Volle tribunes in de Kuip, 1958
Door Feyenoords successen in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw was het terrein van de voetbalclub aan de Kromme Zandweg veel te klein. Feyenoordvoorzitter Leen van Zandvliet slaagt er, na jaren ijveren, in om met hulp van notabelen – onder wie havenbaron Van Beuningen -, een groot voetbalstadion βop Zuidβ te verwezenlijken. Via de oprichting van een NV werd het ambitieuze project gefinancierd. Het complex, met de officiΓ«le naam Stadion Feijenoord, werd ontworpen door de architecten Brinkman en Van der Vlugt in de trant van het Nieuwe Bouwen, een zakelijke bouwstijl met veel glas, staal en beton. Vanwege de ovale hoofdvorm stond het complex in de volksmond al snel bekend als De Kuip.
Brinkman en Van der Vlugt, geΓ―nspireerd door het stadion van Arsenal in Londen, maakten een stadion in twee verdiepingen, waarbij het publiek dicht op het veld zat. De tribunes kenden een optimale zichtlijn, mede doordat de constructie-elementen aan de buitenzijde waren geplaatst en de hoeken waren afgerond. Tussen 1935 en 1936 werd het – afgezien van de betonnen tribunes – geheel in staal geconstrueerde gebouw door aannemer J.P. van Eesteren gebouwd. Op 16 september 1935 werd de eerste paal geslagen door Puck van Heel.
De openingswedstrijd tussen Feyenoord en het Antwerpse Beerschot vond plaats op 27 maart 1937. Vertegenwoordiger van de koningin Jhr. De Beaufort opende het stadion en burgemeester Droogleever Fortuyn trapte af. De RET vervoerde die dag vijfentwintigduizend passagiers van en naar het stadion aan de Kreekweg. Feyenoord won onder aanvoerder Puck van Heel de wedstrijd voor circa zevenendertigduizend toeschouwers met 5-2. In 1957 kreeg De Kuip, met Feyenoord als de vaste bespeler, een lichtinstallatie.
De fotograaf is Theo van Houts van Spaarnestad en de foto komt uit het Nationaal Archief. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

