Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Onze Lieve Vrouw Koningin van de Heilige Rozenkranskerk aan de Provenierssingel, 1957

De Onze Lieve Vrouw Koningin van de Heilige Rozenkranskerk aan de Provenierssingel, augustus 1975.

De Onze Lieve Vrouw Koningin van de Heilige Rozenkranskerk, ook bekend als de Provenierskerk of Provenierssingelkerk, was een rooms-katholieke kerk aan de Provenierssingel in Rotterdam.

De kerk werd tussen 1898 en 1899 gebouwd door het architectenbureau van Albert Margry en Jozef Snickers. Margry ontwierp een driebeukige kerk in neogotische stijl, met een toren direct naast de façade. De Provenierskerk werd op 8 mei 1899 ingewijd door de bisschop van Haarlem. De eerste jaren beschikte de kerk niet over klokken, deze werden pas in 1910 geplaatst. In 1916 kreeg de kerk ook een orgel. Aan de zijmuren in de kerk hing een bijzondere kruiswegstatie, die was gemaakt door de Delftse fabriek De Porceleyne Fles. Een marmeren communiebank werd in 1914 in de kerk geplaatst. De kerk werd bedient door de Paters Dominicanen.

De eerste jaren viel de kerk onder de parochie van de Allerheiligst Hart van Jezuskerk aan de Van Oldenbarneveltstraat, maar in 1923 werd de Provenierskerk een zelfstandige parochiekerk. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog had de wijk een katholiek karakter en werd de kerk druk bezocht.

De Provenierskerk kwam ongeschonden uit het Bombardement van Rotterdam en werd in deze periode ook gebruikt door de gelovigen van andere parochies, waarvan de kerk wel verwoest was. Tijdens de oorlog organiseerde pater Apeldoorn het lokale verzet vanuit deze kerk. In 1942 werden de kerkklokken door de Duitsers geroofd. De klokken werden in 1947 vervangen. In de jaren 1960 liep het aantal gelovigen sterk terug en was het niet meer rendabel om de kerk open te houden. Na de laatste mis op 31 augustus 1975 werd de kerk verkocht aan de gemeente Rotterdam, die het gebouw vervolgens liet slopen. In tegenstelling tot veel andere met sloop bedreigde kerken zijn er voor de Provenierskerk nooit acties gevoerd om de kerk te behouden. Het gebouw had ook geen monumentale waarde. Op de plaats van de kerk werd een verzorgingstehuis gebouwd. De kruiswegstatie en het mariabeeld werden voor de sloop overgebracht naar de Albertus de Grotekerk in Blijdorp.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rotterdamse Schie vanaf de Heulbrug, 1933

De Rotterdamse Schie is de vaart, die ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 werd gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis. De Oost-Schiekade was omstreeks 1562 nog maar een betrekkelijk smalle zomerkade. Eerst in 1741 werd deze door de stad bestraat, voor rekening van de eigenaars van de huizen aan de kade en de 1ste, 2de en 3de Schielaan. Dit waren drie laantjes die vanaf de Oost-Schiekade langs de tuinen van de buitenhuizen liepen. De West-Schiekade was breder en werd als rijweg naar Delft gebruikt. Bij een overeenkomst in 1471 werd bepaald dat het onderhoud van deze weg van de Delftse Poort tot aan het Leprooshuis voor rekening van de stad kwam. Het onderhoud van het gedeelte tot aan de Waelheul (Heulbrug) zou worden betaald door de ingelanden van de ambachten van Beukelsdijk, Cool, Schoonderloo, West-Blommersdijk en Blijdorp.

Een heul- of holebrug was de benaming van een gewelfde brug, omdat deze hol of bol was. De Heulbrug verbond de Oost-Blommersdijkseweg (Bergweg) met de West-Blommersdijkseweg (Walenburgerweg). Ze is na het dempen van de Schie in 1940 afgebroken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leuvehavenmond, 1930

Gezicht op sleepboten in de Leuvehavenmond, 1930. Op de achtergrond links het Willemsplein en de westzijde van de Leuvehaven.

Deze haven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam.

In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam. Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd. Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rivièrahal, Diergaarde Blijdorp, 1946

De Rivièrahal met de uitkijktoren in Diergaarde Blijdorp, 12 juli 1946.

De Rivièrahal is het hoofdgebouw van Diergaarde Blijdorp en werd in 1939 gebouwd naar het ontwerp van Sybold van Ravesteyn in neobarokke/functionalistische stijl.

Het tentoonstellingsgebouw is prominent gepositioneerd op de centrale, symmetrische as van de diergaarde. In de centrale hal was een wintertuin aanwezig. De zijvleugels waren bestemd voor onder meer het verblijf van reptielen, dikhuiden en apen. De naam van de hal verwijst naar de Franse Rivièra. Deze was dan ook bedoeld om bezoekers het gevoel te geven zich in een exotische omgeving te bevinden. Door het scheppen van een mediterrane, subtropische sfeer was de dierentuin ook in de winter aantrekkelijk voor publiek. Men kon er van oorsprong dineren in een chic restaurant en iets drinken in een cafetaria.

Het gebouw bestaat uit een langgerekte centrale hal met een van zuid naar noord uitwaaierende plattegrond. Aan weerszijden bezit de hal twee smallere zijbeuken met aan het zuidelijke einde ieder een cirkelvormig paviljoen. De hal wordt bekroond door een gebogen dak zonder nok. De zijbeuken worden bedekt door platte daken, gebogen daken en de paviljoens met koepeldaken. Alle daken zijn geheel rondom voorzien van een doorlopende strook bovenlichten. De dakranden zijn afgewerkt met geglazuurde tegels.

Omdat de hal deels als wintertuin werd gebouwd, kent het gebouw een kasachtige opzet met veel glas ten behoeve van daglicht- en warmtetoetreding. Het gebouw is uitgevoerd met een staalskelet dat plaatselijk voorzien is van een plastisch vormgegeven betonmantel. De symmetrische zuidgevel van de hal kent aan weerszijden twee entrees onder een luifel. Daartussen bevindt zich een uitspringend halfrond volume met een betonnen afgeronde borstwering, van oorsprong de begrenzing van een terras op die plek.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weissenbruchlaan, 1977

De Weissenbruchlaan in Hillegersberg met o.a. de schoenenzaak van J. van Straten, 1977 (geschat).

Hendrik Johannes (Jan Hendrik) Weissenbruch (Den Haag, 30 november 1824 – aldaar, 14 maart 1903) was een Nederlandse kunstschilder. Hij wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste schilders uit de Haagse School.

Het tekenen werd Weissenbruch tussen 1840 en 1843 bijgebracht door J.J. Löw. Van 1843 tot 1850 liep hij op de Haagsche academie waar Bart van Hove zijn leraar was. Onterecht wordt vaak gedacht dat Jan Hendrik Weissenbruch ook een leerling was van Schelfhout. Op aanraden van zijn vriend en schilder Johannes Bosboom is hij niet in de leer gegaan bij Schelfhout. Bosboom vond dat J.H. Weissenbruch ‘uit zijn eigen lens moest zien’, bovendien vond Schelfhout dat er verf werd gemorst met schilderen naar de natuur.[1] Nog voordat Weissenbruch zijn academische opleiding afrondde was hij samen met zijn neef Jan Weissenbruch en Willem Roelofs in 1847 al betrokken bij de oprichting van het artistieke genootschap Pulchri Studio. Van 1857 tot 1861 was hij er zelfs Commissaris van de tekenzaal.

De familie Weissenbruch woonde in de Kazernestraat achter het Lange Voorhout. Kort na zijn overlijden werd het huis afgebroken, maar hij liet een aantal aan het huis en de omgeving herinnerende stemmingstaferelen na: de keuken met het Vermeer-doorkijkje, het kleine bleekveld achter het huis met de achtergevels van het Voorhout, de zolder als atelier voor zijn zoon Willem. (Zijn zoon Willem Johannes Weissenbruch leerde van hem het schildersvak.)

Hoewel er vaak opmerkelijke gelijkenissen zijn met het werk van Andreas Schelfhout zoekt Weissenbruch opvallend het licht op in panoramisch-weidse landschappen, waarbij grijs-zware wolkenluchten meermaals bij uiterst lage horizonten driekwart van zijn doeken vullen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Vroesenlaan, 1935

Panden aan de Vroesenlaan, 1935.

De Vroesenlaan is vernoemd naar de vooraanstaande Rotterdamse familie Vroesen. In de zeventiende en achttiende eeuw waren verschillende familieleden lid van de Rotterdamse vroedschap en burgemeester van de stad. Niet iedereen hield zich alleen met besturen bezig. Zo’n voorbeeld is Adriaen Vroesen, die in 1669 zijn vader als burgemeester opvolgde. Als rijke regent was hij ook geïnteresseerd in het sociale en wetenschappelijke leven. Hij liet zelfs voor het (Rotterdamse) volk een enorm planetarium bouwen om ze daarmee te overtuigen dat niet de aarde maar de zon het middelpunt van het heelal was. Dat was ruim een eeuw eerder dan het nu bekende planetarium van Eise Eisinga in Franeker. Het planetarium werd in 1710 geschonken aan de Leidse Universiteit, vervolgens aan de Leidse sterrenwacht en het werd in 1931 overgedragen aan Museum Boerhaave in Leiden.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Buizengat, 1923

Balken hout van de familie Abraham van Stolk & Zn. in het water aan het Buizengat, 1923-1927.

Abraham van Stolk (1762-1819) was eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse houthandel. De familie Van Stolk bezat vanaf 1727 een houthandel aan de Rotterdamse Schie. Deze firma droeg sedert het begin van de negentiende eeuw de naam Abraham van Stolk. Wegens stadsuitbreiding werd het bedrijf in 1927 gedwongen te verhuizen naar de Delfshavense Schie. De weg langs het nieuwe bedrijf heet sinds 1928 de Abraham van Stolkweg.

Het Buizengat was een winterbergplaats voor haringbuizen. De stadsregering liet in 1591 in een gedeelte van de buitengrond nabij de Oostpoort een ruime winterbergplaats maken voor de haringbuizen. Deze lagen tot dusver gedurende de winter in de Blaak. De haven werd met palissaden omringd en van een muur voorzien. In 1689 werd het zogenaamde Reuzeneiland door de stad aan de Admiraliteit op de Maze overgedragen. Deze ontving daarvoor onder meer in ruil twee scheepstimmerwerven op het einde van het Haringvliet en de Nieuwehaven, genaamd de Binnenwerf. Evenals het daarvoor gelegen Bolwerk is deze weggegraven om beide havens in de Maas door het Buizengat te doen uitwateren. Het oude Buizengat is grotendeels weer aangepleind en Admiraliteitswerf geworden. Het overblijvende gedeelte ontving de naam Boerengat. In 1699 werd de haven in oostelijke richting vergroot. Een gedeelte kreeg de oude naam Buizengat, hoewel de bergplaats voor de haringbuizen toen naar het westen van de stad was verlegd.

De foto komt uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gedempte Binnenrotte hoek Meent, 1927

De hoek van de Gedempte Binnenrotte en de Meent met rechts het pand van banketbakkerij Excelsior, 1927.

De Binnenrotte, vroeger alleen bekend als Rotte, kreeg deze naam om het gedeelte van de Rotte dat binnen de stad liep aan te duiden. De Binnenrotte, vroeger alleen bekend als Rotte, kreeg deze naam om het gedeelte van de Rotte dat binnen de stad liep aan te duiden. In de oudste bronnen wordt de naam Rotte of Rottesloot in de stad gegeven aan de Binnenrotte, tevens aan de wetering achter de Grote kerk, die de Slikvaart verbond met de Binnenrotte en daarom ook wel Kerkrotte heette en ook wel aan de Kipsloot, en de Achterkloostergracht. In 1868 is ten behoeve van de aanleg van het spoorwegviaduct door de stad een contract met het rijk gesloten tot demping van de Binnenrotte. Dit werk was in 1874 gereed. Daarna sprak men van de Gedempte Binnenrotte. Bij besluit uit 1942 is de toevoeging ‘Gedempte’ vervallen.

De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

De foto komt uit de collectie Topografie van het Stadsarchief Rotterdam en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Rochussenstraat, 1967

Sloop van nachtclub en cabaret L’Ambassadeur aan de Rochussenstraat 172, juni 1967. Op de achtergrond een deel van het Maritiem Museum Prins Hendrik.

Uit het Vrije Volk van 13 juni 1967:
Zesentwintig jaar nadat het als „noodvoorziening” was opgetrokken is nu de witgepleisterde nachtclub I’Ambassadeur aan de Rochussenstraat met pensioen gestuurd. Gisteren is de nieuwe I’Ambassadeur geopend; schuin aan de overkant van het oude etablissement, aan het eind van de ‘s-Gravendijkwal, kan men thans voor avond- en nachtvertier terecht in een fraaie club. Aan de inrichting daarvan is alle zorg besteed, er bevinden zich twee bars in en een ruime dansvloer. De nieuwe Ambassadeur vormt een stevig contrast met de oude, die ook wat zijn interieur aangaat, toch wel duidelijk op sterven na dood was.

Na Cascade en Habanera verdwijnt thans dus ook de derde noodnachtclub. Zeer binnenkort zullen de slopers I’Ambassadeur met de grond gelijkmaken. De laatste herinnering aan het feit, dat de mens ook in de donkere oorlogsjaren ruimte nodig had om af en toe aan de zwier te gaan, zal daarmee vervagen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk (via delpher.nl)

Met medewerking van Rotterdam van toen

De aanleg van de Willemsspoortunnel, 1989

De aanleg van de Willemsspoortunnel met rechts het Witte Huis, 27 juli 1989.

Het oostelijke deel van de Willemsspoortunnel werd op 15 september 1993 geopend, na een bouwtijd van ruim zes jaar en als vervanging van het in 1877 geopende Luchtspoor. Na de opening van de eerste twee sporen is het luchtspoor gesloopt en werden de overige twee sporen aangelegd, waardoor het gehele project in 1996 gereed kwam. De tunnel is gebouwd omdat de bruggen technisch aan vervanging toe waren en om de vervoerscapaciteit van de spoorlijn te vergroten. De brug over de Nieuwe Maas (De Hef) moest regelmatig geopend worden en daar moest de spoorwegdienstregeling op afgestemd worden. Deze beperking was zo groot dat de NS de dienstregeling voor de spoorlijnen in Nederland alleen kloppend kon krijgen als de planning bij De Hef begon.

Aan de bouw van de tunnel gingen uitgebreide discussies vooraf. Aanleg van de tunnel was kostbaar en zou een grote ingreep in de stad betekenen. De spoorwegen hebben uitgebreid beargumenteerd dat het een tunnel moest worden, dat hij op dezelfde plek moest komen en dat hij viersporig moest worden. Een van de argumenten was dat de tunnel een hoogfrequente stadsgewestelijke dienst mogelijk zou maken.

Begin 1984 werd definitief het groene licht voor de bouw gegeven en op 28 april 1987, precies 110 jaar na de opening van het Luchtspoor, werd de eerste damwand geslagen door minister van Verkeer en Waterstaat Smit-Kroes. Het was het begin van jarenlange omleidingen en andere bouwoverlast. Zowel ten noorden als ten zuiden van de rivier moesten hulpconstructies worden gebouwd waarover de treinen tijdens de bouw konden doorrijden. Aan de noordkant werd het bestaande viaduct een aantal meters opgeschoven om plaats te maken voor de tunnel. Ten zuiden van de Nieuwe Maas werd een nieuwe hulpspoorbaan aangelegd.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met mdewerking va Rotterdam van toen