Tag Archives: 1922

Beukelsweg, Allard Piersonstraat (rechts), 1922

Gezicht op de Beukelsweg met rechts de Allard Piersonstraat, 1922.

De naam van de Beukelsweg is ontleend aan het geslacht Bokel of Beukel. Het ambacht Beukelsdijk van heer Ghisebrecht Bokel (Buekel) wordt reeds in 1281 genoemd. De Beukelsdijk, maakt deel uit van de oude zeedijk, die in de 12de eeuw werd aangelegd. Daartoe behoorden ten westen van de Rotte de Blommersdijk en ten oosten van de Rotte de Oudedijk. In 1200 wordt Theodericus Bokel vermeld als getuige voor de graaf van Holland. Door het voltooien van de Rotterdamse Schie na 1340 werd Blommersdijk verdeeld in een oostelijk en westelijk gedeelte. De Beukelsdijksche of West-Blommersdijkscheweg sloot zich bij de voormalige Heulbrug aan bij de Oost-Blommersdijksche- of Bergweg. Een gedeelte van de oude Beukelsdijk heet thans Walenburgerweg. Van 1916 tot 1922 heette de Van Cittersstraat eveneens Beukelsdijk. De huidige Beukelsweg is een deel van de oude Beukelsdijk.

Allard Pierson (Amsterdam, 8 april 1831 – Almen, 27 mei 1896) was een Nederlandse predikant, theoloog, kunsthistoricus en taalkundige.

Pierson studeerde van 1849 tot 1854 theologie in Utrecht en Leiden, alvorens hij van 1854 tot 1857 predikant was te Leuven. Vanaf 1857 was hij predikant bij de Waalse gemeente te Rotterdam. In 1865 besloot hij uit de kerk te treden vanwege zijn modernistische inzichten, die niet meer te verzoenen waren met zijn ambt. In 1870 werd hij hoogleraar theologie te Heidelberg. Pierson was van 1877-1895 de eerste hoogleraar in kunstgeschiedenis, esthetica en moderne talen en letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij behoorde tot de fijnzinnigste geesten uit het Nederlandse culturele leven van de 19e eeuw. Tijdens zijn hoogleraarschap in Amsterdam legde hij een verzameling gipsafgietsels van klassieke beelden aan. Het archeologiemuseum van de Universiteit van Amsterdam, waar deze collectie zich nog steeds bevindt, is naar hem vernoemd.

Allard Pierson ligt tezamen met zijn echtgenote Pauline Gildemeester begraven op de Algemene begraafplaats aan de Warnsveldseweg te Zutphen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Buitenplaats Dijkzigt, Westzeedijk 1922

Buitenplaats Dijkzigt, het woonhuis van de familie Hoboken aan de Westzeedijk, 1922. Hier vind je nu het Natuurhistorisch Museum.

Anthony van Hoboken (Rotterdam, 4 november 1756 – Rotterdam, 14 januari 1850) was een van de grootste Nederlandse reders.

Toen de VOC in 1799 failliet ging nam Anthony van Hoboken een groot deel van de Nederlandse zeilvaart over, met name naar Nederlands-Indië. Van Hobokens handelshuis was vermaard wegens diens op eigen werf “Rotterdams Welvaren” aan het Boerengat gebouwde barken en fregatten die van zeer hoge kwaliteit waren.

Anthony van Hoboken is in de loop van zijn leven heer van de heerlijkheden Rhoon, Pendrecht en Cortgene geworden. In 1811 kocht hij aan de Oostzeedijk de buitenplaats Dijk- en Maaszigt. Het bestond uit een classicistisch herenhuis met ‘coupel’, een aantal bijgebouwen en een in landschapsstijl aangelegde tuin met ‘een orangehuijs, springend grotwerk en een goudvischkom’. Midden negentiende eeuw werd dit buiten opgegeven en afgebroken. Aan de Westzeedijk werd een nieuwe buitenplaats gerealiseerd met een nieuwe herenhuis, Villa Dijkzigt. Rond het huis lag een oorspronkelijk door J.D. Zocher jr. ontworpen park in landschappelijke stijl, met vijvers, lanen, hertenkamp en moestuin. Het totale landgoed, het Land van Hoboken, besloeg 56 hectare waarvan zo’n 51 hectare polderweide. Het woonhuis biedt tegenwoordig onderdak aan het Natuurhistorisch Museum Rotterdam.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Gezicht in de Spartastraat, 1922

De eerste versie van het Kasteel werd gebouwd in 1916, naar een ontwerp van de architecten J.H. de Roos en W.F. Overeijnder. Het eerste voetbalstadion van Nederland werd geopend op zondag 15 oktober 1916. De openingswedstrijd op ‘de Sparta Burcht’ werd gespeeld tegen Willem II. In de loop der jaren werden de tribunes van “Stadion Spangen” diverse malen vernieuwd en uitgebreid. De meest ingrijpende renovatie vond plaats in 1998-99: het stadion werd toen bijna volledig herbouwd volgens een ontwerp van architectenbureau Zwarts & Jansma. Het veld werd daarbij een kwartslag gedraaid, waardoor “Het Kasteel” nu deel uitmaakt van de Kasteeltribune aan de lange zijde van het stadion, terwijl het eerst aan de korte kant van het stadion gelegen was. De naam van het nieuwe stadion werd Sparta-Stadion “Het Kasteel”. Het heeft een capaciteit van 10.599 plaatsen. Het stadion werd heropend met een vuurwerk- en lasershow en een wedstrijd tegen Glasgow Rangers, die in 0-0 eindigde.

Alleen het gebouw met de twee torentjes, waaraan het complex al decennialang zijn bijnaam Het Kasteel dankte, bleef bij de verbouwing van 1999 behouden, inclusief het bouwaardewerk van Willem Coenraad Brouwer. Dat gebouwtje werd in november 2004 aangekocht door de zakenman Hans van Heelsbergen, die toen voorzitter van Sparta Rotterdam was. Van Heelsbergen opende er een horecagelegenheid en het Sparta Museum.

Ook liet hij de fanshop vernieuwen; deze werd naar de andere kant van het stadion verplaatst en werd ongeveer vijf maal zo groot als de oude fanshop. De shop heeft nu twee verdiepingen en verkoopt naast Sparta spullen ook merkkleding.

In 2014 is Sparta uit kostenoverwegingen overgestapt op een kunstgrasveld.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

C.P. Tielestraat 1922

Openbare bewaarschool in de C.P. Tielestraat, 1922.

Cornelis Petrus Tiele (Leiden, 16 december 1830 – aldaar, 11 januari 1902) was een Nederlands theoloog. Zijn onderwijs genoot hij in Amsterdam, eerst aan het Athenaeum Illustre, daarna studeerde hij aan het seminarie van de Remonstrantse Broederschap.

Tiele, liberaal in geloofszaken, werd in 1853 predikant in Moordrecht en in 1856 in Rotterdam. Toen het seminarie in 1873 van Amsterdam naar de Rijksuniversiteit Leiden verhuisde, werd Tiele hoogleraar. Als een van de invloedrijkste professoren werd hij in 1877 benoemd tot hoogleraar in de godsdienstgeschiedenis, een leerstoel die speciaal voor hem was ingesteld.

Samen met onder meer Abraham Kuenen en Jan Hendrik Scholten stichtte hij de moderne richting van de zogenaamde Hollandse School. Vanaf 1867 was Tiele een van de redacteuren van het Theologisch Tijdschrift, samen met Kuenen, A.D. Loman en L.W.E. Rauwenhoff.

In 1901 ging Tiele met emeritaat. In januari 1902 overleed hij. Hij ligt begraven op de Leidse begraafplaats Groenesteeg

Tiele stond bekend om zijn geestdrift, werklust én zijn enorme kennis van klassieke talen, volkeren en religies. Tijdens zijn leven ontving hij eredoctoraten van de Universiteit van Dublin, de Universiteit van Bologna en de Universiteit van Edinburgh.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen

Westewagenstraat 1922

Zicht vanaf de Kortewagenstraat op de Westewagenstraat (voorgrond), 1922. In het midden een houten noodbrug over de Delftsevaart tijdens de doorbraak naar de Meent.

De Kortewagenstraat is een verbastering van Kordewagenstraat, afgeleid van het huis ‘de vergulde Kordewagen'(=kruiwagen), vlakbij in de Westewagenstraat. Omstreeks 1647 is deze naam in gebruik gekomen. De straat liep van de Zandstraat naar de Westewagenstraat in het verlengde van de Hofstraat. De straat werd ook wel Hofstraat en Zusterstraat genoemd. Deze laatste naam werd vernoemd naar het klooster van de Witte Zusters, het Sint Agathaconvent. Bij besluit B&W 26 september 1930 werd de naam Kortewagenstraat ingetrokken.

De Westewagenstraat komt al voor in 1363, evenals de Wagenbrug aldaar op het Westeinde. Later wordt ze ook Delftsche Wagenstraat genoemd, omdat ze de ‘rijweg’ was naar Delft. Hier hadden zich wagenverhuurders gevestigd, voer het wagenveer af en konden boeren en buitenlui , die de Delftsepoort waren binnengetreden , hun paarden stallen. Ook wagenmakers en hoefsmeden oefenden daar hun bedrijf uit. Het gedeelte van de Oude Westewagenstraat, dat lag tussen de Hoogstraat en de Sint-Laurensstraat, heette tot 1902 Korte Westewagenstraat. De huidige Westewagenstraat ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het gedeelte ten noorden van de Meent vormt thans een gedeelte van het Haagseveer.

De fotograaf is Francois Henry van Dijk en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen