Radio Hertogjansplace
KralingenRotterdam van toen

De Gedempte Slaak met café Singelzicht, 1930

De Gedempte Slaak werd zo genoemd na demping van de Slaakvaart in 1901. Bij besluit B&W 4 maart 1947 werd de naam ingetrokken. De Slaakvaart is een voormalig boezemwater dat na de definitieve demping in 1901 uiteindelijk de naam Slaak kreeg. Slaak of slac betekende kalm of effen en had betrekking op het water van de vaart.

De oudst voorkomende naam voor dit water is Cralingsche Vaart, zoals ook nog op de plattegrond van 1626 staat aangegeven. In het huizenprotocol van Kralingen van 1685 wordt gesproken van Molenkade en Molenvliet naar de Kralingse poldermolens, die langs dit water stonden. Deze vliet, ook wel Boezem genaamd (zodoende sprak men ook van Boezemkade), liep van de Rotterdamse stadsvest tot de Oudedijk bij het Jaffa. Ze stond later door het Kralinger Verlaat in verbinding met de Hoge- en Lageboezem.

Gewoonlijk onderscheidde men de gehele vaart in Slaakvaart of Slavaart voor het zuidelijke, en Vliet voor het noordelijke gedeelte. Toen door het vergraven van de Lageboezem in 1869, waardoor deze in de Slaakvaart uitkwam, het noordelijke deel veel van zijn betekenis verloren had, werd hiervan een gedeelte gedempt. In 1891 besloot de Gemeenteraad eveneens een gedeelte Slaakvaart te dempen. Dit was het zogenaamde dode einde, ook wel Stille Slaakkade genoemd, dat zich uitstrekte ten noorden van de Lageboezem tot de toenmalige grens van de gemeente. Hieraan werd de naam Slaakstraat gegeven. In 1901 werd besloten tot het dempen van het overgebleven gedeelte van de Slaakvaart. In 1902 vervielen de namen Slaakvaart, Slaakkade en Slaakstraat en werd alles ‘Gedempte Slaak’.

De fotograaf is Roeland Smits en de foto is van Spaarnestad. De informatie komt uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewwerking van Rotterdam van toen

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *