Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Coolhaven 1920

De Coolhaven in aanleg met op de achtergrond panden in aanbouw aan de Rochussenstraat, 1920-1922.

De Coolhaven werd in 1922 gegraven als nieuwe verbinding tussen de Delfshavense Schie en de Nieuwe Maas. Het is behalve een waterweg tevens een boezem van het Hoogheemraadschap Delfland.

De verbinding tussen de Coolhaven en de Nieuwe Maas loopt via de in 1933 geopende Parksluizen en de Parkhaven. Vanaf de Parkhaven kunnen schepen doorvaren naar de Nieuwe Maas. In de Coolhaven ligt het opleidingsschip van het Scheepvaart en Transport College. Door de Coolhaven varen veel zand- en grindschepen uit en naar Delft en Den Haag.

De Rochussenstraat verbindt het centrum bij het Eendrachtsplein met de Aelbrechtskade (aan de rand van historisch Delfshaven). De Rochussenstraat loopt door de wijken Dijkzigt, Middelland en het Nieuwe Westen. Het gedeelte ten westen van de tunneltraverse is tussen 1900 en 1930 aangelegd. Het oostelijke deel van de Rochussenstraat stamt uit de jaren dertig en is aangelegd op basis van het stedenbouwkundige plan van W.G. Witteveen voor het gebied van het vroegere Land van Hoboken.

Charles Rochussen (Kralingen, 1 augustus 1814 – Rotterdam, 22 september 1894) was een Rotterdams kunstenaar en ontwerper.

Charles Rochussen kwam uit een welgestelde familie. Hij was een zoon van de zeep- en zoutfabrikant Hendrik Rochussen, een verzamelaar van kunst en oudheden, en Judith Bethlemine Charlotte Hubert. Zijn broer Henri (1812-1889) was eveneens schilder en tekenaar. Aanvankelijk voor een carrière in de handel bestemd, volgde Charles Rochussen zijn opleiding aan de academie in Den Haag. Na een lange periode van werken in Amsterdam (van 1849 tot 1869) keerde hij terug naar Rotterdam. In het negentiende-eeuwse Rotterdam was Rochussen een toonaangevende persoonlijkheid. De Rotterdamse notabele was zowel kunstenaar en ontwerper (van bijvoorbeeld historische optochten) als bestuurder van de Rotterdamse kunstacademie en diverse organisaties op cultureel gebied.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Bentheimplein 1972

Het Hofpleintheater gevestigd in scholencomplex Technikon, februari 1972 (geschat).

Hofplein Rotterdam (tot 2010 Jeugdtheater Hofplein) is een Rotterdamse theaterinstelling voor kinderen, jongeren en volwassenen. In 1985 werd het als Jeugdtheater Hofplein opgericht door acteur, schrijver, regisseur en artistiek leider Louis Lemaire. In 2015 bestaat het jeugdtheater 30 jaar.

Jeugdtheaterschool Hofplein telt inmiddels ruim 4000 leerlingen in de leeftijd van 6 tot 26 jaar. De leerlingen krijgen les in spel, dans en zang. Hofplein Rotterdam heeft naast zijn hoofdlocatie in Rotterdam ook locaties in diverse plaatsen in en buiten de regio, en een Brede School activiteit in Capelle aan den IJssel. Op deze scholen volgen de leerlingen hetzelfde lesprogramma als in Rotterdam. De Theaterschool is ondergebracht in het oude conservatorium te Rotterdam, aan de Pieter de Hoochweg. Op de schoollocatie bevinden zich drie kleine theaterzalen: Theater 222, Shakespearezaal en De Verdieping. Op de locatie aan de Benthemstraat bevindt zich de grootste theaterzaal met 500 plaatsen: het Hofpleintheater.

Het Hofpleintheater is ondergebracht in het Technicon-complex aan de Benthemstraat in Rotterdam en heeft in de voorgevel een door Karel Appel vervaardigd raam van gekleurd glas in beton. In dit theater worden jaarlijks drie grote producties opgevoerd. Succesvolle producties uit het verleden zijn onder andere De club van lelijke kinderen, De snoepwinkel van Zevensloten en het recentere De winterkoningin.

Per seizoen maakt het theatergezelschap tien tot twaalf producties. In een productie spelen vaak een of meerdere professionele acteurs mee, maar de hoofdrollen worden altijd gespeeld door leerlingen. De producties zijn vaak bewerkingen op een klassiek jeugdboek, een opera of een moderne versie van een bekend sprookje. Acteurs die ooit bij Hofplein Rotterdam begonnen zijn onder andere Noortje Herlaar, Gaite Jansen, Guido Spek, Anne-Marie Jung, Joey van der Velden en Jeroen Spitzenberger.

In november 2010 vierde Hofplein Rotterdam haar 25-jarig jubileum met een 25 uur durende marathonvoorstelling. Meer dan vierduizend spelers van 6 tot 26 jaar hebben meegedaan aan deze theaterproductie. Tijdens de jubileummarathon speelden, dansten en zongen leerlingen 25 uur. Ieder uur bracht een nieuwe spelerscast een deel of compilatie van een voorstelling. Behalve de wisseling van ‘voorstelling’, wisselden ook de bezoekers in de zaal.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Karel Doormanstraat 1957

Een wederopbouwrit op de Karel Doormanstraat met de in aanbouw zijnde Lijnbaanflats, 1 juni 1957.

De Karel Doormanstraat draagt de naam van zeeofficier Karel Willem Frederik Marie Doorman (1889-1942). Hij voerde in 1942 als schout bij nacht het bevel over het Nederlandse vlooteskader. De Nederlandse vloot ging in de strijd met de Japanse vloot in de nacht van 27 op 28 februari 1942 in de Javazee ten onder. De straat ligt ongeveer ter plaatse van de vooroorlogse Tuinderstraat en Diergaardekade.

In tegenstelling tot de traditionele Nederlandse winkelstraat zijn woningen en kantoorruimtes bij de Lijnbaan niet boven de winkels geplaatst maar in aparte gebouwen erachter. De winkels worden bevoorraad vanuit een expeditiestraat aan de achterzijde, die eveneens de toegangsstraat voor de woonbebouwing vormt. Deze bestaat uit blokken van resp. drie, dertien en negen lagen, die een gemeenschappelijk groengebied omsluiten. Het ontwerp stond onder supervisie van H.A. Maaskant, die zelf de losstaande Cityflat ontwierp. De unieke stedenbouwkundige opzet van voetgangersgebied, expeditiestraat en hoogbouw aan woonhoven heeft een van de weinige geslaagde vormen van stedelijk wonen opgeleverd, en blijkt ook kantoorkolossen uit de jaren zeventig moeiteloos te incorporeren.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://www.architectuurgids.nl/…/list_p…/typ_id/3/prj_id/171

Met medewerking van Rotterdam van toen

Hermesplantsoen 1970

Op het Hermesplantsoen waar belangstellenden zien hoe twee mobiele hijskranen het Oude Tramhuys in de takels nemen, 30 juni 1970.

In het centrum van Rotterdam staat een gietijzeren gebouwtje: ‘het Oude Tramhuis’. Bij veel mensen is het bekend als nachtcafé, lange tijd was het Oude Tramhuis één van de weinige horecagelegenheden in de stad met een nachtvergunning.

Oorspronkelijk is het geen kroeg. Het tramhuis wordt in 1904 gebouwd speciaal voor de Rotterdamse Electrische Tramweg Maatschappij door de firma Bettenhausen, een werkplaats voor smeedwerken.

Het tramhuis heeft een hele geschiedenis in Rotterdam. Het heeft op zes plaatsen in de stad gestaan.

Het tramhuis doet aanvankelijk dienst als wachthuis voor trampassagiers en wisseljongens op het oude Beursplein. Voor het bombardement op de stad ligt het Beursplein ter hoogte van de huidige Verlengde Willembrug.

Kort na de verwoesting van het stadscentrum door het bombardement in 1940, wordt in overleg met RET besloten het dienstgebouwtje voorlopig ter beschikking te stellen aan de Gemeentelijke Technische Dienst, want er is dringend behoefte aan een centrale meldplaats voor de ploegen die belast zijn met het puinruimen. Het sierlijke bouwwerkje is van het oorlogsgeweld gespaard gebleven en blijkt een zeer nuttige functie te kunnen vervullen.

Nadat het puin is opgeruimd wordt in december de Dienst Wederopbouw Rotterdam (DIWERO) in het leven geroepen, waar enige duizenden arbeiders hun dagelijks brood verdienen. Het wachthuis van de RET blijft ook bij deze nieuwe instantie enige tijd in gebruik en is al spoedig ingeburgerd als het ‘diwerogebouwtje’. Nadat de Gemeentelijke Technische Dienst een nieuw onderkomen aan de Veemarkt betrekt, wordt de vertrouwde wachtkamer weer aan de RET ter beschikking gesteld.

Door wijziging van de sporensituatie bij Beursplein en aanleg van nieuwe verkeerswegen moet de Centrale Post, in de volksmond ‘het Oude Tramhuis’ verhuizen. Op 26 februari 1943 wordt het ruim 50 ton wegende onderkomen naar een nieuwe bestemming ter hoogte van de Spinhuisstraat, op de Coolsingel gerold. Het wordt gebruikt als wachthuis en ook heeft de Vereniging Voor Vreemdelingen Verkeer (V.V.V.) er een informatiekantoor totdat zij een nieuw kantoor krijgen aan de overkant van de Coolsingel.

Tijdens het bouwen van C&A aan het ‘nieuwe’ Beursplein wordt het tramhuisje op 6 februari 1952 opgevijzeld en verrold over de Coolsingel naar het Weena. Hier dient het weer als centrale post en er worden plaatsbewijzen verkocht voor rondritten door de stad. Die zogeheten wederopbouwrondritten kosten dan 1 gulden.

Ook op deze plek blijft het Oude Tramhuis niet staan. De rondritten ter gelegenheid van de wederopbouw eindigen en het tramhuis gaat naar het Kruisplein. Daar krijgt het weer de functie van centrale post en loket.

De centrale post in het tramhuis op het Kruisplein wordt overbodig als de metro in Rotterdam gaat rijden. Eind jaren 60 komt de nieuwe centrale post op het Centraal Station.

Het huisje wordt naar Ommoord gebracht waar het volledig wordt gerestaureerd. Het Oude Tramhuis komt als koffiezaak terug in het centrum. Op het Hermesplantsoen bij het Eendrachtsplein gaan de deuren van het Oude Tramhuis in 1971 open.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van http://www.rijnmond.nl/nieuws/107975/Het-Oude-Tramhuis

Met medewerking van Rotterdam van toen

Coolsingel 1970

Sigarenzaak van Felix Heijnen voor het postkantoor aan de Coolsingel-hoek Meent, 1970 (geschat).

Het paviljoen aan de Coolsingel is gebouwd in 1968 gebouwd en ontworpen door Kraaijvanger Architecten. Het paviljoen is transparant en opgetrokken uit baksteen, staal en glas. Het gebouwtje kwam in de plaats van de noodwinkels die hier na het bombardement werden neergezet (meer geschiedenis Coolsingel). Begin jaren 70 kwam McDonalds in het gebouw waar het nog altijd is gevestigd. Enkele jaren geleden is het paviljoen gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw.

Het ambacht Cool komt al voor omstreeks 1280. In 1596 kocht de stad de ambachtsheerlijkheid Cool, Blommersdijk en Beukelsdijk van Jonkheer Jacob van Almonde. Bij Koninklijk Besluit van 20 september 1809 werd het ambacht Beukelsdijk, Oost- en West-Blommersdijk, genaamd Cool, tot een zelfstandige gemeente verheven. In 1811 werd Cool door Rotterdam geannexeerd.

Naast het ambacht had men ook nog de polder Cool. Deze lag tussen de Rotterdamse en Delfshavense Schie. Deze werd in 1925 opgeheven. Een gedeelte van het grondgebied van Cool was reeds in 1358 bij de stad getrokken na de vergunning van hertog Aelbrecht van Beieren om grachten om de stad te graven en het stadsgebied te vergroten met het Rodezand in het ambacht Cool. De Coolvest scheidde voortaan stad en ambacht.

In 1480 is er al sprake van de singel tegenover de vest achter Bulgersteyn, later Coolsingel genoemd. De singel is in verband met de aanleg van een brede verkeersweg in de jaren 1913-1922 geheel gedempt. De naam Coolvest is daardoor verdwenen.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en via http://www.nieuws.top010.nl/mcdonalds-coolsingel.htm.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Lijnbaan 1970

Scheffers aan de Lijnbaan, boven Sporthuis Centrum, 1970 (geschat).

De Lijnbaan is een winkelstraat tussen het Weena en het Binnenwegplein, genoemd naar de in de 17de eeuw hier gelegen lijnbaan of touwslagerij. Op 23 augustus 1666 werd door Jean Hennequin, koopman te Rotterdam, aan de Vroedschap het verzoek gericht om voor de bouw van een overdekte lijnbaan, waar ’s zomers en ’s winters gewerkt zou kunnen worden, een stuk land van het Gasthuis te mogen overnemen. Door het Gasthuis werd op 14 maart 1667 voor dit doel afgestaan een stuk land achter de molen ‘de Witte Leeuw’ en lopende van de Coolscheweg of Binnenweg tot de Kruiskade. Het meest westelijke gedeelte daarvan maakte de koper tot een lijnbaan. In 1845 is het laatste gedeelte van die lijnbaan verkocht; het daarbij behorende garenpakhuis werd ingericht als woonruimte.

Reeds in 1671 werd op deze plaats een laan aangelegd, die bekend stond als Lijnbaanslaan. later werd deze laan omgedoopt tot Lijnbaanstraat. De huidige Lijnbaan ligt even ten westen van deze Lijnbaanstraat; laatstgenoemde straat kreeg bij besluit van B&W 26 juni 1951 de naam Hennekijnstraat. De Korte Lijnbaan heette van 1951 tot 1952 Crispijnlaan.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Stadion Feijenoord 1962 Feijenoord N.A.C. (4-1)

Publiek in Stadion Feijenoord tijdens Feyenoord-NAC, 15 april 1962.

Uit het Vrije Volk van 16 april 1962:
Gerard Bergholz, op de rechtsbuitenplaats vervangen door de jonge Hordijk, maar na een kwartier invaller voor een door rugklachten gepijnigde Cor v.d. Gijp, heeft een groot stempel gedrukt op Feijenoord-NAC. Bergholz kwam na één kwartier het veld op en scoorde nauwelijks twintig seconden later een magnifiek doelpunt. Twintig minuten later herhaalde hij die prestatie nog eens. Omdat verder Bouwmeester en Schouten voor Feijenoord scoorden en Visschers voor NAC werd het tenslotte 4-1, een resultaat, dat de verhouding in het veld voortreffelijk weerspiegelde.

Het was een wedstrijd in grote sfeer. NAC werd bij zijn opkomst luid toegejuicht. Feijenoord kreeg een staande ovatie terwijl bij de aanvang het legioen uit volle borst het hand in hand, kameraden zong. Dat heeft de Rotterdammers, die al vijf wedstrijden in successie het zoet der overwinning niet smaakten, gesterkt. Bij vlagen was het spel ouderwets. In weken zag het legioen zijn favorieten niet in zulk een vorm.In het begin leek het daar niet op. NAC gaf fraai partij en kreeg zelfs de beste kansen, vooral via Visschers die als speerpunt van de aanval een voortreffelijke wedstrijd speelde. Pieters Graafland had met zijn schoten de allermeeste moeite, maar klaarde het.

Eerst na het uitvallen van Cor v.d. Gijp kwam er vaart in de Feijenoord-acties. Nauwelijks was Bergholz als midvoor in het veld verschenen, of Bouwmeester mikte de bal uit een corner over de handen van doelman v. d. Merwe in de doelmond. Bergholz stormde toe en kopte de bal schitterend in.

NAC kreeg daarna wel kansen, maar het was Feijenoord dat de zaken ging dicteren. Henk Schouten, grote uitblinker in de aanvalslinie, dirigeerde het aanvalskwintet met slimme acties, waar Kees Kuys c.s. geen vat op hadden. Met man en macht werd Coen Moulijn afgestopt, maar daardoor kwam er ruimte voor de andere aanvallers.

Beautie
In de 20e minuut stuitte een schot van Schouten af op een voet van een verdediger. Bouwmeester kreeg de bal voor zijn voeten en knalde zonder bedenken in (2—0). Fraaier nog was het derde doelpunt, dat Gerard Bergholz na een halfuur op.zijn naam schreef. Hij kreeg de bal van Moulijn toegespeeld, liep langs een paar NAC-verdedigers en loste toen van zeker 25 meter volkomen onverwachts een enorme kogel, die in de uiterste bovenhoek doel trof. Een beautie! (3-0).

Het dolgelukkige Feijenoord, gesteund door een onvermoeid roepende aanhang, had hiermee de overwinning wel veilig gesteld. Kennelijk besloot men het na de rust wat kalmer aan te doen, waardoor NAC een tijdlang sterk in het offensief kon komen. Na drie minuten al leverde dat een doelpunt op, toen Visschers de bal vrij kreeg en een schot loste dat Pieters Graafland zeker zou hebben gehad, als Bennaers er niet op ongelukkige wijze een voet tussen had gezet. De bal veranderde van richting en stuiterde de hoek in (3-1).

NAC bleef gevaarlijk, maar schutter Visschers kreeg geen kans; meer. Omdat de” Feijenoordaanvallen nu zonder tempo werden opgezet verzoende ieder zich al met een tamme afloop, tot in het laatste kwartier de Rotterdammers er nog even een schepje bovenop deden.

Henk Schouten gaf het alarmsein met een grandioze solorush die hem tot vlak voor v.d. Merwe bracht. Cees Kuys kon de bal nog net corner werken, maar het scheelde een haartje. Bouwmeester kreeg een beste kans, maar schoot roekeloos naast. In de 36e minuut ten slotte kon toch nog een keer het legioen overeind komen. Dat dankte het dan weer aan Bergholz, die op rechts een ren ondernam en de bal scherp voortrok. Bouwmeester knalde de bal in, tegen de benen van v.d. Merwe, Hordijk zette zijn voet ertegen, weer tegen de benen van v.d. Merwe, waarna Henk Schouten met de rust van de routinier de bal kalmpjes in de hoek legde (4-1).

De foto is gemaakt door de Fototechnische Dienst Rotterdam en komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt uit het Vrije Volk, via delpher.nl

Met medewerking van Rotterdam van toen

Boompjes 1940

De synagoge van de Nederlandse Israëlitische Gemeente aan de Boompjes nummer 87, 1940.

De Boompjes synagoge was een synagoge tussen 1725 en 1940 voor Portugese Joden uit Antwerpen en later Hoogduitse Joden die ieder hun eigen synagoge hadden, maar in 1682 zich gingen verenigen.

Al sinds 1675 werden er in de buurt van de Boompjes Joodse erediensten gehouden, maar pas in 1725 werd op deze plek officieel een synagoge ingewijd. Het meest opmerkelijke uiterlijke kenmerk van de synagoge was de klok, die in de vrij hoge voorgevel was gemetseld. In de loop van de tijd verhuisden steeds meer Rotterdamse Joden naar andere delen van de stad, waardoor het aantal bezoekers van de Boompjes synagoge sterk afnam. Hierdoor verloor de synagoge zelfs de status van hoofdsynagoge. Door de grote terugloop was de Joodse gemeenschap zelf van plan de synagoge van de hand te doen. Zover is het echter nooit gekomen, want het bombardement in mei 1940 deed zijn werk.

Na de oorlog werd er in 1954 een nieuwe synagoge – Lew Jom – gebouwd aan het A.B.N. Davidsplein. In de tussentijd werden diensten gehouden in de inmiddels alweer afgebroken Westersynagoge Lew Jom in de Joost van Geelstraat, in de wijk Middenland. Het was de enige na de oorlog nog functionerende sjoel.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Molensteeg 1928

De Molensteeg met op de achtergrond de toren van de Sint-Laurenskerk, 1928-1932.

De Molensteeg is vernoemd naar een molen die daar al in de 14de eeuw stond. In 1380 is er namelijk al sprake van een Molenstraat op het Westnieuwland. Ter onderscheiding van de Oostmolenstraat werd de steeg vroeger ook wel Westmolenstraat genoemd. Het gedeelte van de steeg, dat liep van de Vissersdijk naar de Blaak kwam vroeger ook voor onder de namen Korte Molensteeg en Watermolensteeg. Nadien heette de straat Ds. Jan Scharpstraat naar Jan Scharp (1756-1828), gereformeerd (hervormd) predikant te Rotterdam, 1789-1826. Hij kreeg grote bekendheid als schrijver en dichter en was een vurig orangist.

De Grote of Sint-Laurenskerk, vaak kortweg Laurenskerk genoemd, is een gotische kerk in Rotterdam. Ze is het enige overblijfsel van het middeleeuwse Rotterdamse stadscentrum. De huidige kerk is een kruising tussen een hallenkerk en een kruisbasiliek. In de kerk is in een van de tentoonstellingskapellen nog een knopkapiteel aanwezig van haar voorganger, een tweebeukige hallenkerk zonder koor en toren.

Reeds in 1350 was er in het toenmalige Rotta, een hallen(parochie)kerk zonder toren (gewijd aan Laurentius en Magdalena), op de plaats van het huidige koor van de St. Laurenskerk. De bouw van de toren werd begonnen in 1449, de bouw van de kerk van 1460 tot 1525. Aan het einde van de vijftiende eeuw was de kerk voltooid. De toren, waarvan de bouw in 1449 was begonnen, was toen net zo hoog als de kerk. De toren werd eerst in 1548 verhoogd. In 1621 werd de toren voorzien van een houten spits naar een ontwerp van Hendrick de Keyser. Door de slechte kwaliteit van het gebruikte hout moest deze spits in 1645 worden afgebroken. In de jaren 1645-1646 werd de toren door Dirc Davidsz. Versijde voor de tweede keer verhoogd, nu naar zijn huidige hoogte.
De toren werd daarbij voorzien van een stenen vierde geleding, die in 1650 te zwaar bleek te zijn voor de fundering. De toren werd opnieuw onderheid met 500 grenen masten, de fundering werd verzwaard (zie breed uiteenlopende torenvoet van rode baksteen tot eerste geleding) en in 1655 stond de toren weer recht. Deze vierde geleding is de enige in Nederland die gotische en classicistische elementen heeft, en ruimte voor een uurwerk met wijzerplaten. In Gotische kerktorens is er geen ruimte voor een uurwerk met wijzerplaten, daar werden onder andere de galmgaten voor gebruikt.

De toren en de kerk waren aanvankelijk gescheiden door een smal water dat Slikvaart heette. Het Hoogheemraadschap van Schieland maakte aanvankelijk bezwaar tegen demping uit vrees voor afwateringsproblemen. Rond 1460 bestond dit bezwaar niet meer en werd het watertje gedempt. Hierna werd het schip van de kerk verlengd in de richting van de toren.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Boezemlaan 1926

Het overblijfsel van een der Boezemmolens aan de Boezemlaan, uit het zuidwesten, 1926.

De Boezemlaan ontleent haar naam aan de Hoge Boezem. Op 14 januari 1769 werd door de Staten van Holland en West-Friesland octrooi verleend om, tot ontlasting van de gemeene boezem de Rotte, een tweede boezem te maken in de polder Rubroek. Het overtollige water kon door een sluis bij de Oostpoort ontlast worden in de Nieuwe Maas. De aanbesteding van de hoge en de lage boezem en de watermolens vond plaats op 25 april 1772. In 1854 werd nog een Reserveboezem gegraven. In 1897 werden de Hoge en Lage Boezem gedeeltelijk en de Reserveboezem geheel gedempt. De 2de Reserveboezemstraat heette van 1914 tot 1918 Kampioenstraat, een naam die herinnerde aan het door de voetbalvereniging ‘Sparta’ behaalde kampioenschap. Deze vereniging oefende op het nabijgelegen Exercitieveld. De Boezemweg vormde vóór 1973 een onderdeel van de Boezemsingel. Hoewel de naam Hoge Boezem als straatnaam reeds jarenlang in gebruik is, werd hij pas bij bovengenoemd besluit officieel vastgesteld. Op een plattegrond van 1881 komt de Boezemstraat voor onder de naam Abattoirstraat naar het slachthuis of abattoir, dat daar geprojecteerd was. Dit abattoir werd op 1 mei 1883 geopend.

Er maalden in 1766 31 molens uit op de Rotte. Bij de korenmolen ‘De Noord’ (dbnr. 2288) aan het Oostplein
stond De Kostverloren (dbnr. 3079), die het water op de rivier uitmaalde maar dit niet kon bolwerken. Er waren
ook nog plannen om de polders onder Bleiswijk en Bergschenhoek droog te malen.

Om het probleem op te lossen werd een boezem gegraven vanaf de Spiegelnissermolen aan de Rotte. In 1772
werden naar ontwerp van landmeter Dirk Smits acht molens gebouwd om onder andere de grote plassen ten westen van de Rotte tussen Bleiswijk en Bergschenhoek droog te malen, die het water uitmaalden op de Hooge boezem vanwaar het via sluizen afliep naar de Maas. Met zijn 2 km lengte en 25 m breedte kon de Hoge en Lage Boezem 70.000 m³ water bevatten. In 1854 werd noch een reserveboezem aangelegd als voor het geval van hevige regenval.

De molens kregen de nummers 1 t/m 8. Het waren achtkante grondzeilers, boezemmolens. Met de bouw van de molens werd aangevangen in 1769. Molens opgeleverd op 25-4-1772. Mogelijk zouden de 8 molens over 10 raderen beschikt hebben; dus 2 molens met 2 raderen. Plannen om ten zuiden van no. 8 nog drie molens te bouwen zijn nooit uitgevoerd.

Eén molen verbrandde in 1895/1896 als gevolg van blikseminslag. Op 1 november 1899 werden de zeven overgebleven molens stilgezet vanwege een nieuw gemaal. Het HHR Schieland ruilde met de gemeente Rotterdam de benodigde grond voor het stoomgemaal en ƒ 250.000,=
bijbetaling tegen het terrein van de Hoge Boezem met de molens. In 1899 werden de molens op twee na
geheel gesloopt (waarschijnlijk) door de firma J.B. Thobé uit Dordrecht.

Een der molens werd in 1901 gezet op het onderstuk van De Jonge Hendrik te Overschie en verbrandde daar ook nog in 1901. Zie De Oranje Nassau, dbnr. 2194. Eén molen werd (zeer waarschijnlijk) herbouwd in Rijpwetering (de huidige Blauwe Molen, Ned. Molendbnr. 1074) en een andere ging naar Apeldoorn om te worden herbouwd als de korenmolen van H. Vorderman (dbnr. 327). Restant verbrand in 1976. Een andere
molen kwam volgens Suetan nr. 150 in Zuidbuurt, Zoeterwoude, terecht als de Zuidbuurtse Molen van de Westbroekpolder (dbnr. 330), maar dat blijkt niet te kloppen met de jaartallen.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van http://www.molendatabase.org/molendb.php.

Met medewerking van Rotterdam van toen