Tag Archives: 1947

Luchtopname van de Zalmhaven, 1947

Luchtopname van de Zalmhaven met links het Willemsplein en op de voorgrond de Leuvehaven, 1947.

De oorspronkelijk Zalmhaven, ook wel ‘Salmgat’ geheten, was het meest zuidelijke deel van de Schiedamsevest buitendijks. In 1612, toen de stad werd uitgebreid langs de Schiedamsedijk en Leuve tot aan de Maas, had men eerst ook het plan nog meer westelijk te gaan. Er waren reeds erven uitgegeven aan een geprojecteerde Vissershaven, Elfthaven en Zalmhaven. Het plan werd niet uitgevoerd en de kopers moesten in 1620 schadeloos worden gesteld. Toch heette het eerdergenoemde gedeelte van de vest voortaan Salmgat, later Salmhaven. Door de verplaatsing van de scheepstimmerwerven van de Blaak naar het Nieuwewerk moest deze haven of dit gat vergroot worden. Toen is de kom gegraven, die in 1693 Salmhaven of Nieuwe Buijsegat’ wordt genoemd. De oude Zalmhaven, die toegang gaf tot de nieuwe, werd voor de behoefte te smal en te ondiep. In 1702 is er een nieuwe doorvaart gemaakt door het Westerse Hoofd, uitkomende in de Leuvehaven. De oude toegang werd in 1782 gedempt. Als Balkengat bleef het oude Salmgat nog tot 1891 bestaan. Toen werden de slikken opgehoogd en op het daardoor verkregen terrein werd de Zalmstraat aangelegd. De haven en straat danken hun naam aan de zalmvisserij op de Maas. Van 1886 tot 1959 liep van de Zalmhaven naar het Nieuwland de Zalmhavensteeg. De haven is gedempt, de naam is op 28 januari 1997 ingetrokken door B&W.

De Willemskade werd in 1847 aangelegd op slikken in het zogenaamde Tweede Nieuwewerk. De erven aldaar werden in 1848 uitgegeven. Kade en plein heetten oorspronkelijk, volgens besluit B&W 3 mei 1850, Westerkade en Westerplein. Naar aanleiding van het bezoek van Koning Willem III op 28 juli 1851, werden de namen gewijzigd.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weena-Hofplein, 1947

In de omgeving van het Weena en het Hofplein grazen ossen om bij te komen, 1947. Op de achtergrond links het ronde Incassobankgebouw aan de Goudsesingel en rechts de gebouwen van de Ammanstichting en de Coolsingel met het stadhuis.

Uit Het Vrije Volk van 13 september 1947:
Doorgaans een aardig schouwspel als troepen lerse ossen over de puinvelden van Rotterdam worden voortgedreven. Fiere dieren zijn het, met hun wijd uitstaande hoorns zien ze er lang niet zo tam uit als ons vee. Maar vrijdag was hun tocht van de Merwehaven, waar ze met de North Down uit Dublin waren gearriveerd, een lijdenstocht. De misère begon al met de eerste van de vier ploegen van ongeveer 75 dieren. In het Westen van de stad bij het Marconiplein viel de eerste os al neer. Volkomen uitgeput. Door de zeereis, door de warmte, en ook, en dat was het treurige, door dorst. De dieren liepen met de tongen uit de bek. Als ze even de kans zagen gingen ze de steen van winkelpuien likken. Op het Burg. Meineszplein liep een os een kruidenierswinkel binnen, vermoedelijk omdat het daar koel was. Het viel niet mee om de os hier om te draaien en weer naar buiten te loodsen. Heel voorzichtig werd er gemanoeuvreerd, maar de drijvers konden toch niet voorkomen dat hij een paar jampotten brak.

Bij de Heemraadssingel en de Diergaardesingel liepen er een paar op het water af en begonnen direct te drinken. Op het Hofplein kon er weer een van uitputting niet verder en viel op de tramrails neer. Het kostte heel wat moeite om hem te verwijderen. Met een wagen van het abattoir, de dieren waren voor slachting bestemd, zijn de uitvallers later opgehaald.

Al met al was het een zielig transport. Zeker, het was „maar” slachtvee, maar dat neemt niet weg, dat deze dieren naar ons gevoel tot de laatste dag recht hebben op een behoorlijke verzorging.

In het bijschrift in het Stadsarchief Rotterdam staat dat deze foto over ossen op doorreis naar Oost-Europa gaat.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit het Vrije Volk van 13 september 1947.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Boterdorpse Verlaat, 1947

Het Boterdorpse Verlaat met sluisje richting de Rotte, januari 1947.

Deze schutsluis tussen de Streksingel en de Rotte bij Terbregge is vernoemd naar de Boterdorpse of of Butterdorpse polder. Het verlaat is de schutsluis ten zuiden van de Boterdorpse of Butterdorpse polder. De polder werd in de jaren 1777-1780 bedijkt; de sluis dateert uit deze tijd. Het noordelijke gedeelte van het Boterdorpse Verlaat heette tot 1949 Bergse Verlaat.

Het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft, wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen