Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Vlaggenparade voor het Stationsplein, 1963

Vlaggenparade voor het Stationsplein in het kader van de Havenweek, augustus 1963.

Uit het Vrije Volk van 12 augustus 1963:
Burgemeester dient kritiek van repliek „HAVENWEEK NIET ZIEN ALS MASSAAL GEBEUREN”
Een half uur voor het vlaghijsen had mr. dr. K. P. van der Mandele als voorzitter van de commissie Havenjaar 1963 iets over de achtergrond van het feest verteld. Hij ging honderd jaar terug in de geschiedenis toen Rotterdam steeds heviger werd gekweld door de vraag hoe een deugdelijke verbinding met de zee te krijgen.

„Maar toen bleek wat een man door gedachten en daad tot stand kan brengen: Caland, geniaal als weinigen, wees de weg,” zei de heer Van der Mandele, terwijl hij naar het Calandmonument blikte.

„Wij zouden niet in de geest van Caland handelen als wij vandaag alleen maar terugdachten en alleen maar feestvierden met een gevoel van tevredenheid en glorie over het bereikte om daarna terug te vallen en in elkaar te zakken,” vervolgde hij. Tot slot merkte de heer Van der Mandele op, ,,dat het feest van het Havenjaar allen de weg zal moeten wijzen tot nog grotere daden, nog groter inspiratie, tot nog groter enthousiasme ter ere van de man, die wij hier nog eens onze diepe eerbied en onze diepe erkentelijkheid voor alles wat hij voor ons deed, willen betuigen.”

Te vroeg geuit
De toespraak van mr. Van Walsum, die zich niet onder een paraplu tegen de regen wilde beschermen, bestond voor het grootste deel uit een repliek op de kritiek, die op het feestprogramma geleverd is.

„We zouden geen echte Rotterdammers zijn als we geen kritiek op de opzet hadden,” zei mr. Van Walsum, die zich haastte om de bedoeling van de Havenweek uiteen te zetten. „Men moet deze feesten niet zien als een groot massaal gebeuren. Dat blijkt ook wel uit het bedrag, dat de gemeenteraad beschikbaar heeft gesteld. De havenweek is nodig om de burger enigermate bij de herdenking te betrekken,*’ zei mr. Van Walsum, die liever gezien had dat kritiek na afloop van de week was geuit. Hierna legde de burgemeester, een krans met witte anjers bij het Calandmonument. Na het zwakke gefluit van de scheepssirenes en een kort verblijf in het gebouw van de koninklijke roei- en zeilvereniging De Maas vertrok het gezelschap per bus naar het Stationsplein, waar padvinders, zeeverkenners en zeekadetten na het sein van de burgemeester 300 Rotterdamse en cargadoorsvlaggen omhoog hesen. Het niet zo talrijke publiek genoot van de feestelijke aanblik die de dundoeken boden.

Met de verlichting van de singels vormen de vlaggen een vrolijke entourage voor de festiviteiten in de week.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 12 augustus 1963.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Mariniersmonument op het Oostplein in afwachting van definitieve plaatsing, 1963

Het Mariniersmonument op het Oostplein in afwachting van definitieve plaatsing, 1963.

Het Mariniersmonument is een oorlogsmonument aan het Oostplein in Rotterdam. Het herdenkt en dankt de mariniers die in de meidagen van 1940 hard voor de stad hebben gestreden.

Het monument, een bronzen beeld van een marinier, is gemaakt door Titus Leeser en werd op 5 juli 1963 door Prins Bernhard onthuld. Het staat aan het Oostplein, recht tegenover de plaats van de voormalige marinierskazerne, die in de meidagen van 1940 werd weggebombardeerd. De kazerne was hier van 1869 tot 1940 gevestigd in het voormalig arsenaal van de Admiraliteit van Rotterdam. Boven de nabijgelegen metro-ingang is het bewaarde zijpoortje van de kazerne aangebracht. Op de muur rond het gedenkteken staan ook de andere wapenfeiten uit de geschiedenis van het Korps Mariniers vermeld, zoals de vierdaagse zeeslag bij Chatham in 1666, Nederlands-Indië, Korea, Cambodja en Uruzgan.

Bij de viering van het 50-jarig bestaan van het mariniersmonument op 4 juli 2013 was oud-marinier Ben Schierboom (80) aanwezig. Hij stond indertijd model voor het monument. Het jubileum vormde de afsluiting van het (verlengde) jubileumjaar van de Stichting Rotterdam en de Mariniers.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Korenmolen de Hoop aan de Coolvest, 1908

Gezicht op de korenmolen de Hoop aan de Coolvest, uit het noorden, 1908.

Korenmolen De Hoop was een stellingmolen aan de Coolvest (na demping daarvan tot Coolsingel hernoemd in 1923) in Rotterdam. De molen werd in 1736 door Gerrit van Driel gebouwd op de plaats van de Roomolen, een poldermolen die in 1619 op de Heer Jan Vettentoren was gebouwd. De molen werd in 1920 gesloopt voor de aanleg van de Coolsingel en de bouw van de huidige Beurs.

De Hoop was een uitzonderlijk hoge molen, volgens het artikel van de Molendatabase bij de sloop de hoogste van Nederland. Op de begane grond was een winkeltje van molenproducten. In 1918 werd de molen door de gemeente Rotterdam onteigend, omdat hij voor de plannen voor demping van de Coolvest en aanleg van een nieuwe verkeersweg (de huidige Coolsingel) in de weg stond. Eigenaar H. Miete kreeg een schadevergoeding van ƒ 60.000 toegewezen. De Hoop werd pas in 1920 daadwerkelijk gesloopt, in de twee tussenliggende jaren verhuurde de gemeente de molen aan molenaars Stok en De Boer uit Hillegersberg. Bij de sloop bleven de baard, de gevelsteen en een bijgebouwtje bewaard. De gevelsteen bevindt zich in Museum Rotterdam, de rest ging in het bombardement in 1940 verloren.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht op de opening van de Prinses Irenebrug, 1939

Deze ophaalbrug over de Rotte ter hoogte van Terbregge is genoemd naar Prinses Irene, geb. 1939, tweede dochter van Koningin Juliana en Prins Bernhard. De brug werd op 5 augustus 1939, de geboortedag van de prinses, voor het verkeer opengesteld. Ze vervangt de Terbregse Brug, een ophaalbrug die op 3 juni 1936 is ingestort. Gedurende de oorlogsjaren 1942-1945 heette deze brug Terbregschebrug.

Prinses Irene werd geboren op Paleis Soestdijk in Baarn. Haar naam betekent “vrede” en werd gekozen in verband met de gespannen toestand in Europa ten tijde van haar geboorte. Op 10 mei 1940 viel het Duitse leger van Adolf Hitler Nederland binnen. Enkele dagen later vluchtten haar ouders met prinses Irene, haar oudere zus Beatrix en haar grootmoeder koningin Wilhelmina naar Londen. Zij werd – uit vrees voor Duitse luchtaanvallen – in het geheim gedoopt in de kapel van Buckingham Palace; de echtgenote van koning George VI, koningin Elisabeth, was hierbij een van haar peten. De doop werd op 31 mei 1940 voltrokken door de hervormde predikant dominee J. van Dorp. Hij preekte op verzoek van Koningin Juliana over de tekstwoorden uit Johannes 14:27 – Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u.

Haar vader en grootmoeder bleven in Engeland en Irene ging met haar moeder en zus naar Canada, waar haar zus Margriet geboren werd. Tijdens de oorlogsjaren vernoemde koningin Wilhelmina een brigade naar haar kleindochter, de zogenoemde Prinses Irene Brigade. Na de bevrijding van Nederland keerden Irene en haar gezin op 2 augustus 1945 terug naar Paleis Soestdijk. Hier werd in 1947 haar jongste zus prinses Christina geboren. In 1948 werd haar moeder koningin van Nederland.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leeuwenstraat, 1908

Gezicht in de Leeuwenstraat, 1908.

Volgens de kroniekschrijver Nicolaas Zas kwamen in 1584 in de Leeuwenstraat nog enige huizen voor ‘daer leeuwen op de gevels stonden, van dewelcke dese straet sijn naem behouden heeft’. Dat er in de straat enige huizen met leeuwen waren versierd lijkt wat overdreven. Waarschijnlijk is daar vroeger wel een huis ‘Leeuwenburg’ geweest. Ook is het mogelijk dat het bolwerk of de toren aan de stadsvest ten westen van de Leeuwenlaan onder die naam bekend was.

De huidige Leeuwenstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. De Leeuwenstraat kan men vereenzelvigen met ‘een weechtgen, dat men gaet uut der Westewagenstrate totter capellen upt Rodesant’, dat genoemd wordt in de stadsrekening van 1426/27. In het verlengde van de Leeuwenstraat, gelegen tussen Rodezand en de stadsvest, lag vroeger de Leeuwenlaan. Voor Leeuwenlaan en Leeuwenstraat komen in de 16de eeuw de namen Leeuwenburgschelaan of -straat, Nieuwelaan en Scheytlaan voor. De laatste naam ontving ze omdat ze een scheiding tussen twee tuinen vormde. De Leeuwenstraat werd ook wel Dwarszandstraat genoemd.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordplein, 1973

Avondschemering op het Noordplein met slooppanden en een doorkijkje richting de kermis in de hoek Hofdijk, Pompenburg en Katshoek, 1973 (geschat). Op de achtergrond het stadhuis.

Het Noordplein ligt in Rotterdam-Noord en aan de Noordsingel. Van 1884 tot 1892 gold de naam Noordplein alleen voor het gedeelte ten oosten van de Noordsingel, gelegen tussen de Rotte en de Erasmusstraat. Sinds 1902 draagt ook het gedempte deel van de Noordsingel tussen het oude Noordplein en de Hofdijk, deze naam. Dit gedeelte heeft ook nog enige tijd Hofkade geheten.

Een goede verklaring van deze straatnaam is niet te vinden. De naam wordt eerst in 1589 vermeld, wanneer er sprake is van de stadsvest bij Pompenburg. Oorspronkelijk was Pompenburg slechts de buurt die zich tegenover het Couwenburghseiland bevond. In 1505 had de vroedschap besloten de stad te versterken en verschillende torens aan de vesten te bouwen, o.a. ‘eene toorn in de crimp omtrent die hantboochscuttersdoel’. Zeer waarschijnlijk is deze toren op het latere Pompenburg verrezen en zal hij die naam wel gedragen hebben. In de stadsrekening van 1644 komt de ‘toren van Pompenburg’ voor. In 1638 had men daar ook een korenmolen ‘Pompenburch’. De hoofdlieden van het korenmolenaarsgilde verkochten in 1740 de molenwerf, vanouds genaamd Pompenburch, waarop de molen ‘De Pomp’ had gestaan, met het verbod er ooit weer een molen neer te zetten. In 1837 en latere jaren gold de naam Pompenburg voor een blok huizen. Toen in 1905 de stadsvest ter hoogte van het Pompenburg was gedempt werd de hierdoor ontstane brede weg Pompenburgsingel genoemd. De naam Pompenburg werd in 1949 gegeven aan de weg die ter hoogte van de vroegere Pompenburgsingel is aangelegd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

bouw van de Koninginnekerk aan de Boezemweg, 1907

De protestantse Koninginnekerk aan de Boezemsingel op de grens tussen de wijken Crooswijk en Kralingen in de gemeente Rotterdam werd in 1907 in gebruik genomen. Ze was genoemd naar koningin Wilhelmina.

Begin twintigste eeuw waren veel Rotterdammers naar nieuwe wijken buiten het stadscentrum verhuisd. Sommige in het centrum gelegen kerkgebouwen kampten daardoor met verminderd bezoek en werden gesloten en verkocht. De opbrengst investeerde men in nieuwe kerken in de randwijken. De Koninginnekerk werd op dergelijke wijze gerealiseerd. Bovendien ontving men een belangrijke gift van de gezusters Van Dam, die ook de Wilhelminakerk in Rotterdam-Zuid hadden gefinancierd en de bouw van het Rotterdamse Diaconessenhuis mogelijk maakten. In juli 1904 werd de eerste steen gelegd en op 1 april 1907 kon de nieuwe kerk plechtig worden ingewijd. Het ontwerp was van de architecten Barend Hooijkaas jr. en Michiel Brinkman. Het gebouw telde 1750 zitplaatsen. In de loop der jaren werd de Koninginnekerk een begrip in Rotterdam. Eind jaren zestig werd in de Rotterdamse gemeenteraad besloten het statige gebouw met zijn twee imposante torens af te breken. Dit leidde in de stad tot veel protest. Desondanks werd het godshuis gesloopt nadat er op 31 december 1971 de laatste eredienst was gehouden.

Op de plaats waar de kerk stond verrees een dertien etages hoge verzorgingsflat voor ouderen, woonzorgcentrum Hoppesteyn geheten. Hiernaast kwam in 2001 de Koninginnetoren te staan, een 78 meter hoog gebouw met 85 seniorenappartementen. De bovenste etages zijn groen gemaakt als herinnering aan de kopergroene daken op de torens van de kerk.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het olifantenhuis in Diergaarde Blijdorp, 1975

Het olifantenhuis in Diergaarde Blijdorp. Vier olifanten in het binnenverblijf tijdens de telling van alle dieren in Blijdorp, januari 1975.

Rond 1855 richtten twee spoorwegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep.Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Verlenging van de Euromast, 1970

Op de kade van de Parkhaven plaatst men onderdelen die nodig zijn voor de verlenging van de Euromast, 23 februari 1970.

De Euromast werd ter gelegenheid van de Floriade in 1960 door architect Huig Maaskant en aannemer J.P. van Eesteren neergezet in Het Park, vlak bij de ingang van de Maastunnel.

Het gebouw werd officieel geopend door prinses Beatrix op 25 maart 1960. De locatie was strategisch gekozen; wie naar Rotterdam reed over de toenmalige snelwegen, zag de (inclusief vlaggenmast) 107 meter hoge toren recht voor zich boven de stad uitsteken. Na de opening groeide de stad verder en de gebouwen werden hoger. Na enkele jaren rezen er gebouwen boven de Euromast uit, zoals in 1968 het gebouw van de Medische Faculteit aan de Westzeedijk, tien meter hoger.

In 1970 is een 85 meter hoge opbouw op de Euromast geplaatst; de Space Tower, waarmee de Euromast weer het hoogste bouwwerk van Rotterdam werd. De toren heeft nu een totale hoogte van 185 meter. Bezoekers kunnen met de Euroscoop, een lift die rondom beglaasd is, vanaf het Euroscoopdek op 112 meter hoogte naar het hoogste punt op 180 meter. Hierbij draait de lift langzaam rond, zodat de bezoekers aan alle kanten naar beneden kunnen kijken. Bezoekers worden naar het oorspronkelijke hoogste punt gebracht met twee liften die beide vier meter per seconde afleggen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Witte de Withstraat, 1989

De Witte de Withstraat loopt tussen de Schiedamse Vest en de Eendrachtsweg. De straat is in 1871 vernoemd naar de Rotterdamse vlootvoogd: Witte Cornelisz. de With (1599 – 1658).

In de jaren zeventig had de straat een slechte reputatie in verband met de vele louche cafés en illegale gokhuizen. In de jaren 90 werd een uitgebreide metamorfose in gang gezet en werd de straat omgetoverd tot Kunst-As die het Museumpark en het Maritiem Museum met elkaar verbindt.

De Witte de Withstraat is een uitgaansstraat met cafés, restaurants, kunstgaleries, diverse winkels en gemeentelijke monumenten.

Op 21 januari 1616, toen 16 jaar oud, ging De With in dienst van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie als kajuitsjongen op de Gouden Leeuw, het schip van kapitein Gheen Huygen Schapenham, bij een vloot van vijf schepen bestemd voor Indië. In september 1616 assisteerde hij bij de scherpe ondervraging van de muiters van de West-Friesland. Er is wel gesuggereerd dat het deelnemen aan de martelingen van invloed geweest is op zijn karakter, evenals het aanschouwen van de terechtstelling, onder andere door vierendelen en radbraken, van de veroordeelden na de aankomst bij Bantam op 13 november.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen