Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Het hoofdkantoor van de Rotterdamsche Bank Coolsingel 1962

Het hoofdkantoor van de Rotterdamsche Bank, later AMRO-bank, aan de Coolsingel 119, 1962-1968 (geschat). Op de voorgrond de Van Oldenbarneveltplaats en links de Coolsingel, Rechts lijkt de Lijnbaan uitgebreid te worden tot het Binnenwegplein. Dat gebeurde vanaf 1962.

Het bankgebouw van de Rotterdamsche Bankvereeniging stond aan de Boompjes tot aan zijn verwoesting tijdens het bombardement op Rotterdam. In 1941 werd begonnen met de wederopbouw aan de Coolsingel. Het bankgebouw werd pas in 1948 opgeleverd. Na de fusie van 1964 werd het gebouw medio jaren zeventig de hoofdvestiging. Het gebouw kreeg toen een uitbreiding aan de achterzijde. Nadat vele jaren lang de ABN AMRO bank in het pand gevestigd was, werd anno 2014 boekhandel Donner er gevestigd.

De Rotterdamsche Bank (RB) werd in 1863 opgericht door een groep zakenlieden en bankiers, onder wie Marten Mees, die partner was in R. Mees & Zoonen (RMZ). Mees stond daarmee, zonder dat te beseffen, aan de basis van wat een belangrijke concurrent zou worden van zijn eigen Rotterdamse bank. Doelstelling van de RB was het inrichten van een kredietinstituut voor bedrijven die in Nederlands-Indië actief waren, naar model van de Britse Colonial Bank. De Rotterdamsche Bank was in 1879 betrokken bij het boekhoudschandaal rondom Lodewijk Pincoffs, en leed daardoor aanzienlijke verliezen. Hierna zou het bedrijf zich noodgedwongen moeten terugtrekken op de Nederlandse markt.

Al vanaf juli 1939 hadden RB en de Amsterdamsche Bank (AB) fusieplannen, die nagenoeg geheel waren uitgewerkt. Het naderen van de Tweede Wereldoorlog, en het anticiperen op de gevolgen daarvan voor Nederland dwongen de bedrijven er toe deze plannen voorlopig in de ijskast te plaatsen.
Na de oorlog wijzigde Robaver zijn naam weer naar Rotterdamsche Bank, en in 1960 werd de Nationale Handelsbank overgenomen. De fusieplannen van voor de oorlog werden begin jaren zestig weer opgepakt, hetgeen leidde in 1964 tot een fusie tot Amsterdam-Rotterdam Bank, beter bekend als AMRO Bank, dat zijn hoofdkantoor in Amsterdam had.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Personeelsboot RDM 1968

Aankomst personeelsboot RDM met op de voorgrond een wachtende dame, 1968 (geschat).

De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV (RDM) was een belangrijke scheepswerf voor scheepsnieuwbouw, scheepsreparatie en machinebouw in Rotterdam, die heeft bestaan tussen 1902 en 1996. Het bedrijf bouwde 355 schepen, vrijwel allemaal zeegaand, zowel voor de koopvaardij als de marine. Ook construeerde het bedrijf brugdelen (Vianen) en boorplatforms. Op zijn hoogtepunt telde het bedrijf 7.000 personeelsleden en nam enige tijd de leidende positie onder de Nederlandse scheepswerven in.

Reparatie van schepen was de kurk waar het bedrijf op dreef, en in totaal heeft het 12 grote drijvende droogdokken bezeten (één ervan ging al vlak na de aanschaf verloren). De werf maakte vrijwel geen gebruik van gegraven dokken. De werf bouwde zowel vracht- als passagiersschepen, en tevens oorlogsschepen, waaronder onderzeeboten voor de Koninklijke Marine. De eerste opdracht voor nieuwbouw van een zeegaand schip kwam in 1905 binnen. Het bekendste schip van de werf was het ss Rotterdam, dat nu weer in de stad aan de kade ligt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland 1968

Het gemaal aan de Admiraliteitskade van het Hoogheemraadschap Schieland, 1968 (geschat).

Het gemaal aan de Admiraliteitskade is een voormalige machinekamer met bijbehorend ketelhuis, daterend uit 1898 naar ontwerp van A. Nolen en hoofdonderdeel van het stoomgemaalcomplex Schieland. Op de begane grond bevond zich in oorsprong aan de Admiraliteitskade de machineruimte, hierboven bevonden zich in oorsprong twee dienstwoningen, thans tot een woning samengevoegd. Schuin tegen het hoofdgebouw is onder een kleine hoek het ketelhuis gesitueerd dat met een smal tussenlid verbonden is met de voormalige machinekamer. Aan de Admiraliteitskade bevindt zich ter linkerzijde van het hoofdgebouw een muur met poortpijlers, ter rechterzijde een smeedijzeren hekwerk.

De Admiraliteitskade is vernoemd naar de admiraliteit op de Maze, sinds 1586 een van de vijf admiraliteitscolleges in de Republiek der Verenigde Nederlanden. Deze colleges waren onder het opperbewind van de admiraal-generaal belast met het bestuur van de zeemacht en tevens met het ontvangen van de in- en uitvoerrechten (convooien en licenten). Het admiraliteitscollege kocht voor haar werven in 1689 van de stad aan het Reuzeneiland in het Buizengat. In 1849 werd de Marinewerf, zoals de naam van de werf luidde nadat in 1795 de admiraliteiten waren ontbonden,aldaar opgeheven. Het gebouw van de admiraliteit werd in 1855 ingericht als Rijksentrepot. In 1891 werd het door brand verwoest.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van rijksmonumenten.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schuilkelder BB/Metrostation Stadhuis 1968

Voorzieningen in de schuilkelders van de BB, zoals deze latrines in metrostation Stadhuis, langs de sporen aan het einde van het perron, 1968.

Ondergrondse ruimtes bedoeld om de bevolking te beschermen tegen lucht- of atoomaanvallen. Hoewel schuilkelders meestal; geassocieerd worden met de Tweede Wereldoorlog, zijn juist na de oorlog werden in Nederland veel schuilkelders gebouwd. Gedurende de zogeheten Koude Oorlog was men bang voor een aanval van het communistische Oostblok.

In Rotterdam werden tussen 1955 en 1965 dertien schuilkelders gebouwd op drukke plaatsen in de stad. Ze waren herkenbaar aan de heuveltjes, meestal nabij een verkeersknooppunt. De locaties waren Robbenoordplein, Zuidplein, Moerkerkestraat, Stieltjesstraat, Sophiakade, Station Noord, Bergweg, Statenweg, Heemraadsplein, Droogleever Fortuynplein, Baden Powellpark, Westzeedijk en bij de Grieks-orthodoxe kerk. Ze dienden als bescherming tegen conventionele wapens, zoals brisant- en brandbommen, en niet tegen atoombommen en biologische en chemische wapens. De schuilruimtes moesten tijdelijk onderdak bieden aan de door luchtalarm overrompelde voorbijgangers. De meesten waren berekend op maximaal 50 mensen. De Bescherming Bevolking (BB) richtte ze in met tafeltjes en bankjes. Bovenin was een metalen raamwerk aangebracht waaraan doeken konden worden opgehangen als bed. Ventilatie werd verkregen door handbediening.

Om de kosten te drukken ging men in de jaren zestig bestaande ruimten, zoals parkeergarages, metrostations en verkeerstunnels, als schuilplek gebruiken. Station Beurs-Churchillplein was de grootste en kon 15.000 mensen bevatten. Alle metrostations, met uitzondering van Delfshaven, Marconiplein en Wilhelminaplein, beschikten over schuilruimtes. Ze zijn te herkennen aan de scharnieren die op wandpanelen zijn aangebracht. Daarachter bevinden zich de deuren waarmee de stationsruimte kon worden afgesloten van de buitenwereld. Aangebracht werden sanitaire voorzieningen, noodbedden, fietsen om energie op te wekken om de luchtzuivering op gang te houden enzovoort. De BB zorgde voor voedsel, reinigingsmiddelen, lucifers, kaarsen enzovoort.

De schuilruimten waren nooit nodig. De plaatselijke jeugd gebruikte de schuilkelder aan de Mijnsherenlaan als clubhuis en de muziekgroep ‘De Bignell’s Band’ die aan de Stieltjesstraat als oefenruimte. De BB werd in 1983 opgeheven en de schuilkelders werden overgedragen aan de gemeente. In 1990 besloot de gemeente ze allemaal te slopen maar dat besluit werd in 1991 herzien. Vier zouden er worden gerenoveerd om als oefenruimte voor muziekgroepen te dienen. ‘De Bignell’s Band’ had de gemeente voor dit plan warm weten te maken. In 1996 bleken er echter nog maar twee schuilkelders te bestaan: Heemraadsplein en Bergweg. Ook ‘De Bignell’s Band’ hadden hun onderkomen niet veilig weten te stellen. De schuilkelder aan de Stieltjesstraat werd in 1997 gesloopt.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Piccolo theater aan de Karel Doormanstraat, 1984

Het Piccolo theater aan de Karel Doormanstraat, 17 maart 1984.

Vanaf medio 1955 stond aan de Karel Doormanstraat, vlak naast de toenmalige Rotterdamsche Schouwburg het repetitielokaal van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. In 1965 vertrok het orkest naar De Doelen. Decorontwerper Johan Greter en Chiel de Mey, decorschilder, verbouwde de ruimte tot de kleine zaal van het Nieuw Rotterdams Toneel. De opening was op 11 december 1965 met ‘de getatoeëerde roos’ van Tennessee Williams en Ach, arme Fred van James Saunders.

In 1968 werden de zitplaatsen verbeterd. De opstelling was flexibel en de capaciteit was 160 plaatsen. De wanden waren donker geverfd, donkergroene banken met rode en blauwe kussens. Het Piccolo Theater bekleedde in die jaren een belangrijke plaats binnen het opkomende avant-garde toneel.

In 1984 werd het gebouw afgebroken om o.a. plaats te maken voor de nieuwe Rotterdamse Schouwburg.

Karel Willem Frederik Marie Doorman (Utrecht, 23 april 1889 – Javazee, 28 februari 1942) was een Nederlands schout-bij-nacht. De Engelse naam voor zijn rang is Rear Admiral, en zo raakte hij bij de geallieerden onder zijn bevel, en later in de Engels sprekende wereld, bekend als Admiral Doorman. Doorman kwam om tijdens de Slag in de Javazee. Ter nagedachtenis heeft de Koninklijke Marine tot vier keer toe een schip naar hem genoemd, te weten in 1946, 1948, 1991 en 2015.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van theaterencyclopedie.nl http://theaterencyclopedie.nl/wi…/Piccolo_Theater,_Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bergsingel 1968

IJs- en sneeuwpret op de Bergsingel, 1968. Op de achtergrond de Bergsingelkerk.

Deze singel dankt haar naam aan het voormalige dorp Hillegersberg, ook wel Den Berg genoemd, dat in 1941 door Rotterdam werd geannexeerd. De Bergweg heette vóór 1897 Oost-Blommersdijkschenweg. De Bergweg maakte deel uit van de oude 12de eeuwse zeedijk. De naam ‘Berchwech’ komt in 1387 voor het eerst voor. In de 19de eeuw treft men ook de naam Blommersdijksche Straatweg aan.

Jonker Jacob van Almonde werd volgens een oorkonde uit 1498 beleend met het huis en hofstede Wena, benevens de 7 morgen land, die daarbij behoorden en met de heerlijkheid van Beukelsdijk en Blommersdijk. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven.

De Bergsingelkerk is een in 1913 door architect Tjeerd Kuipers ontworpen kerk. De gereformeerde kerk ligt in het midden van de wijk Liskwartier in Rotterdam op de hoek van de Bergsingel en de Bergselaan. De kerk valt op door haar forse contouren. Ze is gebouwd als kruiskerk, waarbij de plattegrond grotendeels de contouren van het beschikbare stuk grond volgt. De kerk is gebouwd in een door het werk van H.P. Berlage beïnvloede Rationalistische stijl met kenmerken van Jugendstil.
Op 2 juni 1914 werd de eerste steen gelegd door ds. J.H. Landwehr en op 8 april 1915 werd het gebouw in gebruik genomen.

Het meest indrukwekkend van de kerk is de voorgevel met de twee torens. Er was tevens ruimte voor luidklokken, maar het gebrek aan financiën verhinderde dat direct tot aanschaf kon worden overgegaan. Pas in 1954 was voldoende geld beschikbaar om een viertal klokken aan te schaffen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Binnenwegplein 1973

Het pand van H.H. de Klerk aan het Binnenwegplein, 1973.

Architecten Van den Broek & Bakema ontwierpen het gebouw van H.H. de Klerk. Voor het tonen van meubelen is veel vloeroppervlak nodig en bij voorkeur veel wanden om een huiselijke intimiteit te suggereren. De vijf lagen van het gesloten, kubusvormige gebouw, zijn trapsgewijs rond een centrale vide van 6,5 bij 11 meter gelegd. De eerste verdieping kraagt uit en vormt een overkapping voor het winkelend publiek dat de etalages op de begane grond wil bekijken. Door glastegels in het dak kwam daglicht langs de gesloten gevels. De tweede en derde verdieping krijgen daglicht vanuit de vide. Bezoekers lopen over brede trappen rond de centrale vide langs de spiraalsgewijs oplopende verkoopvloeren. Tussen 1988 en 2014 was boekhandel Donner in het gebouw gevestigd.

Het verlengde van de Oude Binnenweg tussen Coolsingel en Karel Doormanstraat heet sinds 1971 Binnenwegplein. Al in 1454 liep door de Coolpolder een binnenweg van Rotterdam naar Schoonderloo met een afslag naar Delfshaven. Deze heette Coolsche weg of Binnenweg; het laatste gedeelte komt voor als Schoonderloosche of Delfshavensche weg of Binnenweg, maar heet na 1610 gewoonlijk Geldelooze pad. Hier vandaan liep een uitpad over een vonder of passerel naar de Ossewei en daarover naar het Lage Erf. De bebouwing aan de Binnenweg bij Rotterdam had in de 17de eeuw de tegenwoordige Mauritsstraat bereikt; in 1706 werd dit gedeelte bestraat en met bomen beplant. Pas het graven van de Westersingel bracht hierin verandering. Ten westen daarvan op Delfshavens grondgebied kwamen toen ook straten en sinds 1852 bestaan er plannen om de Binnenweg te verbeteren en een betere verkeersweg te maken tussen Rotterdam en Delfshaven. In 1876 werd daarmee begonnen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van architectuurgids.nl en uit het Stadsarchief Rotterdam. http://www.stadsarchief.rotterdam.nl/straatn…/binnenwegplein

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de Zeevischmarkt, 1910

Gezicht op de Zeevischmarkt, 1910. Links de hoek van het Hang en de smalle straat is de Vissersdijk.

Bijna 3 eeuwen lang stond er aan de kop van de Leuvehaven oftewel de Blaak de zeevismarkt. De markt was het centrum voor de vishandel in Rotterdam.

In 1566 gaf de stad de erven aan het Hang uit. Waarschijnlijk had men hier in het verleden een zogenaamde bokkinghang (een drogerij van haring). In het begin wordt dikwijls gesproken van Westnieuwland. Ook vinden wij vermeld ‘in den Hang op den Vischdijk’. In 1535 is er sprake van een haringplaats van de stad in deze buurt. Bovendien was het stadskeurhuis hier gelegen. De vroedschap besloot in 1594 voortaan geen bokkinghangen meer binnen de stad te dulden, namelijk niet meer in de Rijstuin en het Westnieuwland, wel ten zuiden van de Nieuwehaven, aan de Blaak en buiten de stad. In 1599 werden ook bokkingshangen toegestaan aan de zuidzijde van het Haringvliet en aan de Leuve buiten de Schiedamsche Poort. De meestal aangenomen verklaring, dat de vissers hun netten hier te drogen hingen, kan als onjuist worden bestempeld, omdat reeds in 1476 alleen vergund was de netten op te hangen aan het Oosterse hoofd en het Westerse hoofd en aan de Vest tussen de Delftsche Poort en de Schiedamsche Poort.

De ‘Rieddijcke’ in het Westnieuwland, vermeld in 1336, moet de latere Vissersdijk geweest zijn. Het Westnieuwland was oorspronkelijk alleen een rietveld en dit verklaart de eerste naam. Voor Vissersdijk heeft men wel de verklaring gezocht bij de familie De Visscher, die deze dijk zou hebben aangelegd. In 1333 komt Dirck de Visscher voor als eigenaar van het huis Bulgerstein. Leden van dit geslacht hebben een grote rol gespeeld te Rotterdam. Het is dus heel goed mogelijk dat zij de naamgevers van de dijk zijn. Eerst in de 16de eeuw komt de straat onder de naam Vissersdijk, of ‘Vischdijkje’, voor. Dit bewijst echter niet dat de naam niet veel ouder kan zijn. Op de Rietdijk woonde in het begin van de 16de eeuw Jan van Vlaerdinck, de Visser, die ook de naamgever kan zijn. Verder zou men voor een verklaring kunnen denken aan de nabijheid van de Vismarkt, waardoor veel vissers hier woonden. Het houden van bokkinghangen en haringplaatsen in het Westnieuwland getuigt ook van deze vissersbevolking, evenals de naam Hang.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Schiekade 1910

De Rotterdamse Schie met de Schiekade uit noordelijke richting gezien. 1910-1914.

De naam van deze kade is ontleend aan de Rotterdamse Schie, de vaart ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart.

Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis. De Oost-Schiekade was omstreeks 1562 nog maar een betrekkelijk smalle zomerkade. Eerst in 1741 werd deze door de stad bestraat, voor rekening van de eigenaars van de huizen aan de kade en de 1ste, 2de en 3de Schielaan. Dit waren drie laantjes die vanaf de Oost-Schiekade langs de tuinen van de buitenhuizen liepen. De West-Schiekade was breder en werd als rijweg naar Delft gebruikt. Bij een overeenkomst in 1471 werd bepaald dat het onderhoud van deze weg van de Delftse Poort tot aan het Leprooshuis voor rekening van de stad kwam. Het onderhoud van het gedeelte tot aan de Waelheul (Heulbrug) zou worden betaald door de ingelanden van de ambachten van Beukelsdijk, Cool, Schoonderloo, West-Blommersdijk en Blijdorp.

De West-Schiekade, gelegen tussen de Heulbrug en Overschie en vroeger vaak Lugt of Trekweg genoemd, heette sinds 1904 Schieweg. Bij besluit B&W 19 april 1932 heeft deze weg een andere loop. Vanaf de huidige Stadhoudersweg, die over een klein gedeelte van het traject van de oude Schieweg loopt, is de weg in noordelijke richting naar de Gordelweg doorgetrokken. Hij sluit thans aan op rijksweg A20. Het rotondeplein in deze rijksweg ontving de naam Schieplein. De Schiestraat kreeg haar naam omdat ze op de Schie uitliep. Vóór het bombardement in mei 1940 liep deze straat van de Schiekade naar de Delftsestraat.

In verband met de bouw van de wijken Blijdorp en Bergpolder werd in 1931 besloten het gedeelte van de Schie tussen de melkmarkt (latere Stadhoudersplein) en de spoorbaan te dempen. De gemeenteraad besloot op 22 juni 1939 tot demping van het gedeelte van de Schie, gelegen tussen het Hofplein en het Stadhoudersplein. Deze demping geschiedde voor een groot gedeelte met het puin van de huizen, die verwoest waren bij het bombardement. Sindsdien is een bekend Rotterdams gezegde ‘Eerst lag de Schie in Rotterdam, thans ligt Rotterdam in de Schie’.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudsewagenstraat 1908

De visvrouw toont haar koopwaar op de hoek van de Goudsewagenstraat, 1908-1912 (geschat).

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijk Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen.

De Goudse Wagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder de Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die thans Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam.

De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in de zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder de Goudsesingel de weg van de Goudse poort tot Couwenburgseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel.

De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest. Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en de Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen