Tag Archives: 1937

Coolsingel 1937

De Coolsingel met links de hoek van de Aert van Nesstraat, 1937.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht. In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

Aert Jansse van Nes (Rotterdam, ged. 13 april 1626 – aldaar, 13 of 14 september 1693) was een Nederlandse marineofficier uit de 17e eeuw.

Aert ging op zijn elfde naar zee. Bij het begin van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652-1653 had Van Nes zich opgewerkt tot schipper (de hoogste onderofficier) van een gewapende koopvaarder onder bevel van zijn vader. Op 23 augustus 1652 werd Van Nes door de Staten van Holland als directe vervanger van zijn overleden vader tot kapitein van de Gelderland benoemd, toen dat schip enige tijd door de Fransen geïnterneerd was in de haven van La Rochelle. Hij vocht in de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort en de Slag bij Ter Heijde. Ook deed hij mee aan het ontzet van Danzig in 1656 en aan de expeditie tegen Portugal in 1657. Daarbij won hij twee ‘prijzen’, dat wil zeggen dat hij twee schepen buitmaakte.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het parkeerterrein aan het Beursplein en de Blaak, 1937

Dit plein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouw kreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

De betekenis van de naam Blaak is niet geheel zeker. Het is heel goed mogelijk dat de naam is afgeleid van het Zuidnederlandse woord ‘blak’, dat stil rustig water betekent. Ook kan gedacht worden aan het Middelnederlandse ‘blec’, dat de betekenis heeft van ‘Land, dat even boven het water uitkomt’. De Blaak was de oude vest voor de uitleg van de stad in het laatst van de 16de eeuw. In de stadsrekeningen van 1480/81 en 1481/82 wordt deze vest ‘die Blake’ genoemd.

De foto is gemaakt door de Gemeentelijke Technische Dienst en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stadion Feijenoord 1937

Het pas gebouwde Stadion Feijenoord met publiek op de tribunes tijdens een wedstrijd van de club, 1937.

Al decennialang is Feyenoord de ‘bewoner’ van De Kuip. Het stadion is ontworpen door architect Van der Vlugt. Grote man achter dit idee was Leen van Zandvliet. De voorzitter van Feyenoord in de jaren 30 riep op een dag uit “Ik heb het, ik heb het!” Hij was wakker geworden uit een droom; hij schreef het idee snel op een kladblok. De vorm van het stadion, met een ‘loshangende‘ tweede ring zodat niets het uitzicht van de toeschouwers zou belemmeren, zou zijn droom tot hem zijn gekomen. Enkele maanden later werd architect Van der Vlugt uitgenodigd voor een gesprek. Een stadion met twee verdiepingen moest gerealiseerd worden. De kern van het gesprek was ‘eenvoud’, verfraaiingen kwamen er niet aan te pas.

In 1934 maakte Van Zandvliet enkele trips naar het buitenland om op zoek te gaan naar andere, soortgelijke stadions. Het Highbury van Arsenal FC maakte indruk op hem. Dat had namelijk ook sinds 1932 twee verdiepingen, hetzelfde idee als Van Zandvliet dus. Van Zandvliet vond dat de enorme toestroom van publiek tijdens wedstrijden van Feyenoord de bouw van een modern voetbalstadion met plaats voor tienduizenden toeschouwers rechtvaardigde. Hij ondernam tevens een studiereis naar Amerika en bezocht het stadion van de Boston Red Sox wat hem inspireerde om deze nieuwe inzichten van faciliteiten gecombineerd met meerdere lagen waarvanuit elk gezichtspunt de wedstrijd toch goed te zien zou zijn te verwezenlijken. Voor de financiering steunde hij op havenbaron Daniël George van Beuningen.

Eind 1934 werd er contact gezocht met Braat-constructiewerkplaatsen. Die wilde de taak op zich nemen en ging aan de slag. Een voetbalwedstrijd duurt twee keer drie kwartier. Tussendoor moet men spanning kwijt en wat kunnen eten. Zo zijn er dus zowel onder als boven toiletten tussen de stalen spanten gebouwd. Tevens moest er plaats zijn voor een vergaderruimte, een werkvloer, kleedlokalen, een hokje voor de officials en er is een politiebureau en ook nog een brandweerkazerne en het bevat ook nog eens 4 woningen. De trappen aan de buitenzijde van het stadion konden tevens als tribune dienen voor het trainingsveld.

Van Zandvliet had haast; zo gauw er een bouwtekening klaar was, gaf hij direct de opdracht om te beginnen met de bouw van het stadion. De eerste paal werd geslagen door Puck van Heel op 16 september 1935. Daarna werden er nog 578 heipalen 21 meter diep de grond ingeslagen. De bouw van het stadion werd in 1936 afgerond, maar doordat de door de gemeente beloofde infrastructuur rondom het stadion nog niet was aangelegd, stond het stadion er maandenlang onbruikbaar bij en vond de opening pas in maart 1937 plaats.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiedamseweg 1937

Gezicht op de Schiedamseweg met rechts op de voorgrond de Spanjaardstraat, 1937.
De Schiedamseweg is de naam van de weg, die van Delfshaven naar Schiedam loopt. Bij besluit B&W 19 mei 1933 werd deze naam eveneens gegeven aan het gedeelte van de Mathenesserdijk tussen Marconiplein en de grens van Schiedam.
De straatnaam Spanjaardstraat herinnert aan de bezetting door de Spanjaarden. Zij hielden van 10 april tot 21 juli 1572 verschrikkelijk huis in Delfshaven. Na hun vertrek werd de havenplaats rondom met wallen en schansen versterkt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Wilhelminakade 1937

Bluswerkzaamheden tijdens een brand in het pakhuis Sumatra van Pakhuismeesteren aan de Wilhelminakade, 1 november 1937.

‘Pakhuismeesteren’ is het meervoud van ‘pakhuismeester’. Een pakhuismeester is een opzichter van een pakhuis. Van Dale vermeldt tegenwoordig als synoniemen magazijnbaas, magazijnhouder en stapelmeester. Als meervoudsvorm werden pakhuismeesters en pakhuismeesteren willekeurig naast elkaar gebruikt. Het was destijds ook de benaming van een door de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.) en later door het gouvernement aangestelde ambtenaar die belast was met het toezicht op de pakhuizen waarin de koloniale waren werden opgeslagen. Pakhuismeester(en) was aanvankelijk uitsluitend de benaming van een activiteit, een beroep, die echter later ook doordrong tot de firmanamen van bedrijven die zich met die dienstverlening en daarmee verband houdende handel bezighielden.

Na haar oprichting in 1818 nam ‘Pakhuismeesteren van de Thee’ een deel van de Rotterdamse theehandelsactiviteiten van de V.O.C. over. De laatste was hierin actief tot haar nationalisatie in 1795, kort na het begin van de Bataafse Republiek. De Rotterdamse tak van de V.O.C. en later dus Pakhuismeesteren van de Thee waren destijds gevestigd in het Oost-Indisch Huis aan de Boompjes, dat in de Tweede Wereldoorlog als gevolg van het bombardement verloren ging. De firma ‘Pakhuismeesteren van de Thee’ werd destijds opgericht door de bekende families Voorhoeve, De Monchy en Van Rossem.

De komst naar Rotterdam in 1862 van de eerste petroleum was voor Pakhuismeesteren de start om zich intensief met de opslag van petroleum en andere aardolieproducten bezig te gaan houden. Daar kwamen later andere vloeibare stoffen bij. Die tankopslag en de distributie van chemicaliën hebben in de loop der jaren, samenlopend met de fusies tussen Pakhuismeesteren en Blaauwhoed tot Pakhoed in 1967, en daarna die van Pakhoed en Phs. Van Ommeren tot Koninklijke Vopak in 1999, de op- en overslag van stukgoederen geheel verdrongen.

Op de Wilhelminapier in Rotterdam staat tussen de Wilhelminakade en de Otto Reuchlinweg nog een veemgebouw van het voormalige Pakhuismeesteren, dat niet meer in gebruik is, maar dat alle vooroorlogse kenmerken van een dergelijk pakhuis in zich draagt. Er zijn vergevorderde plannen om het pand te renoveren en boven op het bestaande pakhuis appartementen te bouwen. Architect Fumi Hoshino maakte het ontwerp. In het pakhuis zullen ongeveer 2500 m² detailhandel en 437 m² vloeroppervlakte horeca gevestigd worden. Op de eerste en tweede etage komt 4500 m² kantoorruimte. Het lijkt erop dat de toekomstige exploitant van dit voormalige veemgebouw het wil vernoemen naar de vroegere eigenaar Pakhuismeesteren. Deze bedrijfsnaam staat nog steeds op de gevel van het pand.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vierwindenstraat 1937

De Vierwindenstraat met op de achtergrond de Westewagenstraat, 12 mei 1937.

Deze straat heette naar het huis ‘de Vier Winden’ of ‘de Vier blasende Winden’, op de hoek van de Westewagenstraat en deze straat. Zij liep van de Westewagenstraat naar het Rodezand. De straat kwam in de 16de eeuw ook voor als Susterenstraat naar het Sint Agathaklooster of Witte Zusterhuis, over het terrein waarvan de straat is aangelegd. Ten noorden van het kloostercomplex was een huis als weeshuis ingericht. In 1579 kochten de weeshuismeesters naast het weeshuis een huis en erf aan om op deze plaats een straat aan te leggen. Vanwege de ligging werd de straat ook wel Nieuwe Weeststraat genoemd. Sinds het laatste deel van de 16de eeuw kwam ze ook voor onder de naam Wingerdstraat. Deze naam, misschien wel de oudste, zal waarschijnlijk zijn ontleend aan een huis ‘de Wingerd’ dat in de Westewagenstraat stond. In 1519 wordt in de Westewagenstraat een ‘Neeltgen in de Wingaert’ vermeld. Omstreeks het midden van de 17de eeuw is de naam Vierwindenstraat in gebruik geraakt. De naam Wingerdstraat bleef daarnaast echter nog lang bestaan.

De Westewagenstraat komt al voor in 1363, evenals de Wagenbrug aldaar op het Westeinde. Later wordt ze ook Delftsche Wagenstraat genoemd, omdat ze de ‘rijweg’ was naar Delft. Hier hadden zich wagenverhuurders gevestigd, voer het wagenveer af en konden boeren en buitenlui , die de Delftsepoort waren binnengetreden , hun paarden stallen. Ook wagenmakers en hoefsmeden oefenden daar hun bedrijf uit. Het gedeelte van de Oude Westewagenstraat, dat lag tussen de Hoogstraat en de Sint-Laurensstraat, heette tot 1902 Korte Westewagenstraat. De huidige Westewagenstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het gedeelte ten noorden van de Meent vormt thans een gedeelt van het Haagseveer.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vasteland 1937

Het Vasteland vanuit het westen, links de toegang tot de Schiedamsedijk, 1937.

Het Vasteland is de naam die de kopers van erven op het einde van de westzijde van de Leuvehaven bij de Zoutkeet aan dit gebied gaven. Zij voerden in 1620 een proces met de stad. De kopers vonden zich benadeeld door de kosten, die ze hadden moeten maken om hun erven te verhogen. De grond verzakte regelmatig, slechts een gedeelte in dit gebied lag op vaste bodem. Het gebied stond eerst bekend als Stadsplein; omstreeks 1720 komt de naam Vasteland in gebruik.

De Schiedamsedijk vormt een onderdeel van Schielands Hoge Zeedijk, aangelegd in het midden van de 13de eeuw. Een strook grond langs dit gedeelte van de dijk werd in 1598 als bouwgrond uitgegeven. In oude bronnen komt de straat afwisselend voor als Hoogstraat en Schiedamsedijk. In 1610 werd dit gedeelte van de dijk bestraat. Over de Schiedamsedijk en verder over Schielands Hoge Zeedijk (de latere Westzeedijk) liep de weg naar Schiedam. Het zuidelijke gedeelte van de Schiedamsedijk heette in de 17de en de 18de eeuw ook heel vaak schotsedijk vanwege het grote aantal Schotten dat zich daar had gevestigd.

Eveneens in het laatst van de 16de eeuw werd begonnen met het graven van de stadsvest, van de Binnenweg naar het Vasteland. Eerst in 1608 werd ten westen van de vest een weg aangelegd en met bomen beplant, die de Schiedamsesingel werd genoemd. De Schiedamsesingel tussen de binnenweg en de Witte de Withstraat werd rond 1900 gedempt. Tot 1930 heette dit gedeelte Schiedamsevest. Daarna sprak men van Schiedamsesingel. De demping van het resterende gedeelte volgde in 1940. In 1949 werd de naam Schiedamsevest gegeven aan de Schiedamsesingel tussen Binnenweg en Witte de Withstraat alsmede aan de in het verlengde aangelegde weg in zuidelijke richting. Het gedeelte tussen de Binnenweg en Westblaak is thans een deel van de Coolsingel

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Pannekoekstraat 1937

De Lange Pannekoekstraat, gezien vanaf de Heerenstraat, 1937.

Aan het verhaal van een van onze stadsbeschrijvers, dat in deze straat een pannekoekbakker woonde, die bij feestelijke gelegenheden de omwonenden van dit gebak voorzag, moet niet veel waarde worden gehecht. De ‘Panckoekstrate’ komt al voor in de stadsrekening van 1426/27. De herkomst van de naam is niet achterhaald. Door het aanleggen van de Nieuwemarkt in 1660 kwam een gedeelte van de straat te vervallen. Het midd.enstuk werd de oostzijde van het plein; de uiteinden werden respectievelijk Lange en Korte Pannekoekstraat genoemd. Het gedeelte ten noorden van de Nieuwemarkt en ten oosten van de Boterhal of het Boterhuis heeft kort na 1662 de naam Halstraat ontvangen. De gehele Pannekoekstraat ging bij het bombardement van 14 mei 1940 verloren. Bij bovengenoemd besluit werden de namen Korte en Lange Pannekoekstraat ingetrokken. De huidige Pannekoekstraat ligt ongeveer op dezelfde plaats als de vroegere straat, zij het dat het noordelijke gedeelte met een bocht naar links loopt. Bij besluit B. 30 juni 1942 werd de naam ingetrokken.

Al in 1522 komt er een ‘Heerstraat’ bij de Lombardstraat voor. Dat zegt overigens niets omdat in 1568 eveneens een ‘Heerstraat’ met de bijvoeging ‘genaemt de Meent’ wordt aangetroffen. De meeste nieuwe straten en stegen, die van stadswege werden aangelegd en niet aan particulieren toebehoorden, werden, voor ze een eigen naam kregen gewoonlijk zo aangeduid. De heren waren in dit geval de stadsbestuurders. De in de stadsrekening van 1426/27 vermelde Lammitgenssteeg, op het einde waarvan toen een brug bij de nieuwe vest werd gemaakt, was vermoedelijk een oudere naam voor deze straat. Zeker is, dat daar vroeger reeds een weg gelopen heeft als een verbinding van de Meent met zowel de stadsvest als de Pannekoekstraat. Aangenomen mag worden dat de naam Meent in de 16de eeuw ook wel voor de Heerenstraat voorkomt. Misschien is na 1587 laatstgenoemde naam in zwang gekomen. De straatnaam herinnert aan de Heerenstraat, die vóór het bombardement in mei 1940 in deze buurt lag. Ze lag in het verlengde van de Meent en liep van de Botersloot naar de Goudsesingel.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Olympiaweg 1937

De Olympiaweg bij de ingang van Stadion Feijenoord, 1937-1939.

Door Feyenoords successen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was het terrein van de voetbalclub aan de Kromme Zandweg veel te klein. Feyenoordvoorzitter Leen van Zandvliet slaagt er, na jaren ijveren, in om met hulp van notabelen – onder wie havenbaron Van Beuningen -, een groot voetbalstadion ‘op Zuid’ te verwezenlijken. Via de oprichting van een NV werd het ambitieuze project gefinancierd. Het complex, met de officiële naam Stadion Feijenoord, werd ontworpen door de architecten Brinkman en Van der Vlugt in de trant van het Nieuwe Bouwen, een zakelijke bouwstijl met veel glas, staal en beton. Vanwege de ovale hoofdvorm stond het complex in de volksmond al snel bekend als De Kuip.

Brinkman en Van der Vlugt, geïnspireerd door het stadion van Arsenal in Londen, maakten een stadion in twee verdiepingen, waarbij het publiek dicht op het veld zat. De tribunes kenden een optimale zichtlijn, mede doordat de constructie-elementen aan de buitenzijde waren geplaatst en de hoeken waren afgerond. Tussen 1935 en 1936 werd het – afgezien van de betonnen tribunes – geheel in staal geconstrueerde gebouw door aannemer J.P. van Eesteren gebouwd. Op 16 september 1935 werd de eerste paal geslagen door Puck van Heel.

De openingswedstrijd tussen Feyenoord en het Antwerpse Beerschot vond plaats op 27 maart 1937. Vertegenwoordiger van de koningin Jhr. De Beaufort opende het stadion en burgemeester Droogleever Fortuyn trapte af. De RET vervoerde die dag vijfentwintigduizend passagiers van en naar het stadion aan de Kreekweg. Feyenoord won onder aanvoerder Puck van Heel de wedstrijd voor circa zevenendertigduizend toeschouwers met 5-2.

Stadion Feijenoord, zoals de officiële naam luidt, telde vijfenzestigduizend plaatsen. Met een spoorweghalte en trams voor de deur bleek het stadion al snel uitstekend te voldoen. In 1957 kreeg De Kuip, met Feyenoord als de vaste bespeler, een lichtinstallatie. In totaal zitten er in de lichtmasten tweehonderdachtentachtig lampen van tweeduizend watt, dat zijn er tweeënzeventig per mast. In 1968 werd de stoeltjes capaciteit verhoogd en vervingen stoeltjes de houten banken. In De Kuip zijn ook vele wedstrijden van het Nederlands Elftal, finales om de KNVB-beker, Europacupfinales en wedstrijden – waaronder de finale – van Euro 2000 gespeeld. De Kuip ontwikkelde zich tot hét interlandvoetbalstadion en vervulde de Rotterdammers, vooral die op de linker Maasoever, met trots.

De inhoud van het Stadion Feijenoord is gelijk aan anderhalf miljoen kubieke meter. Onder meer de Rolling Stones, U2, David Bowie, Bob Dylan, Michael Jackson, Madonna en Bruce Springsteen hebben in De Kuip opgetreden. Bob Dylan was de eerste popmuzikant die er optrad, maar de Jehovagetuigen en Billy Graham gingen hem voor. Ook werden er in het stadion incidenteel bokswedstrijden, speedway- en wielerwedstrijden en turn- en atletiekwedstrijden georganiseerd.

Strengere veiligheidseisen en moderne comforteisen leidden in 1994 tot de renovatie van het stadion en het aanbrengen van een overkapping naar ontwerp van architecten Zwarts & Jansma. De verbouwing hield een aanzienlijke capaciteitsreductie in, in totaal bleven er na de renovatie circa eenenvijftigduizend zitplaatsen over. Voor de grasmat werd zand uit Wassenaar gehaald en er werd speciaal gras geïmporteerd. De Kuip heeft tot op de dag van vandaag een goede staat van dienst voor wat betreft de kwaliteit van de grasmat.

De fotograaf is Adrianus Langejan en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam. Lees verder op http://stadsarchief.rotterdam.nl/de-kuip

Met medewerking van Rotterdam van toen

Waalhaven 1937

Luchtfoto na de tewaterlating van het ss Nieuw Amsterdam, 10 april 1937.

De eerste Nieuw Amsterdam van de Holland-Amerika Lijn werd in 1930 opgelegd. Met enkele jaren vertraging, onder andere vanwege een reorganisatie van de HAL, werd op 5 januari 1936 de kiel gelegd voor een nieuw schip voor de trans-Atlantische route. Met 35.000 brt zou het het grootste passagiersschip van Nederland worden. Oorspronkelijk zou het nieuwe schip Prinsendam gaan heten. Dit werd echter veranderd in Nieuw Amsterdam, doelend op het eerdere schip op de route en op de oorspronkelijke naam van de stad New York. Het schip werd gebouwd door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) en in april 1937 gedoopt door koningin Wilhelmina.

In tegenstelling tot andere schepen van die tijd, werd er bij het ontwerp van de Nieuw Amsterdam geen rekening gehouden met een eventuele rol in oorlogstijd, bijvoorbeeld als hospitaalschip. In plaats hiervan werd het schip met trots aangeprezen als ‘vredesschip’

Op 23 april 1938 begon de Nieuw Amsterdam met haar proefvaarten op de Noordzee. Vervolgens werd ze overgedragen aan de HAL en officieel als Nederlands koopvaardijschip geregistreerd. Ze maakte haar eerste reis op 10 mei 1938 naar New York.

Hoewel ze kleiner en minder snel was dan andere schepen van haar tijd, werd de Nieuw Amsterdam populair én winstgevend vanwege haar unieke vorm en inrichting.

Het schip had nog maar 17 reizen gemaakt toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Het schip werd hierdoor meteen opgelegd in Hoboken, in New Jersey. Daar zou ze een jaar lang blijven liggen. Toen Nederland in 1940 werd ingenomen door Hitlers legers, werd de Nieuw Amsterdam door de Britse overheid ingezet als troepentransportschip. Hiervoor werden extra keukens geconstrueerd, ruimtes ingericht met talloze hangmatten en werd bewapening aangebracht. 2.000 ton originele meubels en decoraties werden uit het schip verwijderd en in San Francisco opgeslagen.

Haar eerste reis als troepentransportschip maakte ze in januari 1941, van Australië naar Bombay. Ze werd hierbij vergezeld door andere beroemde passagiersschepen die nu troepen vervoerden, zoals de Queen Mary, Mauretania, Aquitania, Empress of Britain en Andes.

In mei 1944, toen de Nieuw Amsterdam voor anker lag in New York, bezocht toenmalig prinses Juliana, dochter van koningin Wilhelmina, het schip voor een lunch en rondleiding.

Gedurende de oorlogsjaren vervoerde de Nieuw Amsterdam meer dan 350.000 soldaten en legde ze 530.000 zeemijl af.

In 1946 werd het schip weer teruggegeven aan de HAL. Toen ze op 10 april 1946 triomfantelijk terugkeerde in Rotterdam, nog volledig in grijze oorlogskleuren met alleen de HAL kleuren op de schoorstenen, werd ze door vele duizenden aan de kades begroet.

Op 29 oktober 1947 kwam de Nieuw Amsterdam weer in de vaart. Door de drastische verbouwing was het schip 400 brt groter geworden. Het bruto tonnage was nu 36.667 brt.

Gedurende de eerste jaren na de oorlog voer het schip succesvol op de trans-Atlantische route. Samen met de Willem Ruys, van de Koninklijke Rotterdamsche Lloyd, en de Oranje werd de Nieuw Amsterdam beschouwd als de ‘Grote Drie’ van de Nederlandse passagiersvaart.

Kleine verbouwingen in de jaren 50 zorgden ervoor dat ze onverminderd populair bleef ondanks de komst van nieuwere schepen. Onder andere werd airconditioning geïnstalleerd en werden stabilisatoren aangebracht. Ook werd het oude drie-klassen systeem ingeruild voor de modernere indeling in eerste klasse en toeristenklasse.

In de jaren 60 begon het schip grotere ouderdomsproblemen te vertonen. De stoomketels werden in 1967 vervangen door Wilton-Fijenoord in Schiedam.

Vanwege de moordende concurrentie door de opkomende luchtvaartindustrie, werd de Nieuw Amsterdam van de trans-Atlantische route afgehaald en ingezet voor cruises naar het Caribisch gebied. Op 8 november 1971 maakte ze haar laatste trans-Atlantische reis. In 1972 werd ze geregistreerd onder Antilliaanse vlag.

Het oude schip was echter al snel veel te duur in het gebruik en de cruises waren niet meer rendabel. Dit was de genadeslag voor het eens zo bewonderde schip. Op 17 december 1973 nam ze afscheid van actieve dienst en werd ze opgelegd. Op 9 januari 1974 maakte ze nog een afscheidscruise naar Los Angeles. Vervolgens voer ze naar Taiwan waar ze op 25 februari 1974 arriveerde om te worden gesloopt door Nan Fong Steel Enterprises Ltd. Zo kwam in de loop van 1974 een einde aan een tijdperk.

De foto komt uit de collectie Rotterdamsche Droogdok Maatschappij van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.