De Steigersgracht tijdens dempingswerkzaamheden, 1904
De Steigersgracht tijdens dempingswerkzaamheden met op de achtergrond de Grotemarkt, het standbeeld van Erasmus, het Steiger en de Wijde Marktsteeg, 1904-1908.
Wegens de goede diensten door de stad aan hertog Willem V van Beieren verleend, gaf hij de stad in 1351 het recht tot vrij gebruik van de steiger, die al in 1334 wordt genoemd.Deze aanlegplaats lag aan de Middeldam, vlak tegenover de ingang van de Oudehaven. Ze werd later gewoonlijk de Dordtsche Steiger genoemd. Nog later werden bij de uitbreiding van deze gracht verschillende gedeelten van de kaden als volgt onderscheiden: Smal Steiger, Kleine Steiger en Boerensteiger.
In 1905 werd het gedeelte van het Steiger tussen het spoorwegviaduct en de Hoofdsteeg gedempt. Dit gedempte gedeelte ontving de naam Middensteiger. Tengevolge van deze demping kwam de Hoenderbrug te vervallen. Op 11 januari 1911 werd besloten het gedeelte dat bekend stond als Boerensteiger, te dempen. Voorts liep van de Korte Hoogstraat naar het Steiger een klein straatje, dat de naam Toe-Steiger droeg. ‘Toe’ betekent in dit geval: dicht, gesloten, aan twee zijden bebouwd.
De Steigersgracht, die waarschijnlijk van oorsprong niet meer dan een buitendijksloot was, liep van de Soetensteeg tot het Groenendaal, grotendeels langs het hierboven genoemde Steiger. In onze oudste bronnen noemde men dit water steeds haven. Aan de ene kant stond deze in verbinding met de Leuvehaven, aan de andere kant kwam ze, voor de demping van het Groenendaal, uit op de Nieuwehaven. Vroeger mondden in de Steigersgracht de Schie en de Rotte uit door een vijftal sluizen. De Steigersgracht is na het bombardement van 1940 aanzienlijk verbreed en ligt nu gedeeltelijk op de plaats van de vroegere bebouwing van het Hang.
De fotograaf is Johannes Jacobus van der Hoeven en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.
Met medewerking van Rotterdam van toen

