Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Wijnhaven 1966

De Wijnhaven met de Regentessebrug, 1966-1970. Op de achtergrond het Witte Huis.

In 1611 en 1613 werden de erven aan de Wijnhaven verkocht, nadat in 1609 de Wijnstraat reeds voor het grootste gedeelte was aangelegd. De haven en de straat ontvingen direct na hun aanleg deze namen. Wat de reden van de naamgeving was, is niet met zekerheid te zeggen. Het is namelijk nergens uit gebleken dat de haven was aangewezen als ligplaats voor schepen, die Franse en Rijnse wijnen aanvoerden. De grote wijn- en bierhandel kan er natuurlijk wel toe geleid hebben om deze haven, alsmede de inmiddels gedempte Bierhaven, te doen graven.

De Regentessebrug is vernoemd naar Koningin Emma, 1858-1934, die van 1890 tot 1898 het regentschap voor haar minderjarige dochter Wilhelmina voerde. Tijdens het officiële bezoek van de beide vorstinnen aan Rotterdam op 9 juni 1899 is de brug voor het publiek geopend.

Aan het eind van de 19e eeuw ontwierp de architect Willem Molenbroek, in opdracht van de gebroeders Gerrit en Herman van der Schuyt, een gebouw van elf verdiepingen hoog. Sceptici beweerden dat de slappe bodem van Rotterdam niet in staat zou zijn het gebouw voldoende te ondersteunen.

De aannemer J.H. Stelwagen heeft het Witte Huis tussen 1897 en 1898 voor 127.900 gulden gebouwd, duurder dan de oorspronkelijke plannen. Tijdens de bouw is op 1 augustus 1897, door werking van de grond bij het heien van de benodigde palen, een naastgelegen pand op de hoek van de Wijnhaven en de Geldersekade ingestort. Dit is verder afgebroken en de vrijgekomen grond is gebruikt voor het Witte Huis. De afmetingen zijn 20 bij 20 meter (in plaats van de geplande 15 x 20 meter).

Er zijn 1000 heipalen voor de fundering in de grond geslagen, waardoor de grond een meter hoger werd dan de omgeving. De bouwers hebben een schadevergoeding moeten betalen voor de kademuren van de naastgelegen havens en de Jan Kuitenbrug, die tijdelijk afgesloten moest worden voor het verkeer.

Het in art nouveau-stijl gebouwde Witte Huis is in totaal 43 meter hoog. Op het platte dak bevindt zich een uitkijkplatform, te bereiken met een lift, iets wat in die tijd zeer modern was.

Van de elf verdiepingen die het gebouw telt, bevinden zich drie onder het schuine dak. Er bevinden zich verschillende versieringen in het hardsteen van de begane grond en eerste verdieping: zuilen, bloemmotieven en, aan de basis van de twee hoektorens, gevleugelde draken. Verder is links naast de hoofdingang, in wat een reststrook lijkt te zijn, een strook tegels met bloemmotieven aangebracht. Van de 2e tot en met de 7e etage is het Witte Huis opgetrokken met wit geglazuurde bouwstenen; het wit wordt onderbroken door eenvoudige rechthoekige motieven in geel, blauw en rood. In de bogen die de rijen raampjes bekronen bevinden zich Jugendstilmozaïeken (plantenmotieven); de oostgevel draagt de naam ‘Het Witte Huis’. De inpandige steunmuren zijn 40 tot 140 cm dik. Uit vrees voor brand mocht (en mag) het Witte Huis niet worden bewoond. Het is een kantoorpand, gebouwd van ijzer en cement (dus geen beton). Hout was, ook weer met het oog op brandveiligheid, niet toegestaan voor de bouw.

De vrees voor omvallen bleek ongegrond: Na het bombardement in mei 1940 door de Duitsers stonden het Witte Huis en de – ooit vanwege instortingsgevaar opnieuw gefundeerde en versterkte – Sint-Laurenskerk overeind, terwijl de omliggende bebouwing volledig was verwoest. Dat het Witte Huis bij de strijd om de Maasbruggen onder vuur heeft gelegen is nog duidelijk aan de vele inslagen van kogels aan de gevel te zien. Ze zijn bij de restauratie weggewerkt, maar de grote inslag links, aan de Wijnhavenkant, is gebleven.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Nieuwemarkt 1970

De Gemeentebibliotheek aan de Nieuwemarkt, gezien vanaf de Botersloot, 1970.

De Nieuwemarkt ligt voor een groot gedeelte op het oude terrein van het Sint Agnietenconvent, dat in 1575 bijna geheel eigendom van de stad werd. In dat jaar werd het ingericht als woning voor de Prins van Oranje en ontving daarbij de naam Prinsenhof. Tot 1645 hield ook de Admiraliteit op de Maze hier haar zittingen. Kort daarop werd hier het plein aangelegd. Op een plattegrond van 1649 komt dit plein reeds voor. In 1660 werd besloten alle huizen ten oosten van het plein af te breken om zodoende het plein te vergroten en tot een grote kaasmarkt in te richten. Als zodanig heeft het plein nooit dienst gedaan. Wel vond op de Nieuwemarkt, zoals het plein werd genoemd, tot 1853 de veemarkt plaats. Een enkele maal wordt het plein onder de naam Prinsenmarkt vermeld.

De Botersloot dankte haar naam aan de zuivelprodukten die voornamelijk met schuitjes langs de Rotte werden aangevoerd. Het was de naam van het water van de Buitenrotte tot in de Kipsloot, of Rotte bij de Huibrug. Het noordelijkste gedeelte, ook wel Buitenbotersloot genaamd, omdat het buiten de stad was gelegen, heeft later de naam van Karnemelkshaven gekregen. De kaden langs de Botersloot kwamen eerst als Achterweg voor. Beide kanten waren ook wel ‘s-Gravenstraat genaamd, voor de oostkant dikwijls met de bijvoeging ‘in Quakernaat’. De oostkant kwam ook voor als ‘s-Gravenweg. Het zuidelijkste gedeelte was bekend onder de naam Huibrug. Deze laatste naam werd ook vaak alleen vermeld. Later heetten beide zijden Botersloot. De naam Botersloot komt in 1433 voor het eerst in historische bronnen voor. De Raad besloot in 1866 het water te dempen. Vanaf die tijd sprak men van Gedempte Botersloot. De huidige Botersloot ligt op dezelfde plaats als de vroegere Gedempte Botersloot. Alleen het gedeelte van de straat, gelegen tussen de Meent en de Goudsesingel is vervallen.

Vanaf 1923 tot 1983 was de Gemeentebibliotheek gevestigd aan de Nieuwe Markt nr. 1, met een zijgevel aan de Gedempte Botersloot, vlak bij de huidige Bibliotheek. Voor de entree stond het Vrijheidsbeeld van de Maagd van Holland. Tijdens het bombardement op Rotterdam is het gebouw slechts licht beschadigd, de meeste gebouwen in de omgeving brandden af. De ruimte die hierdoor vrijkwam, werd gebruikt voor de aanbouw van een oostelijke vleugel. Toen verdere bebouwing uitbleef en de nieuwe gevel dus ‘blind’ bleef, voegde men een drie verdiepingen hoog affiche toe van het schoolrapport waarmee Bob den Uyl in 1940 overging van de vierde naar de vijfde klas van de lagere school. De beoordeling in cijfers van het laatste trimester ontbreekt. De goudkleurige letters met de tekst “Gemeente-bibliotheek” zijn nooit van de gevel verwijderd. Meer recent is er een tekst van Freek de Jonge in neonletters toegevoegd. Dit gebouw was tot 2012 in gebruik als Nationaal Onderwijsmuseum (voorheen onder de naam Schoolmuseum). In het najaar van 2013 start in dit gebouw het Erasmus University College.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Westzeedijk 1950

De Westzeedijk ter hoogte van de Sint-Ignatiuskerk, 1950-1955.

Bij besluit van B&W ontving het gedeelte van Schielands Hoge Zeedijk, gelegen tussen het Vasteland en de Havenstraat, de naam Westzeedijk. De ligging van deze dijk ten westen van de oude stad verklaart de naam. De dijk zal rond het midden van de 13de eeuw zijn aangelegd. Tot 1927 liep de Westzeedijk ter hoogte van het oude kerkhof van Schoonderloo met een bocht naar de Havenstraat. Dit gedeelte ontving daarna de namen Kapelstraat, Pieter de Hoochstraat en Heiman Dullaertplein. De Westzeedijk werd ten zuiden van deze straten in westelijke richting doorgetrokken tot aan het Hudsonplein over het tracé van de oude Ruigeplaatweg. De dijk schijnt vroeger ook de naam Groenedijk gedragen te hebben.

De Sint-Ignatiuskerk, van 1956 tot de sloop in 1969 de Sint-Laurentius en Ignatiuskathedraal, tevens bekend als de Westzeedijkkerk, was een rooms-katholieke kerk aan de Westzeedijk 90 in Rotterdam.

De Ignatiuskerk werd in 1891 gebouwd als parochiekerk voor de rooms-katholieke gemeenschap in het Scheepvaartkwartier en het zuidelijke stadscentrum. Architect Nicolaas Molenaar sr. ontwierp een driebeukige kruiskerk in neogotische stijl. De toren stond aan de linkervoorzijde van de kerk en bestond uit drie vierkante geledingen, met daarbovenop een opengewerkte achtkantige lantaarn met naaldspits. Het schip had drie traveeën en twee transepten. Na de eerste travee met de toren kwam het eerste transept, gevolgd door twee traveeën, het kruisingstransept en de travee van het priesterkoor, dat werd afgesloten met een zevenzijdige apsis. In de kerk stond een orgel dat in 1863 was gebouwd door de firma Loret & Vermeersch en in 1905 door Michaël Maarschalkerweerd van een nieuw front was voorzien.

De Ignatiuskerk overleefde het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. Bij de stichting van het bisdom Rotterdam op 2 februari 1956 werd de Ignatiuskerk tot kathedraal verheven. Bij deze gelegenheid werd de kerk ook gewijd aan Sint-Laurentius, de patroonheilige van Rotterdam. Begin 1967 werd de kathedraal gesloten en werd de Elisabethkerk de nieuwe kathedraal van Rotterdam. De Eendrachtskerk aan de Eendrachtstraat werd de nieuwe parochiekerk voor deze wijk. Het beeld van Maria van de Wijnhaven werd in deze kerk geplaatst. Het uurwerk werd overgebracht naar de Heilig-Hartkerk in Schiedam. Het orgel werd verkocht aan de Sint-Augustinuskerk in Geleen.

De Ignatiuskerk werd in 1967 afgebroken. Op deze plaats staat nu een kantoorgebouw.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Mathenesserdijk 1902

Gezicht op de Mathenesserdijk, 1898-1902. Op de achtergrond links de molen De Graankorrel.

Deze straatnaam is ontleend aan de ambachtsheerlijkheid Mathenesse die al in 1276 voorkomt. De naam zal een samenvoeging zijn van de woorden made (weide) en nes (aangeslibd land). Als oudste ambachtsheer wordt genoemd Dirk Bokel, wiens kleinzoon zich Dirk van Mathenesse noemde. Het Slot Mathenesse of Huis te Riviere, waarvan nog een ruïne aanwezig is, lag aan de Schiedamse Schie ten noordwesten van Schiedam.

Binnen de ambachtsheerlijkheid lagen de polder Nieuw- en Oud-Mathenesse. De Mathenesserdijk, vroeger Schiedamsedijk geheten, maakt deel uit van Schielands Hoge Zeedijk. De dijk heette vroeger ook Groenedijk. De Mathenesserbrug ligt over de Delfshavense Schie en verbindt het Mathenesserplein en de Mathenesserlaan met de Mathenesserweg. De eerste brug van die naam werd in 1923 in gebruik genomen. In 1983 is ze vervangen door de huidige brug.

De Mathenesserhof, die op 11 december 1926 officieel werd geopend, is een stichting uit de nalatenschap van Henrica van Rossum, +1922, om aan bepaalde personen een goedkope en doelmatige woning te verschaffen. De naamgeving van de Nieuw-Mathenesserstraat, die grotendeels op Schiedams grondgebied ligt, geschiedde in 1946 door de gemeente Schiedam. In 1951 kwam een gedeelte van de straat door annexatie op het grondgebied van Rotterdam te liggen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1908

De Coolsingel, tijdens de demping van het zuidelijke deel, 1908. Op de achtergrond winkelcentrum de Passage.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht.

In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De Coolsestraat, vroeger Coolweg geheten, liep vóór de vereniging van Delfshaven met Rotterdam juist op de grens tussen beide gemeenten. Ze ligt, evenals de Coolsedwarsstraat, in het oude ambacht Cool of West-Blommersdijk. De Klein-Coolstraat ligt in de voormalige Klein-Coolpolder. De Coolhaven en -straat liggen eveneens in de vroegere Coolpolder. Voor de Coolhaven werd op 27 februari 1923 de eerste spade in de grond gestoken. De beide bruggen liggen over het binnenhoofd van de Parksluizen.

Aan het ambacht of de polder Cool herinnerden vroeger ook nog de Coolhoek, de Coolskade en de Coolsche weg of Coolsche Binnenweg. Cool is nu een woonwijk, gelegen tussen Coolsingel en Schiedamsesingel enerzijds en Mauritsweg en Eendrachtsweg anderzijds.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordeinde 1909

Gezicht op het Noordeinde, het verlengde van de Dijkstraat, 1909. Halverwege links en rechts de Gashouderstraat. Op de achtergrond de Oudedijk.

Het Noordeinde werd als het verlengde van de Dijkstraat beschouwd, hoewel zij daar niet vlak tegenover lag, maar wel als het ware het noordeinde vormde. Na het bombardement in mei 1940 is de situatie in dit gebied drastisch gewijzigd. Beide straten komen thans niet meer schuin tegenover elkaar op de Lusthofstraat uit. Bij besluit van B&W op 23-09-2010 heeft de aangrenzende parkeerplaats ook de naam Noordeinde gekregen.

De Dijkstraat dankt haar naam aan de Oostzeedijk (Schielands Hoge Zeedijk), waarop ze uitloopt.

De Gashouderstraat is vernoemd naar de gashouders van de voormalige Rotterdamsche Gasfabriek te Kralingen, opgericht in 1854 en door de gemeente Rotterdam in 1884 overgenomen. Het Gashouderpark is het noordelijke gedeelte van de vroegere Nieuwe Plantage. Bij besluit van B&W op 23-09-2010 is de Gashouderstraat gedeeltelijk gewijzigd in Noordeinde.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Plein 1940. 1978

Het Plein 1940 met het monument De Verwoeste Stad, 16 februari 1978. Op de achtergrond de Coolsingel.

De verwoeste stad is een beeld dat Ossip Zadkine maakte naar aanleiding van het bombardement op Rotterdam. Het is op 15 mei 1953 onthuld en staat op het Plein 1940, aan de Leuvehaven, naast het Maritiem Museum in Rotterdam. Het beeld is een Rijksmonument.

Naar verluidt kreeg Zadkine de inspiratie voor het beeld De verwoeste stad toen hij vanuit Parijs onderweg was naar zijn vriend, de arts Hendrik Wiegersma in het Nederlandse Deurne. Toen de trein over het luchtspoor door Rotterdam reed zag hij het weggevaagde centrum van de stad.

Het beeld is van brons en stelt een menselijke figuur voor zonder hart, symbool voor het hart van Rotterdam dat verloren ging bij het bombardement. Rotterdam kreeg het beeld cadeau van de directie van warenhuis De Bijenkorf. Een van de voorwaarden van de schenking was, dat het beeld op die en enkel die plaats zou blijven staan. Dit leidde later nog tot veel discussies.

Het beeld wil de vernietiging van de stad door de Duitsers in herinnering brengen. Zelf zei de kunstenaar over de sculptuur:

“Het [beeld] wil het menselijk lijden belichamen dat een stad moest ondergaan die slechts, met Gods genade, wilde leven en bloeien als een woud. Een kreet van afschuw om de onmenselijke wreedheid van dit beulswerk.”

Voor de aanleg van een nieuwe metroboog werd de sculptuur in 1975 blijvend 60 meter verplaatst. In 2005 moest het beeld vanwege bouwwerkzaamheden tijdelijk aan de kant. Er werd van de gelegenheid gebruikgemaakt groot onderhoud uit te voeren. Ter plaatse was daarvoor een restauratieatelier opgericht. Op 14 mei 2007 gaf burgemeester Opstelten De verwoeste stad zijn prominente plaats op het Plein 1940 terug. De Duitse president Horst Köhler legde er bij zijn staatsbezoek aan Nederland in oktober 2007 zoals velen voor hem een krans.

In de loop der jaren heeft het beeld van de Rotterdammers een rits van bijnamen gekregen. Naast “De verwoeste stad” kent men het beeld als “Stad zonder Hart”, “Zadkini”, “Jan Gat”, Jan met de Handjes” en “Jan met de Jatjes”.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bierhaven 1882

Gezicht op de Bierhaven, 1878-1882. Links de Oranjestraat en op de achtergrond de Wijnhaven.

De oorspronkelijke Bierhaven lag ter plaatse van de huidige Jufferstraat. Nadat deze haven gegraven was, werden in mei 1614 de erven aan de oost- en westzijde uitgegeven. De naam Bierhaven komt reeds kort na dat jaar voor. Het is mogelijk dat de haven oorspronkelijk als ligplaats voor bierschepen bestemd was. Een andere naam was Oostersche Dwarshaven, zo genoemd vanwege haar ligging ten opzichte van Glas-, Wijn- en Scheepmakershaven. In de eerste helft van de 17de eeuw kwam ook de naam Schijtebotershaven voor, naar kapitein Gillis Gillisz., bijgenaamd ‘Schijteboter’, eigenaar van enige huizen en erven aan de haven. Nadat de haven in 1898 was gedempt ontving deze de naam Gedempte Bierhaven. Oostelijk van de haven werd in het begin van de 17de eeuw een straat aangelegd, die onder de naam Bierstraat bekend werd. Deze straat ligt nog op dezelfde plaats, terwijl de Bierhaven thans een insteekhaven van de Leuvehaven is.

Deze straat ligt op dezelfde plaats, waar voor het bombardement in mei 1940 de Posthoornsteeg lag. Van deze steeg, waarvan de erven in 1611 werden uitgegeven, heette eertijds het gedeelte van de Zuidblaak naar de Wijnstraat ‘Keizerstraat’, ‘Zuid-Keizerstraat’ of ‘Keizersbrugstraat’. Naar de brouwerij ‘de Oranjeboom’ die ten oosten van deze steeg, tussen de Wijnhaven en de Wijnstraat, lag, komen omstreeks 1620 de namen Oranjestraat, Oranjeboomstraat en Oranjebuurt voor. Tengevolge van de naamsverandering van de brouwerij omstreeks 1636 in ‘de Posthoorn’, kreeg de steeg kort daarna de naam Posthoornsteeg. In de 19de eeuw werd er echter nog steeds gesproken van Oranje- of Posthoornsteeg.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Goudsesingel 1907

Hofje van Gerrit de Koker aan de Goudsesingel, 1903-1907.

Door Gerrit de Koker op 77-jarige leeftijd op 15 oktober 1797 bij notariële akte opgericht. Het Hofje was bedoeld voor “oude Dienstmeiden, Naaisters, Styfsters, Bakers en diergelijken”. Gerrit de Koker was een voornaam koopman te Rotterdam.

De Goudse Rijweg, Goudseweg en (vooroorlogse) Goudsewagenstraat vormden een onderdeel van de oude weg naar Gouda. De Goudsewagenstraat wordt reeds in 1366 in bronnen vermeld. Na 1358, toen er grachten om de stad gemaakt mochten worden, zal ook bij deze ‘rijweg’ aan de stadsvest een poort gebouwd zijn en kon men van Gouda daardoor met wagens in de stad, d.w.z. op de Hoogstraat, komen. Later was hier het beginpunt van het Goudse Wagenveer. De Goudsewagenstraat heette oorspronkelijke Oostwagenstraat, in tegenstelling tot de Westewagenstraat. De brug over de Goudsevest heette ook nog op het einde van de 17de eeuw Oostwagenbrug. In de 18de eeuw zijn beide namen verdwenen .De Goudsewagenstraat liep vóór het bombardement in mei 1940 van de Goudsesingel naar de Hoogstraat. Ze lag iets westelijker dan de huidige straat van die naam.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en uit het Biographisch Woordenboek der Nederlanden (Van der Aa) en http://www.rotterdamsefondsen.nl/…/stichting-t-hofje-van-g…/

Met medewerking van Rotterdam van toen

Noordblaak/Beursplein 1907

Drukte op het Beursplein, tijdens de Oranjefeesten op 14 mei 1909, ter gelegenheid van de geboorte van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana op 30 april 1909. Op de voorgrond twee trams.

Dit plein dankte zijn naam aan het oude beursgebouw alhier. Op 9 februari 1635 besloot de vroedschap de vismarkt op het oosteinde van de Noordblaak tot beursgebouw in te richten ter vervanging van de oude Beurs aan het Haringvliet. In de jaren 1722-1736 werd ze verbouwd naar een ontwerp van de beroemde schilder en bouwmeester ridder Adriaan van der Werff (1569-1722). Ze zou ruim twee eeuwen het commerciële centrum van de stad vormen. In het begin van de negentiende eeuw werd de binnenplaats van de Beurs overdekt met een gietijzeren koepeldak.

Na de voltooiing van de Beurs in 1736 werd de oude Gapersbrug over de Blaak vervangen door een nieuwe brug. In 1826 werd deze gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een breed overwelfd brugplein, dat beursbrug en later Koninginnebrug heette. Het pleintje aan de voorzijde van het beursgebouwkreeg de naam Beursplein. Toen door de aanleg van het spoorwegviaduct en de bouw van het Beursstation de brug in 1872 werd afgebroken, ontstond op deze plaats een groot plein dat onder de naam Beursplein bekend werd. Het plein kwam in het begin ook voor onder de naam Dam. De Beurssteeg lag achter het beursgebouw en liep van de Vissersdijk naar het Beursplein. De Beurs werd verwoest tijdens het bombardement van 14 mei 1940. Bij besluit B. 30 juni 1942 zijn de namen Beursplein en Beurssteeg ingetrokken.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen