam ‘Pilgrim Father Church’.

In 1761 is de kerk ingrijpend verbouwd. De kerk kreeg zijn huidige voorgevel en werd ook 3,5 meter verhoogd. De kerk is in 1958 gerestaureerd. Na aankoop door de Stichting Oude Hollandse Kerken is de kerk in de laatste jaren van de vorige eeuw (afronding in 1998) gerestaureerd. Ook het Witte-orgel is toen hersteld.

De belangrijkste bijzonderheden van de Oude Kerk zijn naast het orgel een 44 klokken tellend carillon, de rijk versierde preekstoel uit de 18de eeuw, het doophek, de glas-in-loodramen en de in oude stijl herstelde tuin.

De belangrijkste gebruiker van de Oude of Pelgrimvaderskerk is nog steeds de Hervormde Gemeente Delfshaven. Naast de kerkelijke activiteiten wordt de Oude of Pelgrimvaderskerk verhuurd voor concerten, lezingen, trouwerijen en exposities.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen