Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

G.J. de Jonghweg 1967

RET-bus (lijn 47) rijdt op de G.J. de Jonghweg richting Drooglever Fortuynplein op een vrije baan. Op de achtergrond het gebouw van de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen en de toren van het Gemeente-Energiebedrijf (GEB). De foto is gemaakt tussen 27 en 30 oktober 1967 (geschat).

Gerrit Johannes de Jongh (Willemstad, 4 juli 1845 – ‘s-Gravenhage, 31 januari 1917) was als directeur van de dienst Gemeentewerken “havenbouwer en stadsontwikkelaar” van Rotterdam.

De Jongh was de zoon van Teunis Gerardus de Jongh (1808-1847), officier van gezondheid, en Cornelia Johanna Maris (1803-1871).[2] Na middelbaar onderwijs volgde De Jongh van 1861 tot 1865 militaire en vaktechnische onderwijs aan de Koninklijke Militaire Academie te Breda.

Na afronding van zijn studie werd De Jongh benoemd tot 2e luitenant-ingenieur bij de genie. Hij werd aan het werk gezet bij de opbouw van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als vestingbouwkundige. Hier werkte bij mee aan de herbouw van het Fort bij Uitermeer, waar op het terrein een torenfort werd gebouwd. Hij wist de technisch moeilijke constructie succesvol te realiseren, en trok daarmee de aandacht. In de opvolgende jaren realiseerde hij meerdere militaire bouwwerken en voerde ook enige particuliere opdrachten uit. In 1874 volgde een promotie tot kapitein.

In 1879 volgde voormalig genie-officier De Jongh C.B. van der Tak op als directeur Gemeentewerken. Al snel naar zijn aantreden als directeur Gemeentewerken in 1879, verwierf De Jongh een ongekend machtige positie. Rotterdam maakte op dat moment een zeer sterke groei door (zie ook: Geschiedenis van Rotterdam). In 1910 werd De Jongh als directeur opgevolgd door A.C. Burgdorffer. Na zijn afscheid van Rotterdam was De Jongh nog enige jaren lid van Provinciale Staten van 1910 tot 1916 en de Tweede Kamer van 1910 to 1913.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kruisstraat 1909

De ingang van de Rotterdamsche Diergaarde aan de Kruisstraat, uit het oosten, gezien vanaf de Diergaardelaan, 1909.

De Rotterdamsche Diergaarde is een van de oudste dierentuinen van Nederland; aanvankelijk een exotische vogeltuin, gevestigd in de binnenstad van Rotterdam bij de Kruiskade. In 1937 werd besloten de Diergaarde te verplaatsen naar de wijk Blijdorp. Tijdens het bombardement in 1940 werd de Diergaarde in de binnenstad zwaar beschadigd.

Rond 1855 richtten twee spoowegbeambten een spoortuintje in de Rotterdamse binnenstad in om hun verzameling exotische vogels onder te brengen. Deze hobby-vogeltuin werd een groot succes en leidde tot de oprichting van de ‘De Rotterdamsche Diergaarde’ in 1857. De eerste directeur was Henri Martin, oorspronkelijk leeuwentemmer van beroep. Aanvankelijk mochten alleen leden van de vereniging de dierentuin bezoeken.

In 1857 kreeg J.D. Zocher van de gemeente de opdracht om de tuin voor de Diergaarde aan te leggen. De bedoeling was om op een aangename wijze kennis van dieren en planten te bevorderen. Zocher voerde het plan uit samen met zijn zoon Louis Paul. De Diergaarde was een enorm succes. Tijdens de aanleg kon men de dieren al bezichtigen en binnen acht maanden tijd leverde dat ruim twaalfduizend bezoekers op. Daaronder bevonden zich bijna vierduizend stadgenoten die geen lid waren. Het lidmaatschap was namelijk erg duur, maar eenmaal per jaar, tijdens de kermis, kon de gewone man voor een gereduceerd tarief de dierentuin bezoeken.

De ingang van de Diergaarde was aan de Kruiskade. Rondom het terrein was een fraai hek geplaatst. De dierenverblijven en andere gebouwen werden ontworpen door de architecten A.W. van Dam en H.J. de Haas. In 1862 werd de Diergaarde uitgebreid, waarbij opnieuw de hulp van Zocher werd ingeroepen. Dit gedeelte, dat bekend werd onder de naam Nieuwe Tuin, sloot naadloos aan bij het oude gedeelte. De Diergaarde kon zich meten met die van Amsterdam en Antwerpen dankzij de smaakvolle aanleg van Zocher.

In 1937 besloot het gemeentebestuur van Rotterdam dat de Diergaarde uit het stadscentrum moest wijken voor stedelijke bebouwing. Vanwege het steeds drukker wordende verkeer werd de Diergaarde verplaatst naar de wijk Blijdorp. Het jaar erop begon men met de bouw van de nieuwe Diergaarde ‘Blijdorp’, genoemd naar de polder Blijdorp, waar de tuin nog steeds gehuisvest is. Architect S. Van Ravesteyn kreeg de opdracht voor het ontwerp.

Toen de verhuizing naar Blijdorp in volle gang was, bombardeerden de Duitsers op 14 mei 1940 de binnenstad en daarmee ook de Diergaarde. De chaos was enorm en vele dieren overleefden het bombardement en de vuurzee niet. Voor zover mogelijk werden de overlevende dieren overgebracht naar Blijdorp, waar men nog volop bezig was met de bouw van de nieuwe tuin. Op 7 december 1940 werd de nieuwe Diergaarde officieel geopend.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Top40 week 12

Top40 week 12 <— Download

01  Ed Sheeran – Shape of you
02  Kygo & Selena Gomez – It ain’t me
03  Martin Garrix & Dua Lipa – Scared to be lonely
04  Jairzinho ft. Sven Alias, BKO & Boef – Tempo
05   Ed Sheeran – Castle on the hill
06  Jax Jones ft. Raye – You don’t know me
07  The Chainsmokers & Coldplay – Something just like this
08  Starley – Call on me (Ryan Riback Remix)
09  Boef – Habiba
10  Katy Perry ft. Skip Marley – Chained to the rhythm
11  The Chainsmokers – Paris
12  Calvin Harris ft. Frank Ocean & Migos – Slide
13  Clean Bandit ft. Sean Paul & Anne-Marie – Rockabye
14  James Arthur – Say you won’t let go
15  Burak Yeter ft. Danelle Sandoval – Tuesday
16  Ronnie Flex ft. Frenna – Energie
17  Zayn & Taylor Swift – I don’t wanna live forever
18  JP. Cooper – September song
19  Alessia Cara – Scars to your beautiful
20 Julia Michaels – Issues
21  Rag’n’Bone Man – Skin
22  Zedd ft. Alessia Cara – Stay
23  Major Lazer ft. Partynextdoor & Nicki Minaj – Run up
24  The Weeknd ft. Daft Punk – I feel it coming
25  John Legend – Love me now
26  Maroon 5 ft. Future – Cold
27  Boef – Salam
28  Armin Van Buuren & Garibay ft. Olaf Blackwood – I need you
29  Sean Paul ft. Dua Lipa – No lie
30  Axwell Λ Ingrosso ft. Kid Ink – I love you
31  Sia – Never give up
32  Kris Kross Amsterdam & Conor Maynard ft. Ty Dolla $ign – Are you sure
33  AJR – Weak
34  Jebroer & DJ Paul Elstak – Kind van de duivel
35  Lorde – Green light
36  Niall Horan – This town
37  James TW – When you love someone
38  Ali B ft. Nielson – Glimp van de duivel
39 Imagine Dragons – Believer
40  Ed Sheeran – How would you feel (Paean)

Nieuw binnengekomen :
09 — 01 Boef – Habiba
27 — 01 Boef – Salam
33 — 01 AJR – Weak
39 — 01 Imagine Dragons – Believer

Verdwenen :
Machine Gun Kelly & Camila Cabello – Bad things
Calum Scott – Dancing on my own
Robin Schulz & David Guetta ft. Cheat Codes – Shed a light
Zara Larsson – I would like

 

 

 

Pleinweg 1946

De Pleinweg richting het Maastunnelplein, 1946.

Deze weg vormt de verbinding tussen twee pleinen, het Maastunnelplein en het Zuidplein.

Dit plein dankt zijn naam aan de nabijgelegen Maastunnel, de verkeers-, voetgangers- en fietstunnels onder de Nieuwe Maas tussen het Park en de Doklaan. Met de bouw hiervan werd in 1937 een begin gemaakt. De tunnels werden in 1942 in gebruik genomen. Het Maastunnelplein ligt ten zuiden van de tunnels.

Het Zuidplein dankt zijn naam aan de ligging in het zuidelijke stadsdeel. Zuidplein Hoog is het plateau boven dit plein waarop zich het winkelcentrum bevindt.

De foto is gemaakt door de Dienst Gemeentewerken en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Meent 1930

De Meentbrug over de Delftsevaart, op de achtergrond hotel Atlanta in aanbouw, 1930.

Deze brug ligt in de Meent, over de Delftsevaart. De Meent kan men identificeren met de in 1385 genoemde ‘der Stede wech’ en met de ‘Poortweg’, waarvan in 1404 sprake is. De naam Meent als straatnaam treft men niet aan vóór de tweede helft van de 16de eeuw. Aangenomen kan worden dat aan deze straatnaam de betekenis ‘gemeene weide’ ten grondslag lag. Dit blijkt onder meer uit een keur op de twee jaarmarkten uit de eerste helft van de 15de eeuw. De paardenmarkt moest toen gehouden worden ‘in de Lombaertstrate upte meente neffens de capelle ende aldaer omtrent’. In 1531 en later komt ‘Beestenmarkt’ voor, daarna ‘Varckenmart’, ‘Meent ende Varckenmarct’ of ‘Meent bij de Varckenmarct’. Oorspronkelijk liep de Meent van de Botersloot naar de Oppert. Ten behoeve van het toenemende verkeer werd een plan ingediend voor de aanleg van een brede straat door de oude stad, die een verbinding tussen Coolsingel en Goudsesingel zou vormen. De Heerenstraat en de Meent zouden worden verbreed en in westelijke richting worden doorgebroken. Op 19 juni 1913 aanvaardde de raad het doorbraakplan. Toen in mei 1940 de oorlog uitbrak was de nieuwe Meent voor het grootste gedeelte voltooid. In de volksmond heeft de Meent enige tijd de Doorbraak geheten. De huidige Meent ligt op dezelfde plaats als de vooroorlogse straat van die naam. Alleen het noordelijke gedeelte tussen de Botersloot en de Goudsesingel, de vroegere Heerenstraat, heeft een iets andere loop gekregen.

Hotel Atlanta is een viersterrenhotel in het centrum van Rotterdam, op de hoek van de Coolsingel en de Aert van Nesstraat. De officiële naam van het hotel luidt NH Atlanta Rotterdam.

Het hotel is gebouwd tussen 1929 en 1931 naar een ontwerp van architect F.A.W. van der Togt. Het gebouw had 8 hotelverdiepingen en een café-restaurant op de begane grond. Met een hoogte van 36 meter torende het gebouw aan de toenmalige Coolsingel uit boven de overige bebouwing. Het hotel werd uitgevoerd met een betonnen skelet, bekleed met baksteen en natuurstenen plinten.

In 1938 kwam de Oekraïense nationalist Jevhen Konovalets door een bomaanslag op de Coolsingel om het leven, nadat hij in Hotel Atlanta van NKVD-lid Pavel Soedoplatov een bompakket in de vorm van een doos chocolade had gekregen.

Hotel Atlanta overleefde het bombardement op Rotterdam van 14 mei 1940. In 1950 werd het hotel aan de kant van de Aert van Nesstraat uitgebreid met een nieuwe vleugel die harmonieerde met de rest van het gebouw. In 1965 werd wederom een uitbreiding gebouwd en de begane grond aan de Coolsingel werd verbouwd. Deze uitbreiding werd uitgevoerd met grove betonnen panelen en contrasteert sterk met de rest van het gebouw.
In 1998 werd het gebouw aangewezen als gemeentelijk monument.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Passage (coolsingel) 1939

Interieur van de Passage, in de richting van de Korte Hoogstraat, 1939.

De Passage was een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, gelegen tussen de Coolsingel en de Korte Hoogstraat. De Passage werd op 15 oktober 1879 geopend voor publiek. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage verwoest.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er plannen voor de bouw van een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, de Passage. De Passage gaf Rotterdam een beetje de grandeur van de wereldsteden Brussel en Parijs, die ook over dergelijke

Interieur van de Passage, in de richting van de Korte Hoogstraat, 1939.

De Passage was een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, gelegen tussen de Coolsingel en de Korte Hoogstraat. De Passage werd op 15 oktober 1879 geopend voor publiek. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage verwoest.

In de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden er plannen voor de bouw van een overdekte winkelgalerij in Rotterdam, de Passage. De Passage gaf Rotterdam een beetje de grandeur van de wereldsteden Brussel en Parijs, die ook over dergelijke overdekte winkelgalerijen beschikten. Het winkelcentrum werd opgeleverd in 1879. Het gebouw was honderd meter lang en in het midden acht meter breed. In de Passage waren op verschillende niveaus winkels te vinden, koffiehuizen, woningen en zelfs een badhuis.

De imponerende toegangspoort vormde het pronkstuk van de Passage. Van de Korte Hoogstraat gezien, zag de Passage eruit als een overdekte, langwerpig ovale straat, met een fontein in het midden. Aan deze overdekte straat lagen dertig winkels met daartoe behorende woningen, in totaal ruim zestig woningen op bovenverdiepingen. Daarnaast was er een hotel gevestigd in de Passage en twee koffiehuizen. ’s Avonds werd de rij van dertig winkels door duizend gasvlammen verlicht, een verlichting, die door de glazen koepel weer duizendvoudig weerspiegeld werd.

De Rotterdammers waren dan ook diep onder de indruk van het ontwerp van architect J.C. van Wijk. De winkelgalerij van honderd bij acht meter werd vooral geprezen om haar bijzondere dak, dat geconstrueerd was van gietijzer en glas. Daardoor was het binnen licht, zodat het plezierig winkelen was. In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht.

De enorme kelderruimte bood plaats aan een badinrichting, waar de Rotterdammer zowel een stoombad als een regenbad kon nemen. De badinrichting was er vanaf 1905 gevestigd en werd onder meer door de Mariniers van het Oostplein bezocht. In de kelder bevond zich ook een grote koffiehuiszaal, een keuken, bergplaatsen en een enorme zaal, die bedoeld was voor tentoonstellingen of als marktplaats. De kelderruimte van de Passage is echter nooit een groot succes geworden.

In de jaren dertig van de vorige eeuw had de Passage zwaar te lijden onder de crisis. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage volledig verwoest. Tegenwoordig bevindt zich op deze plek het warenhuis C&A.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

erdekte winkelgalerijen beschikten. Het winkelcentrum werd opgeleverd in 1879. Het gebouw was honderd meter lang en in het midden acht meter breed. In de Passage waren op verschillende niveaus winkels te vinden, koffiehuizen, woningen en zelfs een badhuis.

De imponerende toegangspoort vormde het pronkstuk van de Passage. Van de Korte Hoogstraat gezien, zag de Passage eruit als een overdekte, langwerpig ovale straat, met een fontein in het midden. Aan deze overdekte straat lagen dertig winkels met daartoe behorende woningen, in totaal ruim zestig woningen op bovenverdiepingen. Daarnaast was er een hotel gevestigd in de Passage en twee koffiehuizen. ’s Avonds werd de rij van dertig winkels door duizend gasvlammen verlicht, een verlichting, die door de glazen koepel weer duizendvoudig weerspiegeld werd.

De Rotterdammers waren dan ook diep onder de indruk van het ontwerp van architect J.C. van Wijk. De winkelgalerij van honderd bij acht meter werd vooral geprezen om haar bijzondere dak, dat geconstrueerd was van gietijzer en glas. Daardoor was het binnen licht, zodat het plezierig winkelen was. In 1882 was de Passage het eerste gebouw in Rotterdam dat elektrisch werd verlicht.

De enorme kelderruimte bood plaats aan een badinrichting, waar de Rotterdammer zowel een stoombad als een regenbad kon nemen. De badinrichting was er vanaf 1905 gevestigd en werd onder meer door de Mariniers van het Oostplein bezocht. In de kelder bevond zich ook een grote koffiehuiszaal, een keuken, bergplaatsen en een enorme zaal, die bedoeld was voor tentoonstellingen of als marktplaats. De kelderruimte van de Passage is echter nooit een groot succes geworden.

In de jaren dertig van de vorige eeuw had de Passage zwaar te lijden onder de crisis. Tijdens het bombardement van 14 mei 1940 werd de Passage volledig verwoest. Tegenwoordig bevindt zich op deze plek het warenhuis C&A.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kortekade 1945

Lichte panservoertuigen van geallieerden in aantocht op de Kortekade (Plaszoom) te Kralingen, 8 mei 1945. In het midden specerijmolen De Ster en links de Kralingse Plas.

Dze kade dankt haar naam aan haar lengte. Ze was oorspronkelijk de dijk die ten oosten van de Noordplas (nu Kralingseplas) lag. Aan de westzijde van deze plas lag een dijk die de naam Langekade droeg. Beide kaden komen voor op de kaart van Schieland van de kaartmeester Floris Balthazarsz. (1611).

Het oorspronkelijke dorp Kralingen lag aan de Veenweg, die liep van de begraafplaats Oud Kralingen tot aan de Kralingse Plas. In de zeventiende eeuw groeide de welvaart van Kralingen door een stijgende behoefte aan brandstof. De vraag ontstond vanwege de bevolkingstoename, de ontwikkeling van de baksteenindustrie en de vervaardiging van Goudse pijpen. De veenlagen rond Kralingen leverden uitstekende turf. Door de afgraving van het veen ontstonden er steeds meer plassen en er bleef steeds minder plaats over voor bewoning. Bovendien werden tijdens stormen de oevers van de veenplassen door de sterke golfslag steeds meer weggeslagen zodat de plassen steeds groter werden.

Uiteindelijk was er in het oorspronkelijke Kralingen nog maar een zeer smalle strook voor bewoning over en noodgedwongen verhuisden de inwoners. Het dorp verplaatste zich begin achttiende eeuw naar het zuid-westen, in de omgeving van de kruising Kortekade, Oudedijk, ’s Gravenweg en Hoflaan. Daar ontstond het nieuwe Kralingen, het huidige dorp. In 1841 werd de nieuwe kerk aan de Hoflaan ingewijd en in 1844 werd de kerk van het oude Kralingen gesloopt. De hele noordkant van de ’s Gravenweg was destijds bebouwd met buitenplaatsen. Achter deze bebouwing lag dus het grote plassengebied. De plassen waren gescheiden door kaden. Daaraan herinneren nog de straatnamen zoals Kortekade en Langekade. De plassen droegen namen als Ommoordplas, Wollefoppenplas, Blaardorpseplas, kleine Zuidplas enzovoort. De grootste plas was de grote Zuidplas waaraan dorpen als Waddinxveen, Moerkapelle, Nieuwerkerk en Moordrecht lagen.

In de tweede helft van de negentiende eeuw begon men met het droogleggen van die plassen. Vooral voor de drooglegging van de enorme watervlakte van de Zuidplas moet dat een staaltje van technisch kunnen zijn geweest. De enige plas die de dans ontsprong was de Noordplas. Na de annexatie van Kralingen door Rotterdam in 1895 is ze de Kralingse Plas gaan heten. Op verzoek van welgestelde Rotterdammers die er hun buitenhuizen hadden, en vooral door de invloed van J. Madry, eigenaar en bewoner van de buitenplaats “Rozenburg’, bleef de Noordplas gespaard. Zo ontstond een poldergebied met één grote plas: de Kralingse Plas

De fotograaf is Hendrik Ferdinand Grimeyer en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Spartastraat 1929

Gezicht in de Spartastraat met rechts het Kasteel, 1929.

Sparta-Stadion “Het Kasteel” is het stadion van de Nederlandse betaald-voetbalclub Sparta Rotterdam. Het ligt in de Rotterdamse wijk Spangen.

De eerste versie van het Kasteel werd gebouwd in 1916, naar een ontwerp van de architecten J.H. de Roos en W.F. Overeijnder. Het eerste voetbalstadion van Nederland werd geopend op zondag 15 oktober 1916. De openingswedstrijd op ‘de Sparta Burcht’ werd gespeeld tegen Willem II. In de loop der jaren werden de tribunes van “Stadion Spangen” diverse malen vernieuwd c.q. uitgebreid maar de meest ingrijpende renovatie vond plaats in 1998-99: het stadion werd toen bijna volledig herbouwd volgens een ontwerp van architectenbureau Zwarts & Jansma. Het veld werd daarbij een kwartslag gedraaid, waardoor “Het Kasteel” nu deel uitmaakt van de Kasteeltribune aan de lange zijde van het stadion, terwijl het eerst aan de korte kant van het stadion gelegen was. Het nieuwe stadion werd gedoopt tot Sparta-Stadion “Het Kasteel”. Het heeft een capaciteit, na enkele kleine wijzigingen, van op dit moment 10.599 plaatsen. Het Stadion werd geopend met een vuurwerk- en lasershow en een wedstrijd tegen Glasgow Rangers, die in 0-0 eindigde.

Het Kasteel had ook bewoners. Er woonden verschillende mensen in die de functie van terreinmeester vervulden. De laatste bewoners was een familie Kiss, die er woonde van 1969 tot 1991.
“Slechts” het gebouw met de twee torentjes, waaraan het complex al decennialang zijn bijnaam Het Kasteel dankte, bleef bij de verbouwing van 1999 behouden, inclusief het bouwaardewerk van Willem Coenraad Brouwer. Dat gebouwtje werd in november 2004 aangekocht door de zakenman Hans van Heelsbergen die behalve directeur van de textielketen Hans Textiel ook voorzitter van Sparta Rotterdam was. Van Heelsbergen opende er een horecagelegenheid, en een Sparta-museum

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Tolhuislaan 1972

De Tolhuislaan op Katendrecht, 1 juni 1972.

Deze laan heet naar het voormalige tolhuis dat daar ter plaatse aan de Dordtsestraatweg of Oudeweg stond. De Tolhuisstraat heette voor 1895 deels Boven-Oudeweg, deels Beneden-Oudeweg of Stoep. De laatste was feitelijk een aflopende straat van de verdwenen Vildersteeg naar de Oudeweg.

De naam Katendrecht of Kattendrecht zou, volgens sommigen, zijn afgeleid van de Katten (Catten), een Duitse volksstam die omstreeks het begin van onze jaartelling in dit gebied zou hebben gewoond. Volgens anderen moet de naam in verband worden gebracht met het Zeeuwse geslacht Cats, dat hier veel bezittingen zou hebben gehad. Ook wordt het woord in verband gebracht met caten (koten, eenvoudig of klein huis). Drecht betekent veer of waterloop.

In 1199 is voor het eerst sprake van een ambacht Katendrecht, dat behoorde aan de heer van Putten. Bij dijkdoorbraken in 1373 en 1374 overstroomde geheel Katendrecht. In 1375 gaf hertog Aelbrecht van Beieren opdracht aan de ambachtsheer om het land opnieuw te bedijken. Jacob van Gaesbeek, heer van Putten, verleende in 1410 aan Wolphaert Jansz. en Jan Wolphaertsz. vergunning om een nieuw zomerland in Katendrecht te bedijken. Dit wordt later vermeld als Jacob Potsland of Oud-Katendrecht. In tegenstelling tot Meester Arend van der Woudensland of Nieuw-Katendrecht (het opnieuw bedijkte gedeelte na de doorbraak in 1463). De bedijkers kregen in 1410 meteen de ambachtsheerlijkheid in leen. In 1766 was deze langzamerhand geheel in handen van de stad Rotterdam gekomen.

Het dorp Katendrecht is als gemeente van 1811 tot 1816 met Charlois verenigd. Daarna was het tot 1874 een zelfstandige gemeente. Vervolgens werd het weer verenigd met Charlois. Tenslotte zijn Charlois en Katendrecht in 1895 een deel van Rotterdam geworden. Het graven van de Maashaven tussen 1895 en 1905 had tot gevolg dat het grootste gedeelte van het oude dorp Katendrecht van de aardbodem verdween. Wat resteerde was een schiereiland tussen de Rijn- en de Maashaven, dat de huidige wijk Katendrecht vormt en in de volksmond bekend staat als De Kaap. In het ten noorden van Katendrecht buitendijks gelegen gorzengebied werden in de jaren 1887/88 en 1895/96 twee havens gegraven, de 1ste en 2de Katendrechtsehaven. De eerste haven werd in de jaren tachtig van de 20ste eeuw gedempt. De Katendrechtsestraat heette voor 1900 Katendrechtschedijk.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Leuvehaven 1907

De Leuvehaven met links de Vismarkt, gezien vanaf de Soetenbrug, 1907.

Deze haven is vernoemd naar de oude kreek ‘de Leuve’ of ‘de Loeve’, zoals de naam meermalen in de stadsrekening van 1426/27 voorkomt. In de 16de eeuw was de stad eigenares geworden van het land aan de Leuve. Op 23 april 1598 werd aan de westzijde van de kreek de grond in erven uitgegeven. Daarna begon men met het graven van de haven die in 1608 gereed kwam. In het begin sprak men van Nieuwehaven, doch daar dit verwarring kon geven, werd Leuvehaven al spoedig de enige naam.

Over de haven lagen twee bruggen, de Leuvebrug en de Nieuwe Leuvebrug. Eerstgenoemde brug, ook wel Oude of Lange Leuvebrug genoemd, dateerde uit 1609 en werd kort na de Tweede Wereldoorlog gesloopt. De straat die op de brug uitliep heette Leuvebrugsteeg, vroeger ook wel Breede Leuvestraat of Brugsteeg geheten. Bij het bombardement in mei 1940 is de steeg verdwenen. De ten zuiden van de Leuvebrug gelegen Nieuwe Leuvebrug was in 1849 gebouwd. In de jaren vijftig van de 20ste eeuw werd ze afgebroken en vervangen door een nieuwe brede brug die eveneens deze naam kreeg. Het havenhoofd bij de Boompjes, waar het koopvaardijmonument ‘De Boeg’ werd geplaatst, ontving tegelijkertijd de naam Leuvehoofd. De daar gebouwde sluis werd Nieuwe Leuvesluis genoemd.

Na het bombardement werd ten zuiden van de Steigersgracht de Leuvekolk gegraven. Via een onderdoorgang onder de Blaak stond dit water in verbinding met de Leuvehaven. Door de aanleg van de oost-westlijn van de metro is deze verbinding vervallen.

De Soetenbrug is waarschijnlijk vernoemd naar Jan Zoeten of Jan Soet, over wie sprake is in ‘Het Boek der Opschriften’ van Van Lennep en Ter Gouw. Aan hem zou ook de Soetensteeg zijn naam te danken hebben.

In 1645 werd gesproken van het huis van Zoeten bij Soetebrug. In kronieken en op tekeningen van later tijd komen de namen Jan Zoetenbrug en -steeg voor, doch uit deze bronnen blijkt niet de herkomst van de naam. In de stadsrekening van 1426/27 wordt de brug genoemd ‘die men gaet van den Westnijelande over die haven in de Westpoort’. Daarmee werd de Soetenbrug bedoeld, die later ook wel onder de naam Leuvebrug voorkomt. Door demping van een klein gedeelte van de Leuvehaven in 1904 is de Soetenbrug vervangen door een brede brug. De huidige Soetenbrug ligt ongeveer ter plaatse van de oude brug van die naam. De Soetensteeg is pas ontstaan na het slopen van de oude Schiedamse Poort. Op 29 juli 1630 kocht Catalina Soetemans het huis op de hoek van de Hoogstraat en de latere Soetensteeg, genaamd ‘het Hof van Holland’. Dezelfde persoon heette op 1 juli 1648 Catalina Soetendaal. Ook kwam er een zekere Soetje Jans voor, die op 29 december 1638 enige huizen verder woonde.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen