Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Steigersgracht 1911

De demping van de Steigersgracht, ter hoogte van het Boerensteiger, april-juni 1911.

De Steigersgracht is na het bombardement van 1940 aanzienlijk verbreed en ligt thans gedeeltelijk op de plaats van de vroegere bebouwing van het Hang.

Wegens de goede diensten door de stad aan hertog Willem V van Beieren verleend, gaf deze haar in 1351 het recht tot vrij gebruik van de steiger, die reeds in 1334 wordt genoemd. Deze aanlegplaats lag aan de Middeldam, vlak tegenover de ingang van de Oudehaven. Ze werd later gewoonlijk de Dordtsche Steiger genoemd. Nog later werden bij de uitbreiding van deze gracht verschillende gedeelten van de kaden als volgt onderscheiden: Smal Steiger, Kleine Steiger en Boerensteiger.

In 1905 werd het gedeelte van het Steiger tussen het spoorwegviaduct en de Hoofdsteeg gedempt. Dit gedempte gedeelte ontving de naam Middensteiger. Tengevolge van deze demping kwam de Hoenderbrug te vervallen. Op 11 januari 1911 werd besloten het gedeelte dat bekend stond als Boerensteiger, te dempen. Voorts liep van de Korte Hoogstraat naar het Steiger een klein straatje, dat de naam Toe-Steiger droeg. ‘Toe’ betekent in dit geval: dicht, gesloten, aan twee zijden bebouwd.

De Steigersgracht, die waarschijnlijk van oorsprong niet meer dan een buitendijksloot was, liep van de Soetensteeg tot het Groenendaal, grotendeels langs het hierboven genoemde Steiger. In onze oudste bronnen noemde men dit water steeds haven. Aan de ene kant stond deze in verbinding met de Leuvehaven, aan de andere kant kwam ze, voor de demping van het Groenendaal, uit op de Nieuwehaven. Vroeger mondden in de Steigersgracht de Schie en de Rotte uit door een vijftal sluizen. Van 1953 tot 1959 lag ten zuiden van deze gracht een expeditiestraat met de naam Steigershof.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

1e Middellandstraat 1956

Gezicht op de Eerste Middellandstraat met op de voorgrond de ‘s-Gravendijkwal, 1956.

De Eerste Middellandstraat is vernoemd naar een onbedijkt stuk land tussen Schoonderloo en Beukelsdijk dat omstreeks 1280 werd bedijkt. Door Ghisebrecht Bokel was in de tweede helft van de 13de eeuw aan Claes de Vriese verboden om een stuk land, dat grensde aan Bokels ambacht, te bedijken. Daardoor bleef midden tussen Schoonderloo en Beukelsdijk een onbedijkt land liggen. Omstreeks 1280 krijgt Jan van Scoenreloo, zoon van Claes de Vriese, toestemming tot bedijken. Dit Middelland heeft waarschijnlijk ongeveer ter plaatse van de huidige straat gelegen. Een ‘Middelwateringhe’ komt aldaar reeds in 1410 voor. Op de kaart van Stampioen (1653) heet deze watering Scheydsloot. Ze vormde de scheiding tussen twee ambachten. In 1906 werd de Middellandstraat in 1ste Middellandstraat verdoopt, terwijl toen tevens de 2de Middellandstraat haar naam ontving. De naam Middelland is later gegeven aan de wijk waarin genoemde straten liggen.

De ‘s-Gravendijkwal is vernoemd naar de vroeger ongeveer op deze plaats gelegen dijk in het ambacht Cool, die al in 1358 onder de naam ‘s-Gravendijkwal voorkomt. De dijk, gelegen ten oosten van het Middelland die later ook wel Dijkwal wordt genoemd, is misschien onder graaf Floris V aangelegd. Voor het gebouw van de voormalige Eerste H.B.S. aan de ‘s-Gravendijkwal staat het monument van de beroemde Rotterdamse scheikundige Dr. Jacobus Henricus van ’t Hoff 1852-1911. Dit monument werd op 17 april 1915 onthuld.

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudseweg 1928

De Goudseweg uit het noorden, gezien vanaf de Goudserijweg, 1928-1932.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt al in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer.

De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen.

De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam. Het gedeelte tussen de Kipstraat en de Hoogstraat heette Korte Goudsewagenstraat. Onder Goudse Rijweg verstond men in de 16de eeuw ook de straat die nu Goudseweg heet. Tot 1900 droeg de westzijde van de Vlietlaan eveneens deze naam. De Goudsesingel was oorspronkelijk de buiten de stad gelegen vestkade. In 1481 wordt de singel genoemd van de Oostpoort naar het kleine Goudse Poortje. Deze singel moet even ten noorden van de huidige Warande en het Ammanplein hebben gelegen. Na 1505, toen de stad in zuidelijke richting was ingekrompen, verstaat men onder Goudsesingel de weg van de Goudse Poort tot Couwenburghseiland (ter hoogte van het huidige Pompenburg). Ten oosten van de Goudse Poort heette hij Oostsingel. De Goudsesingel en Oostsingel waren de kaden ten noorden van de Goudsevest en de Oostvest.

Het eerste gedeelte van de Oostvest werd in 1871 gedempt. Dit gedeelte heette sindsdien Gedempte Oostvest. In 1888 volgde de demping van het tweede gedeelte. Op deze plaats ontstond het Oostvestplein. Ook de Goudsevest en Luthersche Vest werden gedempt. Nadat de demping was voltooid, ontving de nieuw gevormde brede weg vanaf het Boschje tot aan het Oostplein de naam Goudsesingel.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Sint-Janskerk aan het Bosje 1867

De Sint-Janskerk (later Sint- Antonius van Padua) aan het Bosje in aanbouw, vanaf de Warmoeziersstraat, 1867.

De voormalige R.K. parochiekerk St. Antonius van Padua in Rotterdam was gelegen aan het Bosje, ter hoogte van het begin van de Goudsesingel nabij de Pompenburg. Vanwege de ligging aan het genoemde, thans niet meer bestaande straatje, werd de kerk ook wel “Bosjeskerk” genoemd. Het was de eerste kerk van de bekende architect E.J. Margry (1841-1891), leerling van P.J.H. Cuypers, tot stand gekomen in 1863-1866.

Het was een Driebeukige neogotische kruisbasiliek, gebouwd in de trant van de vroege Franse gotiek, onder duidelijke invloed van het vroege werk van Margry’s leermeester Cuypers. De uiteinden van het transept werden geflankeerd door traptorens. De viering werd bekroond door een dakruiter. Het hoofdportaal is later aangebouwd. De ooit wel geplande hoge toren werd niet uitgevoerd. Rijk gedecoreerd interieur in neogotische stijl.

De kerk werd verwoest bij het bombardement op 14 mei 1940. Ter vervanging werd een nieuwe kerk gebouwd, de H.H. Antonius en Rosalia aan de Hofdijk, ingewijd in 1954. Die kerk, met ook dezelfde bijnaam “Bosjeskerk” als de vooroorlogse kerk, is begin jaren 1990 gesloopt.

De Warmoerziersstraat liep voor het bombardement in mei 1940 van de Kortebrantstraat naar de Goudseweg. Ze vormde een onderdeel van het vroegere lanengebied ten noorden van de Goudsesingel. De Warmoezierslaan, die door de gemeente in 1863 van de eigenaars was overgenomen, dankte haar naam aan de vele warmoezerijen, die men hier vroeger aantrof. Reeds in het midden van de 18de eeuw wordt de naam genoemd. Bij bovengenoemd besluit uit 1864 werd de benaming laan in straat veranderd. De laan kwam in de 17de en 18de eeuw voor onder de namen Tuynderslaan in Rubroek en Tuynmanslaan bij de Goudseweg, die ontleend waren aan hetzelfde bedrijf. Ook de naam Moordenaarslaan voor deze laan kwam voor, waarschijnlijk naar een moord die in deze buurt is gepleegd. Bij besluit B. 21 april 1942 werd de naam ingetrokken.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van reliwiki.nl http://reliwiki.nl/…/Rotterdam,_Bosje_8_-_Antonius_van_Padu… en uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1934

De Coolsingel met rechts café-restaurant-dancing Pschorr, 17 augustus 1934.

Via top010.nl: Het in mei 1940 verwoeste café restaurant Pschorr jaren 30 en dancing Pschorr staat nog steeds symbool voor het vooroorlogse uitgaansleven in Rotterdam. De in 1922 geopende uitgaansgelegenheid aan de Coolsingel van de Rotterdamse horecatycoon Dirk Reese werd in 1924 uitgebreid met een danszaal met een extravagante glazen koepel naar het ontwerp van architect Willem Kromhout.

Op 24 augustus 1922 opende de Rotterdamse horecaondernemer Dirk Reese het Café restaurant Pschorr aan de nieuwe Coolsingel (tussen 1913 en 1921 werd de Coolvest gedempt en werd het de Coolsingel). Hij breidde de zaak al snel uit met grote danszaal met een extravagante glazen koepel. Op 16 april 1924 werd de nieuwe dancing groots geopend met de populaire cabaratier Jean Louis Pisuisse en een jazzband. De belangstelling was overweldigend. Er kwamen internationale muziek- en danceacts en Dirk Reese bleef op zoek naar het nieuwste en modernste. In 1926 kreeg dancing Pschorr een spectaculaire nieuwe dansvloer van glas die was verlicht. Hierna werd Pschorr nog populairder. Conferencier en chansonnier Theo Moens is er de succesvolle artistiek leider die internationale artiesten en bands traden presenteerde zoals Louis Amstrong, Joe Appleton, Bert Ambrose met zangeres Vera Lynn en Coleman Hawkins.

Het cafe-restaurant Pschorr aan de Coolvest was een ontwerp van de architect Willem Kromhout. Het werd gebouwd op een centrale plek tussen het Stadhuis en de Delftse Poort. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Hotel American in Amsterdam, kreeg dit werk nagenoeg geen aandacht in architectuur kringen. Achter de expressieve voorgevel met de voor Kromhout kenmerkende geknikte frontons, lag een indrukwekkende danszaal van zo’n 500 m2 oppervlakte en een glazen koepel van glas in lood. In de jaren 1938-1939 werd Pschorr grondig verbouwd door architect A. Hamaker. De verbouwing riep veel protest op, onder meer van Kromhout zelf maar ook van kennissen van opdrachtgever Dirk Reese.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.nieuws.top010.nl/dancing-pschorr.htm

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1920

De Coolsingel met het stadhuis en het postkantoor in aanbouw, gezien vanaf korenmolen De Hoop, juni 1920.

Het voormalig Hoofdpostkantoor, gelegen aan de Coolsingel nummer 42, is een rijksmonument in Rotterdam. Het gebouw werd ontworpen door Gustav Cornelis Bremer en tussen 1915 en 1923 gerealiseerd in een eclectische stijl met classicistische en art déco-elementen. De reliëfs op de gevels zijn van Joop van Lunteren.

Door de sterke groei van de stad was het oude postkantoor aan de Noordblaak te klein geworden. Als locatie koos men de pas gedempte Coolsingel. Ongeveer tezelfdertijd werd, vlak naast het postkantoor, ook het Rotterdamse stadhuis gebouwd. Omdat men niet wilde dat het postkantoor even prominent aanwezig was als het stadhuis, plande men het verder van de straat af. De bedoeling om het postkantoor ‘naar achteren’ te halen had volgens sommigen een averechts effect, omdat het postkantoor, anders dan het stadhuis, nu een voorplein kreeg.

Het Bombardement kwam het Hoofdpostkantoor niet ongeschonden door, maar de schade werd hersteld. Wel werden in de Oorlog noodwinkels op het voorplein gebouwd. Deze werden in de jaren zestig op één na, waarin een tabakswinkel was gevestigd, gesloopt. De tabakswinkel verkreeg in de loop der tijd vergunning tot nieuwbouw die niet lang daarna door McDonald’s werd overgenomen.

Molen De Hoop werd gebouwd op de plaats van de voormalige Heer Jan Vettentoren. In 1619 liet de stad Rotterdam
op deze Heer Jan Vettentoren een watermolen bouwen om de laag gelegen Bulgersteynse gronden te bemalen.

In 1736 werd de Roomolen vervangen. Deze stenen molen gebouwd door Gerrit van Driel. In 1750 is Gerrit van Driel ook de eigenaar, in 1811 is dat Reinier van Driel. Op de begane grond was een winkeltje voor de verkoop van molenproducten gevestigd.

In 1918 werd het doodvonnis van De Hoop getekend; in dat jaar deed de rechtbank uitspraak over de onteigening van de molen. Hij moest verdwijnen voor de herinrichting van de Coolsingel (een nieuw beursgebouw).

Het was een uitzonderlijk hoge molen, nog hoger dan de Schiedamse molens! De Hoop stond aan de Coolvest,
de tegenwoordige Coolsingel, ongeveer ter hoogte waar nu het World Trade Center staat. De molen hield lang stand, hoewel de omgeving sterk veranderde. Zo werd het water waaraan de molen stond gedempt en verrezen er verschillende hoge gebouwen rond de molen.

Laatste eigenaar voor de onteigening door de gemeente was H. Miete. Deze kreeg een schadevergoeding van ƒ 60.000,= door de rechtbank toegewezen. De molen werd evenwel pas twee jaar later afgebroken. In de tussentijd werd de molen nog verhuurd aan de molenaars Stok en De Boer uit Hillegersberg.
Het interieur zou bij de afbraak in 1920 zijn verkocht aan een winkelier in Delft, die het in zijn eigen zaak zou hebben hergebruikt. Bij de afbraak bleven de gevelsteen, de 2,33 m brede baard en een onderdeel van het bijgebouw behouden.
Helaas gingen deze overblijfselen tijdens het bombardement in mei 1940 verloren.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en van molendatabase.nl. De tekst over de molen is geschreven door Rob Pols. Zie http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam van toen

Kleiweg 1930

De Kleiweg in de richting van de Straatweg, 1930 (geschat). Rechts de gereformeerde Nassaukerk op de hoek van de Graaf Adolf van Nassaustraat.

De Kleiweg werd vroeger wel beschouwd als een onderdeel van een oude zeedijk, die door de Romeinen zou zijn aangelegd. De vroegst bekende dijk dateert echter van de 12de eeuw en bevindt zich bovendien ten zuiden van de Kleiweg. Deze dankt haar naam aan de Kleiweg in het veen (oeverwal van een stroom) waarop zij is gelegen. De naam ‘Cleyweg’ komt voor zover bekend voor het eerst in 1419 voor. De wijk Kleiwegkwartier wordt thans ook aangeduid met Hillegersberg-Zuid.

De Straatweg loopt van de Ceintuurbaan tot aan de splitsing Bergse Dorpsstraat en Weissenbruchlaan en tussen de Bergse Voorplas en de Bergse Achterplas door. De vroegere naam was Bergweg.

Adolf van Nassau (1540-1568) broer van Willem van Oranje (1533-1584) en zoon van graaf Willem de Rijke (1487-1559) en Juliana van Stolberg (1506-1580).

De Naussaukerk werd buiten gebruik gesteld in 1988, toen de Gereformeerde Nassaukerkgemeente in kader van Samen-op-Weg samenging met de verderop gelegen Nederlands Hervormde Oranjekerkgemeente. De Nassaukerk is gesloopt in 1992. Ter plaatse staat nu een nieuw gebouw, waarin wel een “torentje” met functionerend uurwerk geplaatst is.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van reliwiki.nl.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zaagmolendrift 1930

De Zaagmolenbrug over de Rotte met op de achtergrond de Zaagmolendrift, 1930.

Vernoemd naar de houtzaagmolens, die vroeger aan de Rotte stonden. In 1671 kwam de houtzaagmolen bij de buitenplaats ‘Woelwijk’, genaamd ‘de twee Zwanen’ al voor. Verder was hier in 1784 een houtkoperij met twee zaagmolens, ‘de Ooievaar’ en ‘de Zwaan’ geheten. De Zaagmolendrift heette van 1910 tot 1912 Zaagmolenstraat en van 1912 tot 1926 Nieuwe Zaagmolenstraat. De Zaagmolenstraat droeg voor 1897 de naam Van Bommelstraat naar Cornelis van Bommel, die hier o.a. in 1869 bezittingen had. De Zaagmolenbrug was oorspronkelijk een ijzeren ophaalbrug, die in 1895 was gebouwd en tot 1910 ter hoogte van het Noordplein en de Crooswijksesingel over de Rotte lag. Daarna werd ze verplaatst naar de Zaagmolendrift en de Crooswijksestraat. Ze ontving toen de naam Zaagmolenbrug. In 1956 werd ze vervangen door de huidige brug van die naam.

De Rotte is een veenrivier in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De rivier doet dienst als boezem die het teveel aan water uit de polders ten noorden van Rotterdam afvoert onder beheer van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. De stad Rotterdam ontleent haar naam aan deze rivier.

De oorspronkelijke naam van de rivier is vermoedelijk Rotta, afkomstig van “rot” dat modderig of troebel betekent, en “a” dat water betekent. (zie Aa). Ook wordt wel verondersteld dat de naam zou zijn ontleend aan Roode A (vergelijk Goude A, waaraan Gouda zijn naam ontleent) of zou zijn afgeleid van Rotte of Rootte waarmee een stilstaand water werd aangeduid waarin de boeren de hennep te rotten of te roten legden.

In het verleden, vermoedelijk al in de Romeinse tijd, heeft de Rotte in verbinding gestaan met de Oude Rijn over de Hildam via het riviertje de Wilck. Dit riviertje tussen Moerkapelle en de Oude Rijn is in 1759 verdwenen. Een deel van de omgeving van de oude Rotteloop is gebruikt voor vervening, waaruit een moerassig plassengebied is ontstaan: de Wilde Veenen. Deze hebben gefungeerd als een soort nieuwe ‘bron’ van de Rotte. Deze plassen zijn in de 17de eeuw echter weer drooggemalen. Vanaf dat moment heeft de Rotte geen echte bron meer.

Ook de Rotteloop tussen oorsprong en monding heeft zich in de loop der tijd veranderd. Het gedeelte ten noorden van de Rottemeren heette vroeger (in 1373) de Leede en lag langs de westzijde van de tegenwoordige loop. Op een kaart van het Hoogheemraadschap Schieland van 1765 is het oude, droge bed naast de tegenwoordige loop te zien. Ook bij Oud Verlaat liep de Rotte vroeger vermoedelijk anders. Omstreeks 1280 boog hier de Rotte niet rechtsaf maar liep rechtdoor, om de Nessepolder (vroeger de Nes genoemd) heen. Dus langs de Vlietkade, Ommoordsekade en Rijskade. Deze lus in de Rotteloop is later afgesneden. Op de kaart Holland tusschen het IJ en de groote rivieren in 1300 in de Geschiedkundige atlas van Nederland (Nijhoff, 1916) is de lus aangegeven.

In de middeleeuwen vormde zich aan de monding van de Rotte de nederzetting Rotta. Door overstromingen van de Rotte in de twaalfde eeuw werd het gebied echter onbewoonbaar. In 1270 werd nabij de monding van de Rotte een 400 meter lange dam in de rivier gelegd, om het Maaswater buiten te houden. Het Rottewater kon via sluizen in de dam vrij uitstromen. De dam, die vrijwel onmiddellijk bebouwd werd, vormt de oorsprong van Rotterdam. Na verloop van tijd werd deze dam Hoogstraat genoemd.

Tegenwoordig is de Rotte onderdeel van de vaarweg van Rotterdam binnendoor naar Gouda, waardoor vooral kleine pleziervaartuigen de drukke Nieuwe Maas kunnen vermijden. Vanuit Rotterdam vaart men dan door het Zevenhuizer Verlaat verder via de Hennipsloot en de Ringvaart van de Zuidplaspolder.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

1e Pijnackerstraat 1903

De 1e Pijnackerstraat in de richting van de Ruivenstraat, gezien vanaf de Zaagmolenstraat, 1903. Verderop rechts de kruisingen met de Wilgenstraat en de Meidoornstraat.

De 1e Pijnackerstraat heet naar een dorp in Delfland. De Pijnackerstraat ontving in 1894 de naam 1e Pijnackerstraat.

De Ruivenstraat is vernoemd naar het vroegere ambacht Ruiven, thans onderdeel van Pijnacker. De Ruivenstraat heette voor 1904 Bergschestraat naar de gemeente Hillegersberg, op het grondgebied waarvan ze destijds was gelegen.

De Wilgenstraat ligt ter hoogte van een vroegere buurt ‘Wilgenbeek’ aan de Rotte. Het gedeelte gelegen tussen de Tochtstraat en de 1e Pijnackerstraat is op 04-10-2006 bij besluit van B&W ingetrokken.

De Meidoornstraat is vernoemd naar een boom of heester uit de familie der appelachtigen. De Meidoornstraat herinnert aan de meidoornheggen, die veelvuldig bij de warmoezerijen in het Zwaanshals voorkwamen.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Paradijslaan 1935

De Paradijslaan met rechts de Rusthoflaan, vanaf het Paradijsplein, 1935.

De Paradijslaan is vernoemd naar de hofstede ‘het Paradijs’ aan de Crooswijkseweg in Rubroek. In 1617 kocht de koopman Hubrecht Barentsz. een hofstede aan de Crooswijkseweg in Rubroek. Bij verkoop door diens erfgenamen in 1681 droeg deze hofstede de naam ‘het Paradijs’. In 1721 heette ze ‘het hooge Paradijs’. Ook deze toevoeging zal betrekking hebben op Hubrecht Barentsz., die meestal voorkomt met de toenaam Hoogewerff. Op 21 oktober 1885 is de hofstede, met alles wat daartoe behoorde, verkocht aan de stad. Omstreeks 1869 is voor het eerst sprake van een Paradijslaan. Deze vormde voordien een onderdeel van de oude Crooswijksche Rijweg. In 1924 is de oude Paradijslaan vervallen. Deze naam is toen overgegaan op de laan, die vroeger de Laan van Wandeloord heette. Sinds 1989 draagt het kruispunt Paradijslaan/Rusthoflaan de naam Paradijsplein. De Paradijsbrug ligt over de Boezem in het verlengde van de Nieuwe Boezemstraat ter hoogte van de Paradijslaan.

De Rusthoflaan dankt zijn naam aan de nabijgelegen begraafplaats Crooswijk.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen