Welkom op Hertogjans Place

De site met muziek en webchat.
En natuurlijk het blog Rotterdam Oud & Nieuw.
Mocht je verhalen hebben mail me mijn email is janelburg@hotmail.nl .
Graag bestaande verhalen met foto’s.
Ik ben Dj bij een online radio station dus er zullen soms advertenties van het radio station staan, de  radio, webchat kan je vinden boven aan de site.
De meeste artikelen zijn met medewerking van Rotterdam van toen

Veel lees en eventueel luister en chat plezier.

Vriendelijke groet Jan

 

Van der Takstraat, 1974

De Van der Takstraat met op de achtergrond de Willemsbrug, 1974 (geschat).

Van der Tak was de zoon van Gerardus Pieter van der Tak en Pieternella Cornelia van der Meulen. Zijn ouders waren onbemiddeld en deden hem in de leer bij een timmerman.

Na zijn leerperiode werd Van der Tak opzichter bij de fabriek van Enthoven in Den haag, een ijzergieterij en –pletterij waar in die tijd de eerste stoommachine in Den Haag was geplaatst. In 1852, op 38-jarige leeftijd, werd hij opzichter bij de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij. Eerst overzag hij de bouw van de IJsselspoorbrug over de Gelderse IJssel en daarna had hij de leiding over de bouw van de Boerengatbrug in Rotterdam en de opbouw van een tijdelijk stationsgebouw. Met de jaren had Van der Tak zich door zelfstudie verder bekwaamd in architectuur en civiele techniek.

Rond 1860 werd Van der Tak bij de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij verantwoordelijk voor het onderhoud van de spoorweg Amsterdam-Rotterdam en het traject Utrecht-Driebergen. In 1861 werd door de Gemeente Rotterdam aangesteld als Directeur der Gemeentewerken als opvolger van Willem Anthony Scholten. In 1879 werd hij na zijn overlijden opgevolgd door Gerrit de Jongh.

Van der Tak trouwde op woensdag 29 januari 1840 in Delft met Maria van der Gaag (1814-1843), en uit hun huwelijk werden een zoon en een dochter geboren. Later hertrouwde Van der Tak en uit dit huwelijk kwam Christiaan Bonifacius van der Tak jr. (1872-1943) voort.

Christiaan Bonifacius van der Tak jr. werd geboren in Vlissingen op 4 februari 1872 en overleed in Rotterdam op 11 oktober 1943. In 1916 werkte hij mee aan de uitbreiding van het kantoorgebouw van de Holland-Amerika Lijn, het huidige Hotel New York op de Kop van Zuid. Dit gebouw uit 1901 naar ontwerp van architecten J. Müller en C.M. Droogleever Fortuyn, was in 1908 al een eerste keer uitgebreid. De architect van de derde generatie in Rotterdam, de kleinzoon, was Christiaan Bonifacius van der Tak (1900-1977).

Onder het bewind van Van der Tak werd de Willemsbrug gebouwd, die het Noordereiland met Rotterdam Noord verbindt. Het ontwerp hiervan was rond 1870 begonnen en de brug werd geopend in oktober 1878. In die tijd werd ook de Koninginnebrug gebouwd, die op zijn beurt het Noordereiland met Rotterdam-Zuid verbindt.

Het stadsbestuur besloot op voorstel van Van der Tak tot de oprichting van een drinkwaterleidingbedrijf. Van der Tak ontwierp ook de watertoren, werkplaatsen, fabriek, magazijn en woningen.

De Van der Takstraat op het Noordereiland, die de Koninginnebrug en Willemsbrug met elkaar verbond, is naar hem genoemd.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het Sint Franciscus Gasthuis in aanbouw aan de Kleiweg, 1974

In november 1891 deed pater Hubertus Antonius Kusters (1837-1906) aan de congregatie van de derde orde van Sint-Franciscus van Assisi te Rotterdam het voorstel de fondsen van de congregatie te besteden voor de oprichting van een ziekenhuis voor kosteloze opname van rooms-katholieke arme zieken. Ook was er het voornemen om zieken in de woningen van particulieren hulp te verlenen. Het Sint-Franciscus Gasthuis begon in mei 1892 op de bovenetages van een distilleerderij aan de Oppert in het centrum van Rotterdam onder het patronaat van de heilige Franciscus van Assisi. Op 26 mei 1892 werd het officieel geopend. Al in augustus 1893 werd uitvoerig gediscussieerd over mogelijkheden tot uitbreiding van het Gasthuis, omdat het bestuur bij herhaling een patiënt had moeten afwijzen. Een half jaar later, in september 1892, besloot het bestuur de behuizing in de Oppert die weinig voldeed en onvoldoende ruimte bood, te verruilen voor een pand aan de Schiekade (Oostzijde, nr. 64).

Men omschreef het in die tijd als een in alle opzichten solied huis, 23 meter breed, hoog van verdieping, doelmatig verdeeld wat licht en luchtverversching betreft en waarop met betrekkelijk weinig kosten een tweede verdieping kon worden opgetrokken, die geheel en al naar behoeften kon worden ingericht, terwijl aan het sousterrein en de zalen op den beganen grond geen noemenswaardige veranderingen behoefden (te) worden aangebracht. * De verbouwing, waardoor 70 bedden konden worden geplaatst en 20 slaapplaatsen voor het verplegend personeel werden verkregen, werd uitgevoerd onder leiding van de architect H.J. Dupont. Op 12 juni 1893 werd het nieuwe Sint Franciscus Gasthuis geopend. Een belangrijke verandering die in het nieuwe gebouw kon worden doorgevoerd was de inrichting van een operatiekamer.

In 1896 volgde daarom opnieuw uitbreiding door aankoop van het belendende pand, Schiekade 66. De bedoeling was dit weinig geschikte huis af te breken en er een nieuw gebouw voor in de plaats te zetten, maar de plannen werden verstoord toen begin 1899 ook het pand op nummer 62 te koop werd aangeboden. Door ook dit gebouw aan te kopen kreeg het Gasthuis de beschikking over een zeer groot terrein, en kon tot de bouw van een paviljoensziekenhuis worden overgegaan.

In 1975 werd aan de Kleiweg te Rotterdam een geheel nieuw ziekenhuis in gebruik genomen met 613 bedden. Dit gebouw onderging vanaf 2002 een grootscheepse renovatie om het aan te passen aan de laatste eisen in de gezondheidszorg. In 2007 werd de huisartsenpost Rotterdam-Noord op het terrein van het Franciscus Gasthuis gevestigd en opende het nieuwe Diagnostisch Centrum Rotterdam waar onderzoeken als röntgenfoto’s, longfunctieonderzoek, laboratoriumonderzoek, echografisch onderzoek en de afname van bloed worden gedaan. In 2008 werd een zorghotel met 66 kamers gerealiseerd en kwam er een poliklinische nevenvestiging in Berkel en Rodenrijs. Kort daarop opende het ziekenhuis zijn eerste leerafdeling Orthopedie. Inmiddels is de tweede leerafdeling longziekten in gebruik genomen

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Rotterdamse Schie met de Schieweg en de Heulbrug, 1935

De Rotterdamse Schie met de Schieweg en de Heulbrug, 1935-1939. Rechts de Walenburgerweg. Op de achtergrond de Schiekade.

De Rotterdamse Schie is de vaart, die ten gevolge van een handvest van 9 juni 1340 werd gegraven van Overschie naar Rotterdam. Ze sloot aan op de reeds bestaande Delftse of Oude Schie, die Delft met Overschie verbond. Ter plaatse van het latere Hofplein kwam de Schie uit in de Kolk welke door de Rotte was gevormd. Vanaf dit punt ging de vaart door de stad onder de naam Delftsevaart. Deze was via een spuisluis verbonden met de Merwede (Nieuwe Maas). De Schie komt ook een enkele maal voor als Spuivaart. Langs beide zijden van de vaart werden kaden aangelegd. In het begin waren deze van weinig betekenis.

De gemeenteraad besloot op 22 juni 1939 tot demping van het gedeelte van de Schie, gelegen tussen het Hofplein en het Stadhoudersplein. Deze demping geschiedde voor een groot gedeelte met het puin van de huizen, die verwoest waren bij het bombardement. Sindsdien is een bekend Rotterdams gezegde ‘Eerst lag de Schie in Rotterdam, thans ligt Rotterdam in de Schie’.

De Walenburgerweg herinnert aan de vroegere hofstede Walenburg. In 1579 kocht Hillegont Pieters, echtgenote van Adriaen Pietersz., ‘de ruyge werff groot omtrent vijf hont lants’. Hierop werd een hofstede gebouwd, die vermoedelijk al vrij spoedig de naam ‘Walenburg’ gedragen zal hebben naar de op dit terrein gelegen Waal. De zoon van genoemde Hillegont Pieters noemde zich in 1594 namelijk Pieter Adriaensz. Walenburg. In de transportregisters komt de naam voor het eerst voor in een akte uit 1727. Er is dan nog steeds sprake van een hofstede. Eerst in 1801 komt ‘Walenburg’ voor als buitenplaats met herenhuis. De buitenplaats werd in 1881 verkocht en daarna als bouwgrond uitgegeven. Het herenhuis is eerst in de jaren vijftig van de 20ste eeuw afgebroken. De Walenburgerweg vormde voor 1886 een onderdeel van de Beukelsdijkscheweg. De oudste benaming van dit weggedeelte was West Blommersdijkscheweg. Het Walenburgerplein ligt op het terrein van de vroegere buitenplaats. Op de plaats van het plein lag van 1896 tot 1932 de Walenburgstraat.

De fotograaf is Lex de Herder en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Een ja-knikker voor de oliewinning in Zomerland (IJsselmonde), 1965

Het Zomerland was oorspronkelijk een bekade en onbehuisde buitenpolder in de Riederwaard onder IJsselmonde. Het gebied lag achter een dijk, die alleen in de zomer in staat was bescherming te bieden aan watervloeden. De Zomerkade heette vroeger Zomerlandschekade.

De jaknikker is een uitvinding van Walter C. Trout, een werknemer bij een machinefabriek in Lufkin in de Amerikaanse staat Texas. Tot die tijd werd olie omhoog gehaald met pompen die voor het grootste deel gemaakt waren van hout, die een horizontale beweging omzetten in een verticale. De pomp die Trout in 1925 ontwierp, beweegt verticaal, maar werkt ook nog eens met een contragewicht, waardoor de efficiëntie toenam. De jaknikker zelf is het zichtbare gedeelte van een ondergronds mechanisch pompsysteem dat in een olieput is geïnstalleerd.

In Nederland waren van 1948 tot 2013 bij Schoonebeek in Drenthe en in Zuid-Holland jaknikkers van de Nederlandse Aardolie Maatschappij actief.

De fotograaf is Ary Groeneveld en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De Voorhaven met op de achtergrond molen de Distilleerketel, 1935

De Voorhaven met op de achtergrond molen de Distilleerketel, 1935-1939. Op de voorgrond worden vaten verladen op de kade voor Henkes distilleerderij.

Voor Delfshaven en Rotterdam in 1886 werden samengevoegd, droeg de Voorhaven de naam Oudehaven. Daar laatstgenoemde naam reeds in Rotterdam voorkwam werd de naam Voorhaven, waaronder de haven ook wel bekend stond, officieel vastgesteld. Eveneens werd in 1886 de naam Voorstraat officieel vastgesteld. Deze naam, die aansluit op denaam Voorhaven, was reeds voor 1886 in gebruik.

In 1824 kocht Johannes Hermanus Henkes samen met twee vennoten, Arie de Jong en Gerke d’Arnaud Gerkens, de reeds bestaande korenwijnbranderij aan de Voorhaven 27 te Delfshaven op en noemden deze: De Ooyevaar. Ook namen zij een aandeel in de moutmolen “De Distilleerketel”, die zich op het Middelhoofd bevond. De ooievaar kan mogelijk in verband gebracht worden met de Haagse afkomst van Arie de Jong.

Op het ogenblik van koop was de branche herstellende van de crisis onder de Napoleontische tijd, toen bijna de helft van de Delfshavense destilleerderijen moest worden gesloten. In 1850 verving hij de rosmolen in de destilleerderij door een stoommachine en was daarmee de eerste in zijn branche die zulks deed. In de jaren 60 van de 19e eeuw werd het nog bestaande pand gebouwd, dat de hele wand Voorhaven 19-31 bestreek.

Het product van De Ooyevaar werd ook geëxporteerd en verwierf een medaille op de Wereldtentoonstelling van 1867 te Parijs.

De familie Henkes ondertussen spreidde haar activiteiten. Zo werd de Rotterdamsche Boek- en Kunstdrukkerij opgezet. Daarnaast werd een vennootschap aangegaan met de steenfabriek De Vlijt te Halsteren.

Van 1948 tot 1977 werden merken als Henkes Jonge Jenever, Henkes Vieux, Henkes Bessenjenever en vruchtendranken op de Nederlandse markt gebracht. In 1959 verkreeg Henkes het predicaat “Hofleverancier”. In 1967 werd de productie verplaatst naar Hendrik-Ido-Ambacht. Henkes was nu in handen gekomen van de Suiker Unie. In 1970 werd de Henkes Verenigde Distilleerderijen (HVD) opgericht, waarin de distilleerderijen van de Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek en die van de Zuid-Nederlandsche Melasse-Spiritusfabriek werden ondergebracht. Iets later werd Rynbende overgenomen.

In 1986 begon Bols, toen reeds marktleider op dit terrein, zijn positie te verstevigen en kocht Henkes op. Henkes werd daarmee een merk van Bols.

De foto komt uit het archief van Spaarnestad en bevindt zich in het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam en van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Luchtopname van Rotterdam vanuit het zuiden, 1934

Luchtopname van Rotterdam met links de Waalhaven en daarnaast Oud-Charlois en de wijk Feijenoord. Onder
het Vliegveld Waalhaven, boven de Nieuwe Maas en de westelijke wijken van Rotterdam, 1934-1938.

De Waalhaven is vernoemd naar de rivier de Waal. Op 13 juni 1907 werd besloten tot aanleg van de haven. Bij deze aanleg verdween het grondgebied van de polders Robbenoord en Plompert. Ten zuiden van de Waalhaven werd in 1922 een vliegveld in gebruik genomen. Dit werd in mei 1940 door de Duitsers gebombardeerd. Op deze plaats ligt thans een bedrijventerrein. De namen van de hier aangelegde straten zijn vernoemd naar personen, die op enigerlei wijze iets met de luchtvaart te maken hadden.

In het begin van de vijftiende eeuw was het gebied dat tegenwoordig Charlois is, een onbebouwd terrein van slikken, kreken en uitgestrekte watervlakten. Dijken en sluizen ontbraken, eb en vloed hadden er vrij toegang, waardoor bewoning op dat stuk grond vrijwel onmogelijk moet zijn geweest. Deze toestand is waarschijnlijk ontstaan in het jaar 1373, toen een overstromingsramp de bestaande dijken had doorbroken en de oorspronkelijke bewoners had verjaagd als zij niet waren verdronken. Bijna een eeuw bleef het latere Charlois verlaten, in 1460 zijn er voor het eerst plannen voor het opnieuw bedijken van het gebied.

Het was Karel de Stoute, later hertog, maar op dat moment nog graaf van Charlois, die op 24 april van dat jaar de gronden van het gebied met de bijbehorende jacht- en visrechten aan een drietal edelen ten geschenke gaf. Karel had een jaar eerder de heerlijkheden Putten en Strijen van zijn vader ontvangen en daardoor de beschikking gekregen over het bovenbeschreven verdronken land, dat de naam Riederwaard droeg. De gift aan de drie edelen omvatte overigens niet de gehele Riederwaard, maar slechts het westelijk deel van dit gebied. Dat bleek duidelijk uit de tekst van de schenkingsoorkonde, waar de grenzen van het betreffende gebied minutieus beschreven worden. Dit westelijk deel van de Riederwaard werd de latere heerlijkheid Charlois.

Charlois bleef tot de annexatie door Rotterdam in 1895 een zelfstandige, agrarische gemeente.

De foto is gemaakt door KLM Aerocarto en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Zicht op de Galerij (links) en de Delftsevaart (rechts), 1934

Van de Hofpoort naar de Delftsche Poort liep vroeger een met bogen voorziene vestmuur, die bedoeld was om als verdedigingswerk dienst te doen. Later werd ze als kazerne gebruikt. In het laatst van de 18de eeuw is deze muur weggebroken. De naam bleef echter bestaan. Misschien was de ‘galerij’ één van de verdedigingswerken die na de Jonkerfransenoorlog werden gebouwd. Wij weten alleen zeker, dat er een galerij bij de waterpoort tussen twee torens in 1534 bestond, welke toen in betere staat is gebracht. Daar bij de Blauwe toren in het Westnieuwland in 1578 een galerij wordt genoemd, kan deze echter ook bedoeld zijn. Huizen met een galerij kwamen trouwens meer voor in Rotterdam. In de 17de en 18de eeuw treft men minstens zes huizen in verschillende straten aan, die ‘de Gelderij’ heetten. De huidige Galerij ligt iets ten zuiden van de vroegere straat van die naam. Vóór het bombardement in mei 1940 lag over de Delftsevaart een brug die Galerijbrug heette.

De Delftsevaart kan men beschouwen als een gedeelte van de vaart ‘van Rotterdam naar de Schie’, voor het graven waarvan graaf Willem IV op 9 juni 1340 aan Rotterdam vergunning gaf. Zij dankt haar naam aan de stad Delft. In 1368 sprak men van de vaart van der Spoeije en veel later nog, o.a. in 1608, is er sprake van Schieweg W.Z.. aan de Doelweg (Haagseveer). Beide zijden van de vaart hebben lang de naam Delftsevaart gedragen. De kaden werden eerst in het midden van de 16de eeuw bebouwd. Voor die tijd lagen hier slechts tuinen en scheepstimmerwerven. In het begin van de 19de eeuw noemde men het gedeelte dat tussen de Galerij en de Sint Jacobsstraat lag Rijkelui Delftsevaart. Verderop sprak men van de Gemeenelui Delftsevaart.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen

De ingang van Theater Lumière aan de Coolsingel, 1933

Uit de Telegraaf van 18 februari 1933:
ROTTERDAM, 17 Febr. — Het oude, gezellige Casino-theater, waar de operette triomphen heeft gevierd, doch dat maandenlang leeg stond en in verval dreigde te raken, heeft gisteravond voor het eerst sinds langen tijd weer het publiek ontvangen. Het is, onder directie van den heer S. den Hartog, heropend als bioscoop, en het draagt den naam van een der pioniers van de cinematografie. Lumière.

Mei een gala-voorstelling werd het feit. dat weer lichtende letters en lijnen aan den gevel schitterden, dat weer publiek de cassa passeerde, dat het theater weer lééfde, gevierd. Theater Lumiére was uitverkocht, er waren vele autoriteiten van gemeente-diensten, bioscoop-exploitanten, en tal van andere genoodigden; en het was daarom jammer, dat het programma, hoewel met zorg samengesteld, mede ten gevolge van een eenigszins zonderlinge houding van het orkest, niet zoo vlot verliep. Doch men amuseerde zich ten slotte kostelijk met de hoofdfilm. “De onbekende gast”, met dien prachtigen, dwaas-stupiden komiek Szöke Szakall ln de hoofdrol. En na afloop bleven nog vele genoodigden tot laat in den nacht bijeen in den gezelligen foyer. Vertegenwoordigers van het bioscoopbedrijf voerden daar het woord en wenschten den heer Den Hartog succes toe bij zijn onderneming.

De foto komt uit de fotocollectie van het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt via delpher.nl uit de Telegraaf van 18 februari 1933.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Het invaren van de tweede Van Brienenoordbrug, 1989

Het plan voor de Van Brienenoordbrug dateerde al uit de vroege jaren dertig. Tijdens de regering van minister-president Colijn werd een rijkswegenplan uitgewerkt waarbij ten oosten van Rotterdam een brug over de rivier zou komen. Het geld dat hiervoor gereserveerd was, werd echter voor de Maastunnel gebruikt. Na de oorlog werd pas weer in 1959 nagedacht over de Ruit van Rotterdam. Het bouwrijp maken van de grond nam een aanvang voor of in 1961. Rond 1962 stelde de gemeenteraad de naam van de brug vast. De Van Brienenoordbrug dankt zijn naam aan het onderliggende Eiland van Brienenoord, het oord van A.W. baron van Brienen.

De brug is in zijn geheel ter plaatse gebouwd. Om de boog te kunnen bouwen werden tijdelijk twee hulppijlers in het water gebouwd. De kenmerkende diagonale kabels waar het wegdek aan is opgehangen, geven de constructie een grote vormvastheid. Dit bleek mogelijk door de bijzondere verhoudingen van de boogvorm. Het ontwerp van ir. W.J. van der Eb van Rijkswaterstaat was voor zijn tijd revolutionair slank en transparant, en heeft later vele gebouwde bruggen geïnspireerd. De technisch tekenaar die het ontwerp van ingenieur Van der Eb heeft uitgewerkt was de heer C. Verkade.

De Van Brienenoordbrug werd door koningin Juliana feestelijk opengesteld voor verkeer op 1 februari 1965. Ook minister Jan van Aartsen was daarbij aanwezig.

De brug vormt de derde vaste oeververbinding na de opening van de Willemsbrug in het centrum van de stad in 1878 en de nog westelijker gelegen Maastunnel in 1942. In het zuiden sloot de nieuwe weg door middel van een groot verkeersplein bij IJsselmonde aan op de bestaande rijksweg 16 van de oude Stadionweg naar Dordrecht. Aan de noordkant hield het traject eerst op bij het Kralingseplein (bij het tegenwoordige Rivium).

Al snel bleek de capaciteit van de brug ontoereikend. In 1986 werd dan ook begonnen met een grootschalig project dat voorzag in een verdubbeling van de Van Brienenoordbrug en de toeleidende wegen. Om het scheepvaartverkeer zo min mogelijk te hinderen werd deze tweede boog niet ter plaatse gebouwd, maar in Zwijndrecht. In 1989 is de nieuwe boog, met een overspanning van 287,5 meter, naar zijn definitieve plaats gevaren, op slechts 15 centimeter ten westen (stroomafwaarts) van de oude brug. Deze operatie trok enorm veel publiciteit, onder meer doordat het gevaarte alleen via de Oude Maas en de Nieuwe Waterweg de Nieuwe Maas kon bereiken. Er moest daarnaast de Spijkenisserbrug, Botlekbrug en de Koninginnebrug worden gepasseerd. De overige scheepvaart is voor die gelegenheid stilgelegd. Op 1 mei 1990 is de tweede Van Brienenoordbrug in gebruik genomen.

De fotograaf is Leendert Koote en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt van Wikipedia.

Met medewerking van Rotterdam van toen

Weteringstraat, 1908

De Weteringstraat nabij de Lusthofstraat, in de richting van de Gasfabriek, 1908-1912.

Zowel de Groene Wetering als de Weteringstraat liepen langs de inmiddels grotendeels gedempte Groene Wetering of Middelwatering. De wetering liep oorspronkelijk vanaf de Vliet (Vlietlaan) dwars door de groene weilanden in de Polder Kralingen. Reeds in 1612 wordt de wetering in de transportregisters van Kralingen vermeld. De Weteringbrug ligt bij de Laan van Woudestein over een nog bestaand gedeelte van de wetering.

De Lusthofstraat ontleent haar naam aan de vroegere buitenplaats Lusthof. Ze lag ten oosten van de Adamshoflaan aan de Beneden-Oostzeedijk en strekte zich uit tot aan de Groene Wetering. Deze grote buitenplaats komt reeds voor in de 18de eeuw.

De fotograaf is Henri Berssenbrugge en de foto komt uit het Stadsarchief Rotterdam. De informatie komt eveneens uit het Stadsarchief Rotterdam.

Met medewerking van Rotterdam van toen