Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Floriadeterrein in Het Park, 1959

Inrichting van de Koningshof met een rij boomstammen die een voetgangersbrug vormen op het Floriadeterrein in Het Park, 8 juni 1959.

De Floriade 1960 was een tuinbouwtentoonstelling in Nederland die plaatsvond van 25 maart tot 25 september 1960 in Het Park in Rotterdam, nabij de Maastunnel. Het was de eerste editie van de Floriade en de eerste, door het Bureau International des Expositions erkende, wereldtuinbouwtentoonstelling (AIPH).

Ter gelegenheid van de Floriade werd in 1960 de Euromast geopend. De toren was 107 meter hoog en daarmee het hoogste bouwwerk in de stad. Later werd de toren verhoogd.

Het concept van de Floriade werd ontwikkeld door Jacques Kleiboer, die al in de jaren vijftig ervaring had opgedaan met de succesvolle organisatie van Rotterdam Ahoy en de Nationale Energie Manifestatie 1955. Het bood een vrijwel nieuwe vorm van vrijetijdsbesteding aan. Het motto van de tentoonstelling was: “Van Kiem tot Kracht”.

In voorbereiding op de Floriade werd in 1958 begonnen met de herinrichting van Het Park en het bouwen van een zweefgondelbaan. De Floriade werd op 25 maart 1960 geopend door prinses Beatrix. In totaal kon de tentoonstelling ca. vier miljoen bezoekers verwelkomen.

Om de Floriade te promoten werd 3400 kilometer per postkoets afgelegd van Turkije naar Rotterdam om een tulpenbol naar de tentoonstelling te brengen. De reis duurde 39 dagen en de postkoets kwam op 9 mei 1960 aan in Rotterdam onder grote belangstelling. Postkoets, “koetsier” N. W. van Vliet en tulpenbol werden ontvangen door de voorzitter van de Koninklijke Algemene vereniging van Bloembollencultuur en de Ambassadeur van Turkije in Nederland. De reis werd gemaakt naar voorbeeld van de eerste tulpenbol die 400 jaar eerder uit Turkije werd meegebracht door Ogier Gisleen van Busbeke.

Van de tijdelijk aangelegde voorzieningen en tuinen zijn verschillenden tot op de dag van vandaag nog aanwezig in Het Park; onder andere de rododendronvallei en de 18e-eeuwse tuin.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Justus van Effenstraat, 1950

Het Justus van Effenblok aan de Justus van Effenstraat, 3 mei 1950.

Het Justus van Effencomplex is in 1918 ontworpen door de Rotterdamse architect Michiel Brinkman. De opdracht kwam van ir. A. Plate, toenmalig directeur van de Gemeentelijke Woningdienst. Hij wilde de huisvestiging voor de minst draagkrachtigen verbeteren. Het idee was om via een groot complex veel mensen tegelijk aan een woning te helpen. In september 1922 werd het complex voor de eerste keer opgeleverd, fonkelnieuw en hypermodern.

Het wooncomplex is opgetrokken uit gele IJsselsteen en roodbruine baksteen en bestaat uit vier woonlagen met een plat dak. Het complex heeft een omtrek van 80 bij 150 meter en telt vier ingangen. Het blok omsluit een binnenterrein waar wat kleinere huizenblokken staan. De voordeuren van de woningen liggen aan het groene binnenterrein en niet, zoals gebruikelijk, aan de omliggende straten, waardoor het woonblok de intieme sfeer heeft van een dorpje in de stad. Het telde in totaal 264 woningen.

De woningen bestaan uit één etage woningen op de begane grond en op de eerste verdieping. Hierboven op zijn maisonnettes gevormd op de derde en vierde woonlaag met een entree op de galerij. De woningen hebben centrale verwarming (voor het eerst toegepast in de volkswoningbouw in Nederland). Bovendien waren er allerlei voorzieningen in het complex gemeenschappelijk, zoals wassen, drogen en strijken. Die opzet zou bijdragen aan de saamhorigheid van de bewoners, zo hoopte architect Brinkman.

Het gebruik van een galerij, een verhoogde woonstraat aan de binnenkant van het blok, werd toen in Nederland nog nergens toegepast. De brede galerij langs de tweede verdieping maakte het bakkers en melkboeren mogelijk om met hun karren naar boven te gaan. De galerij is van zeer grote invloed geweest op de Nederlandse architectuur. Ze dient als inspiratie zoals bij eerste galerijflat van Nederland, de Bergpolderflat van Willem van Tijen.

De in 1984 gestarte renovatie van het inmiddels wereldberoemde Rijksmonument is uitgevoerd door architectenburo L. de Jong in samenwerking met de Rijksdienst van Monumentenzorg. De oorspronkelijke 264 kleine woningen (gemiddeld 50m2) werden samengevoegd tot 164 ruimere appartementen. De luchtstraat werd integraal vervangen en de authentieke gele gevels aan het binnenterrein wit geverfd. In 1985 kreeg het complex de status van Rijksmonument. Ondanks de ingrepen voldeed het gebouw al snel niet meer aan de moderne wooneisen en raakte het in verval.

In 2000 besloot Woonstad Rotterdam tot een grootscheepse restauratie. Uitgangspunt was het herstellen en terugbrengen van het gebouw in zijn oorspronkelijke waarde, waarbij het moest gaan voldoen aan de modernste eisen op het gebied van wooncomfort en energieprestatie. Aan de restauratie ging een visieprijsvraag vooraf die werd gewonnen door Molenaar & Co architecten en Hebly Theunissen architecten. Voor de ruimtelijke herinrichting van de binnenterreinen tekende Michael van Gessel Landscapes. Het bijzondere energieconcept is van W/E adviseurs. De werkzaamheden van aannemer Jurriëns Bouw begonnen in 2010.

Het aantal woningen werd verder teruggebracht. De 154 woningen voldoen nu aan de modernste eisen op het gebied van wooncomfort en energieprestatie. Waarbij veel oorspronkelijke details zijn hersteld die bij de eerste renovatie verloren waren gegaan. De gevels zijn in de originele staat teruggebracht, de trappenhuizen vernieuwd, de aluminium kozijnen zijn vervangen door houten reconstructies van de oorspronkelijke kozijnen, maar ook zijn de woningen voorzien van CO2-gestuurde ventilatie en vloerverwarming en zwaar geïsoleerd. Verwarming én verkoeling gebeurt door een centrale installatie voor warmte- en koudeopslag (WKO) die onder het voormalige badhuis is geïnstalleerd, op de plek van de oude stookkelder. De ingrijpende restauratie heeft twee jaar geduurd en 30 miljoen euro gekost. Op 6 september 2012 vond de officiële oplevering plaats. Het Justuskwartier, zoals het na de restauratie is gedoopt, is dan precies 90 jaar oud.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een metrotrein komt uit de metrotunnel, Parallelweg 1968

Een metrotrein komt uit de metrotunnel onder de Nieuwe Maas en rijdt ter hoogte van de Parallelweg richting station Rijnhaven, 1968 (geschat).

De eerste metrolijn, Noord-Zuidlijn genoemd, was tevens de eerste van Nederland, en bij de opening een van de kortste metrolijnen ter wereld: slechts 5,9 kilometer tussen het station Rotterdam Centraal en het winkelcentrum Zuidplein op de linker Maasoever. Op 9 februari 1968 openden prinses Beatrix en prins Claus in het bijzijn van toenmalig burgemeester Wim Thomassen en RET-directeur drs. C.G. van Leeuwen de metrolijn op het Centraal Station met een rit naar Zuidplein. Met de bouw van de lijn, die ruim zeven jaar duurde, was een bedrag van 170 miljoen gulden (ruim 77 miljoen euro) gemoeid, plus twintig miljoen gulden (negen miljoen euro) aan bijkomende werken. Om de Rotterdammers kennis te laten maken met dit nieuwe vervoermiddel, mocht iedere inwoner eenmaal een gratis ritje maken met de metro. De Rotterdamse metro had zijn eerste grote presentatie aan het publiek al in 1960 op de Floriade in de vorm van een 38 meter “bewegende” maquette met modeltreinen.

Het belangrijkste kunstwerk was de tunnel onder de Nieuwe Maas. Deze tunnel (de tweede ondertunneling van de Maas na de Maastunnel voor het auto-, fiets- en voetgangersverkeer) werd gebouwd door middel van geprefabriceerde tunnelstukken die werden afgezonken. Het traject van Rotterdam Centraal tot aan de Maas werd in open bouwputten gerealiseerd. Weena, Hofplein en Coolsingel waren hierdoor jarenlang onbegaanbaar.

Het gedeelte van de eerste lijn loopt door Rotterdam-Zuid geheel bovengronds over een viaduct. De stroomvoorziening met een elektrische spanning van 750 Volt gelijkstroom geschiedt via een derde rail-systeem.

In 1970, twee jaar na de opening, werd de lijn over het viaduct verlengd van Zuidplein tot Slinge. In 1974 werd de lijn doorgetrokken van Slinge via de voorsteden Rhoon en Poortugaal naar Zalmplaat in Hoogvliet, waarmee de lengte in één klap bijna verdubbelde.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Werkzaamheden op de in aanbouw zijnde Van Brienenoordbrug, 1964

Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter voor de Maastunnel gebruikt. Na de oorlog werd pas weer in 1959 nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond nam een aanvang voor of in 1961. Rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt zijn naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen.

De brug is in zijn geheel ter plaatse gebouwd. Om de boog te kunnen bouwen werden tijdelijk twee hulppijlers in het water gebouwd. De kenmerkende diagonale kabels waar het wegdek aan is opgehangen, geven de constructie een grote vormvastheid. Dit bleek mogelijk door de bijzondere verhoudingen van de boogvorm. Het ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat was voor zijn tijd revolutionair slank en transparant, en heeft later vele gebouwde bruggen geïnspireerd. De technisch tekenaar die het ontwerp van ingenieur Van der Eb heeft uitgewerkt was de heer C. Verkade, die in dienst van Rijkswaterstaat onder andere ook het ontwerp van het Emmaviaduct in Groningen op tekening heeft uitgewerkt.

De Van Brienenoordbrug werd door koningin Juliana feestelijk opengesteld voor verkeer op 1 februari 1965. Ook minister Jan van Aartsen was daarbij aanwezig.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bulgersteyn 1964

Het oude pand van Modemagazijn Voss aan het Bulgersteyn op de hoek van de Coolsingel (naast C&A), 11-17 september 1964. In verband met op de hand zijnde verhuizing naar de Hoogstraat is alles te koop voor de halve prijs. Verderop het winkelpand van Bervoets en het kantoor van Stad Rotterdam.

Uit Het Vrije Volk van 11 september 1964:
Voss opent nieuwe winkel in pand aan Hoogstraat
(Van een onzer verslaggeefsters)

Modemagazijn Voss in Rotterdam gaat verhuizen. Op vrijdag 18 september zal de huidige verkoopruimte naast C. en A. gesloten zijn en begint de verkoop in hét nieuwe pand: het vroegere gebouw van Dijckhoff Kledingmagazijnen aan de Hoogstraat 194. Dit pand werd gemoderniseerd en uitgebreid, met een. nieuwe etage, Om 2 uur gaan de deuren open voor het publiek, na een feestelijke opening in de morgenuren.

Tot het laatst toe, dus tot en met de dag voorafgaande aan de openstelling van het nieuwe pand, kunnen de klanten in het oude gebouw terecht. De voorraad, noch de inventaris, wordt namelijk overgebracht van de oude naar de nieuwe ruimte. Met ingang van zaterdag gaat Voss de hele voorraad in de oude winkelruimte namelijk uitverkopen, alles voor de halve prijs. Met deze stunt wil men bereiken dat het oude gebouw voor de verhuizing leeg is, zodat men de verkoop niet hoeft te onderbreken voor het overbrengen van de voorraad. In het nieuwe pand hangt op het ogenblik de nieuwe voorraad al klaar.

De door Voss verlaten ruimte zal worden betrokken door C. en A. Het feit dat C. en A. een welgevallig oog op deze ruimte had laten vallen, vormde ook de reden voor de verhuizing van Voss.

Het nieuwe pand van Voss, dat onder leiding van architectenbureau Elffers Hoogeveen en Van der Kraan uit Rotterdam en met als hoofdaannemer de Nederlandse Aanneming Maatschappy v/h H. F. Boersma uit Leiden verbouwd is, heeft drie verdiepingen, waarvan de eerste en tweede samen met.de parterre voor de verkoop worden gebruikt. De totale verkoopoppervlakte is ongeveer gelijk gebleven.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit Het Vrije Volk.

Met medewerking van Rotterdam van toen

‘s-Gravendijkwal 1946

Een tunnel van de ‘s-Gravendijkwal ter hoogte van de Nieuwe Binnenweg met in het midden de Nieuwe Kerk van Delfshaven N.H., 1946.

De ‘s-Gravendijkwal is vernoemd naar de vroeger ongeveer op deze plaats gelegen dijk in het ambacht Cool, die al in 1358 onder de naam ‘s-Gravendijkwal voorkomt. De dijk, gelegen ten oosten van het Middelland die later ook wel Dijkwal wordt genoemd, is misschien onder graaf Floris V aangelegd. Voor het gebouw van de voormalige Eerste H.B.S. aan de ‘s-Gravendijkwal staat het monument van de beroemde Rotterdamse scheikundige Dr. Jacobus Henricus van ‘t Hoff 1852-1911. Dit monument werd op 17 april 1915 onthuld.

De Tunneltraverse loopt (in de richting noord-zuid) vanaf het Kleinpolderplein gelijkvloers via de Stadhoudersweg en de Statenweg naar de Statentunnel (onder het emplacement van het Centraal Station). Vanaf de Statentunnel gaat het verkeer via een open tunnelbak in de Henegouwerlaan onder de Beukelsdijk door naar een gelijkvloerse kruising met de 1e Middellandstraat. Vandaar gaat het verkeer door een open tunnelbak in de ‘s-Gravendijkwal onder de Mathenesserlaan en de Nieuwe Binnenweg door naar een gelijkvloerse kruising met de Rochussenstraat. Vanaf de Rochussenstraat loopt de Tunneltraverse onder het Droogleever Fortuynplein (kruising met Westzeedijk) door naar de Maastunnel.

In Rotterdam-Zuid volgt een tunnel onder het Maastunnelplein, waarna het tracé gelijkvloers de Pleinweg, het Zuidplein en de Strevelsweg volgt. De kruising met de Groene Hilledijk is ongelijkvloers. Hierna gaat het tracé gelijkvloers verder tot aan het Marathonviaduct over de spoorlijn Rotterdam – Dordrecht. Via de Coen Moulijnweg langs het Stadion Feijenoord en de Stadionweg wordt de A16 bereikt.

Het gedeelte tussen het Bentinckplein in Blijdorp en het Maastunnelplein in Charlois heeft sinds 2012 de status van rijksmonument.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

 

Boterdorpse Verlaat, 1947

Het Boterdorpse Verlaat met sluisje richting de Rotte, januari 1947.

Deze schutsluis tussen de Streksingel en de Rotte bij Terbregge is vernoemd naar de Boterdorpse of of Butterdorpse polder. Het verlaat is de schutsluis ten zuiden van de Boterdorpse of Butterdorpse polder. De polder werd in de jaren 1777-1780 bedijkt; de sluis dateert uit deze tijd. Het noordelijke gedeelte van het Boterdorpse Verlaat heette tot 1949 Bergse Verlaat.

Het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft, wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stadhoudersweg 1969

Gezicht op de Stadhoudersweg, 1969 (geschat). Toevallig passeert net een verhuiswagen van het verhuisbedrijf H. Vos.

Stadhouder was de titel van een van de belangrijkste functionarissen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De titel werd door de hertog van Bourgondië ingevoerd in de Bourgondische Nederlanden.

Oorspronkelijk was de stadhouder een edelman die namens de landsheer bij diens afwezigheid in één of meerdere gewesten voor hem het gezag uitoefende. Eerst kwam dit alleen bij uitzondering voor, maar het Bourgondische Huis verwierf in de vijftiende eeuw steeds meer grondgebied en kreeg wegens die uitgebreidheid behoefte aan permanente plaatsvervangers. Stadhouders hadden zitting in de Raad van State, konden de gewestelijke staten bijeenroepen en zaten het rechtscollege voor.

Met het Plakkaat van Verlatinghe in 1581 werd de landsheer afgezworen. Daardoor was de functie in feite overbodig geworden. Toch werd besloten hem in ere te houden. De reden was dat men de belangrijkste aanvoerders van de opstand, onder wie Willem van Oranje, een hoofdfunctie in de uitvoerende macht wilde geven, zonder ze tot landheer te laten uitgroeien. Willem was overigens al in 1572 door de Staten van Holland eigenmachtig tot stadhouder van de provincie Holland benoemd.

Officieel was de stadhouder een ambtenaar en bleef de volledige macht, uitvoerend en wetgevend, in handen van het bestuur van iedere provincie. In de praktijk trok de stadhouder grote persoonlijke macht naar zich toe. Op gewestelijk niveau droeg hij vaak de leden van de vroedschappen van steden voor en wist zo zijn eigen volgelingen in de meest fundamentele besluitvormende organen te benoemen. In Zeeland was hij de eerste edele en daarmee lid van de Staten van die provincie.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Buitenplaats Dijkzigt, Westzeedijk 1922

Buitenplaats Dijkzigt, het woonhuis van de familie Hoboken aan de Westzeedijk, 1922. Hier vind je nu het Natuurhistorisch Museum.

Anthony van Hoboken (Rotterdam, 4 november 1756 – Rotterdam, 14 januari 1850) was een van de grootste Nederlandse reders.

Toen de VOC in 1799 failliet ging nam Anthony van Hoboken een groot deel van de Nederlandse zeilvaart over, met name naar Nederlands-Indië. Van Hobokens handelshuis was vermaard wegens diens op eigen werf “Rotterdams Welvaren” aan het Boerengat gebouwde barken en fregatten die van zeer hoge kwaliteit waren.

Anthony van Hoboken is in de loop van zijn leven heer van de heerlijkheden Rhoon, Pendrecht en Cortgene geworden. In 1811 kocht hij aan de Oostzeedijk de buitenplaats Dijk- en Maaszigt. Het bestond uit een classicistisch herenhuis met ‘coupel’, een aantal bijgebouwen en een in landschapsstijl aangelegde tuin met ‘een orangehuijs, springend grotwerk en een goudvischkom’. Midden negentiende eeuw werd dit buiten opgegeven en afgebroken. Aan de Westzeedijk werd een nieuwe buitenplaats gerealiseerd met een nieuwe herenhuis, Villa Dijkzigt. Rond het huis lag een oorspronkelijk door J.D. Zocher jr. ontworpen park in landschappelijke stijl, met vijvers, lanen, hertenkamp en moestuin. Het totale landgoed, het Land van Hoboken, besloeg 56 hectare waarvan zo’n 51 hectare polderweide. Het woonhuis biedt tegenwoordig onderdak aan het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bouw Willemsbrug 1980

De Nieuwe Maas met de aanvang van de bouw van de Willemsbrug en links het Witte Huis, 1979-1980.

Al voor de Tweede Wereldoorlog waren er plannen om de oude Willemsbrug te vervangen. Geldgebrek leidde ertoe dat pas in 1981 de nieuwe tuibrug van Cor Veerling van de Dienst Gemeentewerken verwezenlijkt werd. Twee rode jukken van 50 meter hoogte dragen het wegdek. De op- en afritten van de brug zijn enigszins wonderlijk. Ze liggen niet in het verlengde van de brug maar maken een bocht van 90 graden. De brug zou in eerste instantie de Maasboulevard rechtstreeks met de Oranjeboomstraat verbinden. Dat stuitte op bezwaren van omwonenden, die niet wilden dat de Oude Haven zou worden doorsneden en de Oranjeboomstraat tot stadssnelweg getransformeerd zou worden. In 1983 werd de nieuwe brug bekroond met de Nationale Staalprijs.

Het Witte Huis is de naam van een gebouw in Rotterdam dat een tijdlang het hoogste kantoorgebouw van Europa is geweest. Het heeft in 1940 als een van de weinige gebouwen in het stadscentrum het bombardement op Rotterdam doorstaan. In de jaren 1990 werd het zoveel als mogelijk in de oorspronkelijke staat teruggebracht (gevels en dak). Het was de eerste wolkenkrabber van Rotterdam en wordt door sommigen ook als eerste wolkenkrabber in Europa beschouwd (al wordt die titel meestal aan de Boerentoren in Antwerpen toegekend).

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen