Tag Archives: 1952

Laurenskerk, 1952

Tijdens Opbouwdag wordt de eerste steen voor de restauratie van de Laurenskerk gelegd, 9 mei 1952.

Tijdens het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 werd ook de Laurenskerk zwaar beschadigd door bommen op het dwarsschip van de kerk, waarna brand ontstond die leidde naar de in de houten steigers omringde toren. Aanvankelijk gingen er stemmen op om de kerk te slopen, maar dit werd door Hitler verboden: de kerk werd “Auf Befehl des Führers unter Kunstschutz gestellt”. Ook binnen de voorlopige Rijkscommissie voor de Monumentenzorg waren voor- en tegenstanders van restauratie. Met name commissielid architect J.J.P. Oud verzette zich tegen herbouw en bracht in 1950 een alternatief plan in de publiciteit waarbij slechts de toren als herdenkingsplaats zou worden behouden. Daarachter zou een nieuwe, kleinere kerk komen, met ertussenin een vijver. Dit alternatieve plan werd terzijde gelegd, vooral omdat de Laurenskerk te zeer als een symbool van de Rotterdamse gemeenschap werd gezien. In 1952 legde koningin Juliana de eerste steen voor de restauratie, die pas in 1968 werd voltooid.

In 1971 werd door de hervormde gemeente Rotterdam het Laurenspastoraat opgericht, dat sindsdien wekelijks kerkdiensten verzorgt. In 1981 werd de Laurenskerk ook de thuisbasis van de vrijzinnige wijkgemeente Maaskant/Open Grenzen. De Laurenskerk is in Nederland een van de weinige uit de middeleeuwen stammende, bij protestanten in gebruik zijnde, grootstedelijke kerkgebouwen die nog elke zondag voor de eredienst wordt gebruikt.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rotterdamsche Schouwburg aan de Aert van Nesstraat, 1952

De Rotterdamsche Schouwburg aan de Aert van Nesstraat, 1952 (geschat).

Uit het Algemeen Handelsblad van 11 januari 1947:
ROTTERDAMS KUNSTTEMPEL INGEWIJD
Shakespeare’s Driekoningenavond

Rotterdam heeft weer een schouwburg. Op dien wonderlijken kloosterlijken bouw temidden van de troostelooze vlakten waaide feestelyk het nationale rood-wit en blauw naast het stedelyk groen-wit-groen. Vlak by de plaats, waar eens de „Groote Schouwburg” stond was het feest bijkans zeven jaar nadat die schouwburg tot asch verpulverde. Want al wat men dan zonder uiterlyk vertoon van feestelykheid byeen gekomen, binnen de wanden van dezen uit puin gebouwden kunsttempel zag men louter verheugde gezichten.

En was het geen festyn toen na de voorstelling het doek weer open ging en burgemeester Oud in een geurige weelde van zacht kleurige bloemen stond met dr. J. Drost den voorzitter van de Rotterdamsche Kunststichting en de leden van de bouwcommissie, welker voorzitter dr. J. Ph. Back den nieuwen schouwburg met eenige Rotterdamsch kernachtige en sobere woorden aan den burgemeester overdroeg? De burgemeester droeg den schouwburg op zijn beurt weer over ter exploitatie aan den voorzitter van de Rotterdamsche Kunststichting. Er volgde nog een rij van sprekers en toen was deze voor de Maasstad zoo uiterst verbiydende avond voorby: een avond waaraan de Koningin luister bijzette, door zich te doen vertegenwoordigen door haar kamerheer in buitengewonen dienst, mr. K. P. van Der Mandele, terwijl tevens de minister-president, dr. L. J. M. Beel met verscheidene leden en tal van andere autoriteiten tegenwoordig waren.

Op dit gedenkwaardige feest was het een byzondere vreugde Marie van Eysden-Vink aanwezig te zien en den krassen Bouwmeester van Rotterdam’s verwoesten schouwburg, den architect J. Verheul Dzn. Rotterdam’s schouwburg is ingewyd met een sprankelende, fonkelende vertooning van Shakespeare’s Driekoningenavond. Het leek wel of de Start haar beste nummer voor dezen avond had bewaard, want deze voorstelling was een verrassing voor het oog en voor zoover de nog niet geheel perfecte acoustiek toeliet dit te beoordeelen. evenzeer voor het oor. Het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest, dat onder leiding van Piet van Mever voor den officieelen overdracht Johan Wagenaar’s ouverture Cyrano de Bergerac verklonkte, omlystte het kleurenspel der tafreelen onder aanvoering van Maurice van Ijzer met Humperdinck’s dartele muziek. Gaby Destree verbond de schets met speelsche dansen, terwyl de changementen bij open doek werden verricht. Het geheel werd gevangen in even ingenieuze als smaakvolle décors van Wim Vesseur, die met zijn achterdoeken Tintoretto-verschieten opende of, by de tuinscènes, doeken die kennelijk zyn geïnspireerd op de tapyten a fonds de fleurettes. Het spel localiseerde zich in hoofdzaak binnen een sierlyke collonade. De voorstelling als geheel was uitgelaten dartel, Mary Smithuyzen speelde Olivia met den juisten toets. Annie de Lange verraste als Viola en Marie Hamel was een schalksche Maria, die niettemin

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Algemeen Handelsblad van 11 januari 1947.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weenatunnel aan het Weena, 1952

Weenatunnel aan het Weena, 1952. Op de achtergrond het Groothandelsgebouw.

Het Weena dankt zijn naam aan het Huis of Hof van Weena, dat ter hoogte van het huidige Station Hofplein lag. Dit kasteel was in het begin van de 13de eeuw gebouwd en werd bewoond door de familie Bokel. Het was vermoedelijk een vierkante woontoren, die op een eilandje lag. Volgens de kroniekschrijver Willem van der Sluys werd het kasteel in 1426 door de Hoekse troepen onder Willem Nagel verwoest. Slechts een gedeelte van de toren heeft hier nog verschillende eeuwen gestaan. Toen de stad in 1590 eigenares van het terrein werd, zijn daarheen de lakenramen overgebracht. Op het grondgebied van het vroegere kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1ste en 2de Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van het vliegveld Heliport. In deze buurt herinneren enige straten aan de heren van Weena, zoals de Almondestraat, de Boekhorststraat en de Roo Valk-straat. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord wedeme (morgengave of huwelijksgift).

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Batavierenstraat 1952

Gezicht in de Batavierenstraat gezien vanaf de Diergaardesingel, 1952. Op de achtergrond de West-Kruiskade.

De Batavierenstraat is vernoemd naar ‘de Batavieren te paard’, een vereniging van slepers, die in 1865 zeer gezien was in optochten bij nationale feesten. Vóór de Tweede Wereldoorlog lag ten westen van deze straat het Batavierenhofje.

Deze singel is vernoemd naar de in 1857 opgerichte Rotterdamsche Diergaarde, waarlangs deze singel liep. De Diergaarde werd eind 1939 gesloten in verband met de bouw van een nieuwe diergaarde in de wijk Blijdorp. Daarna werd met de sloop begonnen; het restant van de diergaarde werd verwoest bij het bombardement in mei 1940. Zowel de Stationssingel als de Spoorsingel hebben in de 19de eeuw enige tijd Diergaardesingel geheten.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen