Snoepwinkel van Jamin aan het Mathenesserplein, 1983

Snoepwinkel van Jamin aan het Mathenesserplein nummer 43b, 26 september 1983.

Cornelis Jamin werd op 27 januari 1850 geboren in Boxmeer. Op twintigjarige leeftijd verhuisde hij naar Rotterdam waar hij in de Warmoeziersstraat een straathandel in zoetwaren begon. Al snel vestigde Jamin zich als banketbakker en begon hij naast zijn bakkerij twee kleine suikerwerkfabriekjes. In het begin van de jaren tachtig opende de ambitieuze Jamin zijn eerste chocoladewinkel om de waren uit zijn suikerwerkfabriekjes aan de man te brengen.

Het was het begin van een succesverhaal, al snel werden er in Rotterdam meer winkels geopend. Binnen tien jaar na de opening van de eerste Jaminwinkel was er een grotere fabriek nodig om aan de stijgende vraag te kunnen voldoen. Aan de Hugo de Grootstraat in Crooswijk verrees de ‘Zuid-Hollandse Stoomfabriek van Koek, Banket, Chocolade en Suikerwerken’. Jamin ging, zoals in die tijd onder fabrikanten zeer gebruikelijk was, naast zijn fabriek wonen. De fabriek was zeer belangrijk Crooswijk, jonge meisjes uit de wijk werkten bijna vanzelfsprekend bij de snoepfabriek waar relatief hoge lonen werden betaald.

De klantenkring van Jamin was breed, van kinderen die een paar snoepjes kochten tot dames uit de betere kringen. Het populaire assortiment in de chique maar betaalbare winkels omvatte ondermeer snoep, bonbons, koekjes, de beroemde pindarotsjes en boterletters. De zaken bleven goed gaan, in 1907 waren er in Rotterdam al vijftig Jaminwinkels en was uitbreiding van de fabriek noodzakelijk. Helaas maakte Cornelis Jamin de opening van de nieuwe fabrieksvleugel niet meer mee, hij stierf op 11 juli 1907.

Voor zover bekend was Cornelis Jamin buiten zijn bedrijf weinig actief. Hij was van bescheiden komaf en heeft nooit onderdeel uitgemaakt van de Rotterdamse elite. Jamin was meer een familiemens. Hij trouwde op 7 juni 1876 met Maria Martina van de Lagen (1858-1877) met wie hij één zoon, Cornelis jr. (geb. 1876), kreeg. Na het vroege overlijden van zijn eerste vrouw huwde Jamin op 20 november 1878 Louisa Johanna Reuther (geb. 1854) met wie hij twee dochters en drie zonen, Pierre, Louis en Harry, krijgt. Deze drie broers zetten het familiebedrijf voort na overlijden van Jamin sr. Op het hoogtepunt van de roem van Jamin, de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw zijn er meer dan zeshonderd Jaminwinkels.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

met medewerking van Rotterdam van toen