Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 




Schie 1895

Houtzaagmolens van de firma Van Stolk aan de noordzijde van de Rotterdamse Schie, 1895 (geschat). Van links naar rechts: De Koe (met schoorsteen); De Haan en De Vlaggeman. Links: de Bergpoldermolen.

Abraham van Stolk (1762-1819) was eigenaar van de gelijknamige Rotterdamse houthandel.

De familie Van Stolk bezat vanaf 1727 een houthandel aan de Rotterdamse Schie. Deze firma droeg sedert het begin van de negentiende eeuw de naam Abraham van Stolk. Wegens stadsuitbreiding werd het bedrijf in 1927 gedwongen te verhuizen naar de Delfshavense Schie. De weg langs het nieuwe bedrijf heet sinds 1928 de Abraham van Stolkweg.

Molen De Koe werd in 1746 door David van Stolk aangekocht. In 1859 werd deze molen omgebouwd tot stoomzagerij. Molen De Haan werd in 1880 gekocht door de familie Van Stolk. In 1895 werd de molen gesloopt. Molen de Vlaggeman werd onttakeld in 1924 en gesloopt in 1929.

Een gedicht over de molens aan de Schie:
De Mol is mij ontkropen;
De Leeuw in ’t groene woud.
De Abram mag het hopen,
Dat hij wordt opgebouwd.
De Koe, die staat te loeien,
De Barg staat aan haar zij;
Het Haantje staat te kraaien,
De Vlaggeman staat erbij.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia en van http://www.molendatabase.org/molendb.php…

Met medewerking van Rotterdam oud en nieuw



StedenDating.nl

Rotte 1908

Gezicht op de Rotte met de Noorderbrug, uit het zuiden gezien, 1908. Op de voorgrond schepen geladen met witte kool. Op de achtergrond de Heineken bierbrouwerij aan de Crooswijksesingel.

In 1860 werd ter hoogte van het latere Noordplein een hoge houten brug over de Rotte gemaakt, die de naam Rottebrug ontving. Deze werd in 1895 vervangen door een ijzeren ophaalbrug, die Noorderbrug werd genoemd omdat ze toegang gaf tot het Noordplein. In 1909 kwam hiervoor een vaste stenen brug in de plaats. De ophaalbrug werd verplaatst en kwam iets noordelijker over de Rotte te liggen ter hoogte van de Crooswijksestraat en de (Nieuwe) Zaagmolenstraat. Hier deed de Zaagmolenbrug, zoals ze sindsdien genoemd werd, dienst tot 1956.

Het riviertje de Rotte, waaraan de stad Rotterdam zijn naam te danken heeft, wordt in 1242 voor het eerst genoemd. Ze moet echter eeuwen oud zijn, want in een oorkonde uit 1028 is er sprake van een nederzetting ‘Rotta’. De Rotte werd voor 1200 ter hoogte van Crooswijk voor het eerst afgedamd in het kader van de aanleg van een dijk vanwege de grote 12de-eeuwse overstromingen. De aanleg van Schielands Hoge Zeedijk meer naar het zuiden rond het midden van de 13de eeuw, betekende een tweede afdamming. In deze dam, het midden van de latere Hoogstraat, bevonden zich enkele uitwateringssluizen waardoor de (Binnen-)Rotte in verbinding beelf staan met de Maas. De beide kaden langs de Rotte ten noorden van de oude stad ontvingen de namen Rechter en Linker Rottekade. Waar deze kaden door Hillegersberg en Terbregge lopen kregen ze na de annexatie de plaatsnamen als toevoegsel. De Rottebrug verbindt over de Rotte de Gordelweg met de Boezembocht. De Rottestraat ontving haar naam omdat ze op de Rotte uitloopt. Zie ook Binnenrotte.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen




Oudehaven1895

De Oudehaven met de Koningsbrug, 1895. Op de achtergrond rechts het Oudehoofdplein en links de Spanjaardsbrug. Daarachter het Haringvliet.

De Koningsbrug was een draaibrug over de Oude Haven in Rotterdam en vormde de verbinding tussen de Boompjes en de Oosterkade. De brug werd op 24 september 1860 geopend door Koning Willem III. De brug werd geflankeerd door vier leeuwen die afkomstig waren van de afgebroken Hofpoort en kreeg in de volksmond de bijnaam Vierleeuwenbrug.

In de Meidagen van 1940 bleef de Koningsbrug gespaard. Na de Watersnood van 1953 werd besloten alle zeedijken tot deltahoogte op te hogen. Hiervoor was het nodig om de Oude Haven van de rivier af te sluiten. De Maasboulevard werd aangelegd en de Koningsbrug werd afgebroken. Drie van de vier leeuwen verhuisden naar de lege boulevard en kijken sindsdien uit over de Maas, de vierde werd geschonken aan de verbindingstroepen (destijds nog onderdeel van de genie) ter herdenking van de inzet in Rotterdam in mei 1940. Hij lag jarenlang op de appelplaats van de Elias Beeckmankazerne in Ede. Bij het sluiten van de kazerne in 2010 verhuisde de leeuw mee naar de Bernhardkazerne in Amersfoort. Defensie schonk de gemeente Ede in 2011 een replica van de leeuw als dank voor het feit dat Ede meer dan een eeuw garnizoensplaats is geweest.

In de jaren 60 werden enkele hoge appartementsgebouwen gebouwd op de zandvlakte die de Maasboulevard was. In 1964 verrees de Leeuwenflat.

Het Oudehoofdplein ontleent zijn naam aan het nabijgelegen Oudehoofd. In 1598 was daarop de Oude Hoofdpoort gebouwd, die de oudere poort bij de Nieuwehavensteeg verving. Nadat aan beide zijden van de Leuve in het begin van de 17de eeuw een Nieuw-Oosterhoofd en een Nieuw-Westerhoofd waren gemaakt, bleef dat aan de Oudehaven bekend als het Oudehoofd. Tengevolge van het aanleggen van de Oosterkade achter de huizen van het Haringvliet in 1856 werd de Oude Hoofdpoort een obstakel voor het verkeer. De gemeenteraad besloot in dat jaar tot afbraak van de poort.

De Spanjaardsbrug dankt haar naam aan het bezoek van de Spaanse veldheer Ambrosio Spinola met zijn gevolg in 1608. Daarvoor heette zij ‘Harinckvlijtbrugge’. De eerste brug op deze plaats werd in 1597 gebouwd. In 1644 werd de brug vervangen door een nieuwe brug. Deze was vrijwel identiek aan haar voorganger en bleef tot 1843 in gebruik. Toen kwam er een basculebrug voor in de plaats naar ontwerp van stadsarchitect Willem Nicolaas Rose. Diens opvolger Gerrit Jan de Jongh gaf de brug in 1885 haar huidige vorm.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen



Dominos Pizza 728x90

Diergaarde Blijdorp 1971

De uitkijktoren van Diergaarde Blijdorp met op de voorgrond een ijsbeer, geschat 1971.

In 1855 werd in de Rotterdamse binnenstad, bij de Kruiskade, een tuin ingericht voor fazanten en watervogels. De vogeltuin was eigendom van de spoorwegbeambten F. van der Valk en G.M. van den Bergh. Dit werd een groot succes, en op 18 mei 1857 werd de Rotterdamsche Diergaarde geopend. De eerste directeur was de toentertijd in geheel Europa beroemde dompteur Henri Martin. Op 15 september werd de ‘Vereniging Rotterdamsche Diergaarde’ opgericht. Alleen leden van de vereniging, vooraanstaande burgers, mochten de dierentuin bezoeken. Later mochten Rotterdamse niet-leden gedurende enkele dagen in augustus de diergaarde bezoeken, maar wel via een aparte ingang. De dierentuin was in de eerste halve eeuw van zijn bestaan een groot succes en groeide meer en meer.

In 1924 raakte de dierentuin echter in financiële problemen. De negentiende-eeuwse dierentuin raakte met de komst van de Hagenbeckstijl uit de mode, en met het drukker wordende verkeer had de gemeente de locatie op het oog om een weg aan te leggen tussen het Hofplein en Spangen, Tussendijken en Blijdorp. Ook werd de grond van de binnenstad veel te duur. De dierentuin probeerde het tij te keren door lidmaatschap goedkoper te maken, tentoonstellingen en kermissen te organiseren op het terrein en verlichting aan te brengen, zodat de dierentuin ook ’s avonds te bezoeken was.

In 1932 werd er besloten om de dierentuin te reorganiseren. Eerst werd er besloten om vaker niet-leden toe te laten en het lidmaatschap aantrekkelijker te maken, maar het mocht niet baten. In 1937 werd er besloten om de dierentuin te verhuizen naar een nieuwe locatie. De dierentuin ruilde grond met de gemeente: de gemeente kreeg een deel van de oude diergaarde gratis, de rest moesten ze betalen. In ruil daarvoor werd de dierentuin eigenaar van twee derde van een nieuwe 13 hectare grote locatie in de wijk Blijdorp, terwijl over een derde van de nieuwe locatie pacht van één gulden moest worden betaald. Met financiële hulp van de Stichting Volkskracht werd een nieuwe dierentuin gefinancierd. De Volkskracht stelde echter een voorwaarde: voortaan moest de dierentuin voor iedereen toegankelijk zijn. Op 26 oktober 1938 werd de Vereniging opgeheven, en de Stichting Rotterdamsche Diergaarde (vanaf 1957 Stichting Koninklijke Rotterdamse Diergaarde) opgericht.

Het ontwerp van de nieuwe dierentuin is van Sybold van Ravesteyn, waarbij traliewerk en hekken zo veel mogelijk zijn vermeden en vervangen door greppels en grachten. De verwarmde binnenverblijven en ruime leefweiden waren toentertijd uniek in de wereld.

Op 7 juli 1940 werd het noordelijk gedeelte geopend en op 7 december 1940 was de nieuwe diergaarde geheel open. Van Ravesteyn had de dierentuin zo ontworpen dat er een symmetrieas door het park liep, waarop de betonnen gebouwen lagen: de Rivièrahal, de 47 meter hoge uitkijktoren, het roofdiergebouw, de grote vijver en het theehuis. Aan weerszijden van deze as lagen grote weiden voor hoefdieren als bizons en zebra’s.

Ter gelegenheid van het jubileum in 1957 werden tegels met gestileerde dierenfiguren vervaardigd door Groeneveldt aardewerkfabriek. In 1963 werd de Vereniging Vrienden van Blijdorp opgericht. Deze vereniging ondersteunde de diergaarde financieel, waardoor onder ander in 1965 het Henri-Martinhuis kon worden gebouwd, een gebouw voor kleine apen en nachtdieren. In 1972 werd de markante uitkijktoren wegens bouwvalligheid afgebroken. In 1984 werd in Blijdorp het eerste olifantje geboren, een Aziatische olifant met de naam Bernhardine, vernoemd naar Prins Bernhard. Bernhardine is voor zover bekend de eerste olifant die werd geboren in een Nederlandse dierentuin. Inmiddels zijn er zo’n tien olifantjes geboren in Blijdorp.
De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia

Met medewerking van Rotterdam van toen



Essent House Party 728x90

Oranjeboomstraat 1926

Gezicht op de Nederlandse Hervormde Wilhelminakerk, en een tram van lijn 12, aan de Oranjeboomstraat, 1926. Links de Perssoonsstraat.

De Wilhelminakerk in Rotterdam werd opgericht als nieuwe wijkkerk van de toenmalige zelfstandige “Nederduitsch Hervormde Gemeente”, afgesplitst van de Hervormde Gemeente IJsselmonde. Evenals de Koninginnekerk in Rotterdam kon deze kerk gebouwd worden dankzij een gift van de gezusters Van Dam. De inwijding volgde op 27 november 1898. Het was een forse zaalkerk op centraliserende plattegrond met uitgebouwde, driezijdig gesloten apsis en fronttoren, geflankeerd door twee lagere traptorens. De apsis werd uitwendig geaccentueerd door topgevels en een eenvoudige dakruiter. Het interieur was voorzien van galerijen en werd gedomineerd door een forse vrijstaande kansel in het koor. Het gebouw was een belangrijk voorbeeld van stilistische vernieuwing in de protestantse kerkbouw van omstreeks 1900, voortkomend uit het eclecticisme, tevens belangrijk werk uit het oeuvre van B. Hooykaas Jr.

De kerk kreeg in de naoorlogse jaren grote bekendheid door de orgelconcerten van de bekende organist en dirigent Feike Asma. Als gevolg van teruglopend kerkbezoek werd de kerk in 1972 buiten gebruik gesteld en in het jaar daarna gesloopt. Een groot deel van de pijpen uit het orgel zijn aangekocht door de Hervormde Gemeente Veenendaal en zijn gebruikt voor het orgel van de Oude Kerk te Veenendaal.

Zowel de Koninginnekerk als de Wilhelminakerk beschikten over 1.600 zitplaatsen.

De Oranjeboomstraat heet naar bierbrouwerij ‘d’Oranjeboom’, die aan deze straat was gevestigd. De brouwerij dateert uit 1671 en is ontstaan uit de samenvoeging van de brouwerijen ‘De Dissel’ en ‘van den Oranjeboom’. De eerste was gevestigd aan de Coolvest, de laatste aan de Nieuwehaven. In 1885 werd de brouwerij van de Coolvest naar Feijenoord overgeplaatst en in 1902 werd de Naamloze Vennootschap Brouwerij d’Oranjeboom opgericht. In 1990 vertrok de brouwerij naar Breda.

De Persoonsstraat herinnert aan de stadsarchitecten Claes Jeremiasz. Persoons en zijn zoon Johannes Persoons. Zij volgden elkaar van 1660 tot 1692 op als architect van Rotterdam. De eerste was stadsarchitect en is bekend geworden door het recht zetten van de Laurenstoren,en de bouw van de Oosterkerk aan de Hoogstraat. Met het graven van de Persoonshaven werd eerst in 1901 een begin gemaakt.

De prentbriefkaart komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen