Boterdorpse Verlaat, 1947

Het Boterdorpse Verlaat met sluisje richting de Rotte, januari 1947.

Deze schutsluis tussen de Streksingel en de Rotte bij Terbregge is vernoemd naar de Boterdorpse of of Butterdorpse polder. Het verlaat is de schutsluis ten zuiden van de Boterdorpse of Butterdorpse polder. De polder werd in de jaren 1777-1780 bedijkt; de sluis dateert uit deze tijd. Het noordelijke gedeelte van het Boterdorpse Verlaat heette tot 1949 Bergse Verlaat.

Het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft, wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen